... en leidt tot politieke verdeeldheid

De Britse politiek bepaalt of er een nieuwe pers-toezichthouder komt. De coalitie is het oneens over hoe die eruit moet zien.

Nu is het de beurt aan politici, zei rechter Brian Leveson. „Het is aan hen hoe de bewakers [van de democratie] worden bewaakt.” Hij kwam gisteren na negen maanden onderzoek naar de werkwijze van de pers alleen met een advies over regulering. Het Britse Lagerhuis moet bepalen of en hoe dat vervolgens wordt uitgevoerd.

En dat zorgde binnen de regeringscoalitie onmiddellijk voor problemen. Premier David Cameron en vicepremier Nick Clegg zijn het er over eens dat het afluisterschandaal rond tabloid News of the World en alle onthullingen sindsdien over journalisten die politieagenten en ambtenaren omkopen of computers hacken, aantonen dat het huidige systeem van zelfregulering niet werkt. Ze vinden dat er daarom een nieuwe, onafhankelijke raad voor de journalistiek moet komen.

Maar Levesons suggestie dat die instantie moet worden verankerd in de wet, stuit bij Cameron op bezwaar. „De mogelijkheid bestaat dat daardoor de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid worden aangetast.”

Clegg noemde een wettelijk kader juist „de enige manier om te verzekeren dat de nieuwe toezichthouder niet slechts een paar maanden of jaren onafhankelijk is, maar altijd”.

Voor het eerst is het schisma in de coalitie zo ernstig dat Clegg een aparte verklaring gaf in het Lagerhuis. Ter vergelijking: toen de premier vorig jaar december zijn steun onthield aan een nieuw EU-verdrag was de onvrede van zijn vicepremier zo groot dat deze wegbleef toen Cameron zijn actie in de Kamer toelichtte. Zo bleef de eenheid van het regeringsbeleid toen toch bewaard.

Deze onenigheid is principiëler. Hier botst het Conservatieve gedachtegoed van Cameron – geen overheidsbemoeienis – met de Liberaal-Democratische principes van Clegg – dat zegt dat het individu vrij is zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt.

Sinds Willem III van Oranje in 1695 de vergunningsplicht afschafte, zijn de dagbladen vrij van overheidsbemoeienis en Cameron vindt dat dit zo moet blijven. „Als we elementen van persregulering in de wet zouden schrijven, trekken we daarmee de Rubicon over”, zei hij. Eenmaal wettelijk verankerd, valt er onmogelijk op terug te komen. „Als je een wet gaat schrijven om de onafhankelijkheid van een toezichthouder te regelen, dan moet je wettelijk vastleggen wat diens samenstelling is, wat diens bevoegdheden zijn, en al snel heb je een perswet.”

De Britten hebben geen geschreven grondwet, en ook hebben ze – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland of de Verenigde Staten – geen artikel dat de vrijheid van drukpers regelt.

Vicepremier Clegg wil liefst ook geen perswet. „Als we een stevig, onafhankelijk systeem kunnen creëren waaraan alle spelers meedoen, en zonder veranderingen in de wet, dan moeten we dat zeker doen. Maar niemand heeft een manier gevonden waarop dat kan. Leveson heeft zich daarover gebogen. De énige wijze is de wet veranderen, zegt hij.”

Clegg spreekt tegen dat dit tot overheidsbemoeienis zou leiden, en wijst erop dat de pers zich al aan de wet moet houden en ook wordt beschermd door de wet. Hij zei: „Een vrije pers betekent niet dat het de pers vrij staat onschuldige mensen te pesten of vrij staat om rouwende families te mishandelen.”

Ook sommige Conservatieve Lagerhuisleden zijn het eens met Clegg. Zeker veertig Tories eisen een strengere persregulering, onder wie de minister van Cultuur en Media, Maria Miller.

Het betekent dat Cameron in een moeilijke positie verkeert. Als het tot een stemming komt, zouden de Liberaal-Democraten en Labour samen met enkele Conservatieven voor een perswet kunnen stemmen, en lijdt hij een grote nederlaag. Er zal dus moeten worden gezocht naar een compromis, en premier Cameron gaf aan dat hij daar de tijd voor wil nemen.

Maar ook daarover botste hij met zijn vicepremier. Clegg vindt dat er niet mag worden getreuzeld.