Een prinses plus miljardair plus helikopter

Tomas Ross: Onze vrouw in Tripoli. Cargo, 464 blz. € 19,90

De nieuwe thriller van Tomas Ross is een ingenieuze constructie: het is het verhaal van een Nederlandse diplomaat en een Zweedse jonge vrouw die op zoek zijn naar de waarheid achter de dood van hun naasten, ingebed in speculaties over de werkelijke gang van zaken rond het begin van de val van Gaddafi, de aanslag boven Lockerbie en vooral de Nederlandse helikopter-actie op de kust van Sirte. En ja, Onze vrouw in Tripoli gaat ook over Mabel Wisse Smit en haar kennissen George Soros, miljardair, en Seif al Islam, zoon van Gaddafi. Maar Mabel, om wie het boek door Ross en de uitgever enige tijd werd uitgesteld uit piëteit na het ongeluk van Friso, krijgt niet heel veel pagina’s, al is ze cruciaal.

Uitgangspunt is de mislukte actie die een Nederlandse marinehelikopter in het begin van de opstand tegen Gaddafi uitvoerde op het strand van Sirte, ter evacuatie van onbegrijpelijk onbelangrijke mensen, terwijl er lijnvluchten waren. De waarom-vraag rees, bleef even hangen en daalde weer neder, zonder echt beantwoord te worden. Ross doet dat nu zelf.

In een aangename afwisseling van vertel-perspectieven voert hij de lezer langs een cast van hoofd- en bijpersonen: de teruggetrokken diplomaat Van Lanschot die schoorvoetend terugkeert in prachtig beschreven Haagsche kringen, een verbeten Zweedse schone, vele Libiërs en de prinsen Friso en Willem Alexander, om er maar enkele te noemen. Het plot is eenvoudig en blijft hier uiteraard onvermeld, maar het ontrolt zich erg complex. Ross is er wel om bekritiseerd dat hij te ingewikkeld schrijft, maar de leeservaring is een rijke; wie weg wil zinken in een soepel verhaal over persoonlijke wraak, moderne politiek en diplomatieke intriges, zit goed.

Mabel is in Ross’ handen geen eendimensionale opportunist maar een driedimensionale opportunist en vooral ik-persoon Willem van Lanschot is een mooi rond karakter, zijn persoonlijke tragiek geloofwaardig. De diplomatie blijkt ook een intrigerende arena voor de politieke en economische machinaties die, zo speculeert Ross, rondom de opstand in Libië kunnen zijn ontstaan. Via heel veel aanwijzingen en intriges kunnen Van Lanschot en de Zweedse Camilla in roerig Libië samen hun persoonlijke queesten ten einde brengen. Maar zijn de verklaring die Ross verzon voor de reddingsactie en de rol die hij de kongsi Mabel-Soros toedicht plausibel? Ze zijn intrigerend, meer dan de maffe complottheorieën die op internet de ronde doen, al is er overlap. De stelling die Ross in het nawoord poneert over de helikopter-missie, namelijk dat die onmogelijk zo klunzig kan zijn geweest als hij eruit zag, is een overtuigende. De fictionele invulling ervan is elk geval waarschijnlijker dan de versie van de Nederlandse regering over gebrekkige communicatie tussen inlichtingendiensten. Het Mabel-Soros plannetje in het boek, dat ook onvermeld moet blijven, is een boeiende en minder ongeloofwaardige variant op een bestaande en onzinnige complottheorie dat Mabel wapens of geld aan Gaddafi zou hebben geleverd.

Het is de moeite waard om mee te denken met Ross maar ook als het je niet interesseert of hij dichtbij de waarheid komt is dit een enerverende thriller.