Een model-albino

Als kind noemden ze haar witte aap. Haar witte huid was een vloek. Nu is de Zuid-Afrikaanse albino Thando Hopa aanklager bij een rechtbank, en doorbreekt zij als model taboesop de catwalk.

Thando Hopa staart naar het grijze wolkendek. Regen dreigt in de verte. Voor de tijd van het jaar is het een ongewoon grauwe dag in de Johannesburg, maar de 23-jarige Hopa geniet. Ze houdt niet van de zomer. Zomer betekent lange mouwen, hoeden en ieder uur smeren met zonnebrandcrème. Anders wordt ze in een paar minuten roze, zoals ze het zelf noemt.

Hopa heeft albinisme. Haar huid is wit als melk, haar haren geel als tarwe en haar ogen nog lichter grijs dan de wolken boven haar. Ze is geboren zonder het pigment melanine in haar en huid. Haar ouders zijn zwart, maar dragen beiden een recessief gen dat voor albinisme kan zorgen. Ze hebben drie zwarte kinderen en twee kinderen die voor eeuwig bleek zijn.

Wereldwijd heeft 1 op de 17.000 tot 20.000 mensen de aandoening. In Afrika ten zuiden van de Sahara is dat 1 op de 2.000 tot 5.000. Nergens komt het zoveel voor als in Afrika. En nergens valt het zo op.

Op de basisschool rende Hopa vaak huilend naar huis om in de veilige armen van haar vader te vallen. Kinderen noemden haar varken en waren bang om haar aan te raken. Haar vader aaide over haar lichtgele bol en fluisterde „je bent mijn kind met haar als de zon. Je bent de mooiste ter wereld”. Ze kon alleen nog maar harder snikken.

Nu doorbreekt de Zuid-Afrikaanse Thando Hopa taboes als model met albinisme. Onlangs stond ze voor het eerst op de catwalk in zwart-gele stiletto’s tijdens de show van de Zuid-Afrikaanse modeontwerper Gert-Johan Coetzee. Ze vreesde dat ze het einde van de catwalk zou missen en ten val zou komen. Albinisme gaat gepaard met slechtziendheid. Hopa ziet een meter scherp en kan diepte moeilijk inschatten. Ze bleef rechtop staan en kreeg lovende kritieken.

Zuid-Afrikaanse media noemen haar het nieuwe gezicht van Zuid-Afrika en de nieuwe kleur van het seizoen. Dat is bijzonder want het bijgeloof over albinisme in Afrikaanse landen is omvangrijk. Ze zouden nooit sterven en een soort geesten zijn. Seks met iemand met albinisme zou aids kunnen genezen. Vooral in Tanzania, Burundi en Kenia zijn tientallen Afrikanen met albinisme vermoord en hun lichaamsdelen gebruikt door medicijnmannen in drankjes, poeders en amuletten die geluk, welvaart en gezondheid zouden brengen.

In Zuid-Afrika heeft 1 op de 3.900 mensen albinisme. Er is geen geweld tegen hen zoals in Oost-Afrika, maar Hopa heeft wel te maken met bijgeloof. Vreemden omhelzen haar omdat ze geluk brengt. Of, vaker, denken juist het tegengestelde, en spugen in hun kraag als ze haar zien om zo het kwaad af te zweren.

Als tiener was Hopa onzeker over haar uiterlijk. Op televisie en in tijdschriften zag ze niemand die was zoals zij. Ze wilde zo onopvallend mogelijk door het leven gaan maar viel juist altijd op. Modeontwerper Coetzee ontdekte haar in een winkelcentrum. „Ze is als een wit doek waarmee ik kan werken”, vertelt hij in zijn woonhuis dat is omgebouwd tot ontwerpstudio. Hij is vol trots over zijn nieuwe muze.

Hopa treedt in de voetsporen van een ander Zuid-Afrikaans model met albinisme, Refilwe Modiselle uit Soweto, nu het gezicht van de Zuid-Afrikaanse modeketen Legit. En internationaal is er het supermodel Diandra Forrest uit New York. Een icoon, zegt Hopa.

Coetzee was de derde ontwerper die haar als model vroeg. Hij kwam op het juiste moment. Na de onzekerheden in haar tienertijd is Hopa uitgegroeid tot een zelfverzekerde, succesvolle jonge vrouw. Hopa prijst haar ouders. „Ze hebben me altijd het gevoel gegeven dat ik speciaal was. Daardoor heb ik geen littekens overgehouden aan negatieve reacties.”

Toen haar jongere broertje werd geboren met albinisme was ze zelfs jaloers. Ze was niet langer het enige unieke kind in de familie.

Naast het modellenwerk werkt ze als een beginnende aanklager bij een rechtbank in Johannesburg. Ook dat is bijzonder. Veel mensen met albinisme maken hun school niet af wegens hun slechtziendheid, zegt de 62-jarige Nomasonto Mazibuko, die zelf albinisme heeft en in Johannesburg de Albinisme Vereniging oprichtte. Mazibuko is een van Hopa’s grootste fans. „Voor jonge meisjes is ze een heel belangrijk voorbeeld.”

En dat is precies waarom Hopa besloot om Coetzees visitekaartje wel aan te nemen. „In de rechtbank houd ik pleidooien over anderen. Dit geeft mij een stem. Ik wil dat albinisme als iets normaals wordt gezien. Niet als iets dat slecht is of waar je medelijden mee moet hebben.” Hopa gaat tegen alle vooroordelen in en laat nu zien dat albinisme schoonheid is.

Hopa begon dicht bij huis met het creëren van bewustzijn. Modeontwerper Coetzee noemde haar albino. Dat woord gebruikt ze liever niet. Het werkt stigmatiserend en plaatst haar aandoening op de voorgrond. „Ik had geen idee”, zegt Coetzee en haalt zijn schouders op. „Ik vond haar gewoon mooi.” Nu noemt hij haar zijn model met albinisme.

Deze maand staat ze opnieuw op de catwalk in een show van Coetzee. Samen denken ze aan het opzetten van een project waarbij ze zonnebrandcrème geven aan arme Zuid-Afrikanen met albinisme. De zon zorgt snel voor een gerimpelde huid, donkere vlekken en huidkanker.

Zelf heeft Hopa een perzikhuidje. „Als kind zag ik er gek uit met een enorme hoed die ze hier gebruiken als ze cricket spelen. Mijn moeder was niet erg modegevoelig”, lacht Hopa. Ze kijkt weer door het raam naar buiten. De martelende Afrikaanse zon gaat vandaag gelukkig niet meer doorkomen.