Een bandeloze pers

Hoeveel te ver mag een krant of omroep gaan voordat de wetgever op de stoep staat met gedragsregels, boetes, rectificatie- en schadevergoedingsplichten? Die fascinerende vraag wordt nu in het Verenigd Koninkrijk beantwoord. Een deel van de Britse pers maakte zich schuldig aan afluisteren, omkopen en grove schending van de privacy. De macht van de pers was er zo groot dat de bestuurders de corruptie uit politiek lijfsbehoud liever negeerden. Pas toen de levens van gewone Britten door de tabloids werden geruïneerd, sloeg het publieke sentiment om.

Nu ligt er een rapport van de commissie-Leveson dat de aandacht zal trekken in alle Europese landen waar de pers eerst zichzelf mag reguleren voordat de rechter aan de beurt is. Hoewel de voorstellen nu al tot diepe verdeeldheid in de regering-Cameron hebben geleid, lijkt het toch aannemelijk dat de vrijheid van de Britse pers op enigerlei wijze zal worden ingeperkt. Dat is op zich niets bijzonders. Nergens is de vrijheid van meningsuiting absoluut, ook niet voor journalisten.

De vraag in het Verenigd Koninkrijk is nu of zelfregulering nog een laatste kans krijgt of dat de wetgever de branche zal openbreken. Leveson kiest voor een slimme mengvorm. Hij stelt een gesubsidieerde Raad voor de Journalistiek voor die onafhankelijk van de sector is. Met door de overheid benoemde leden en de macht hoge boetes op te leggen en rectificaties af te dwingen. Daaraan gaat laagdrempelige en goedkope, bindende arbitrage vooraf. Zo wordt de toegang voor de burger gegarandeerd. De weg rechtstreeks naar de rechter blijft open, maar wordt zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt. Wie de Raad overslaat hoeft bij de rechter niet meer op schade- of kostenvergoedingen te rekenen.

Vooral deze handige oplossing trekt de aandacht in landen als Nederland, waar de zelfregulering in de journalistiek op weg is naar totale irrelevantie. Steeds meer landelijke media weigeren klachten van burgers te laten afhandelen door de eigen Raad voor de Journalistiek. Die kan slechts een oordeel geven, waarvan de corrigerende werking geheel afhangt van het humeur van het betreffende medium. Toegang tot de rechter voor mediaklachten is niet geloofwaardig: duur, langzaam, omslachtig.

De les uit het Verenigd Koninkrijk is dat het vertrouwen in de journalistiek ook afhangt van de kwaliteit van het zelfreinigend vermogen. Veruit de beste manier om de wetgever op afstand te houden is dan het organiseren van een degelijke zelfregulering. Die heeft alleen zin als er ook collectief aan wordt deelgenomen. Leveson laat zien hoe de wet daarbij kan ‘helpen’. Het is een idee.