Diederik Stapel is goed in verhalen vertellen

Ontspoord, verongelukt, een verkeerde afslag genomen. Zo duidt Diederik Stapel in zijn gisteren verschenen boek zijn ontmaskering als frauderende wetenschapper aan. Het woord ontmaskering valt ook, maar pas tegen het eind.

Dat Stapel goed is in verhalen vertellen, is duidelijk na de publicatie, afgelopen dinsdag, van het uiteindelijke rapport Levelt over zijn omvangrijke wetenschapsfraude. Het blijkt ook uit zijn eigen boek: een vakkundige en meeslepend vertelde kroniek van eerzucht en publieke val. Het openingshoofdstuk, waarin Stapel bezweet en opgejaagd door Zwolle en Groningen rijdt op zoek naar locaties in universiteitsgebouwen waar hij gefingeerde onderzoeken kan situeren, kan zo verfilmd.

Stapel geeft zijn daden meer dan ruiterlijk toe. ‘Toen het eenmaal zover was, was het heéél, heel heel makkelijk’, schrijft hij. ’s Avonds laat, met een kop thee erbij, zit hij eindeloos zijn gefingeerde, aan de eindresultaten aangepaste data ‘in te kloppen’ op zijn laptop. Hij wordt dik doordat hij de zakjes M&M’s in zijn auto, bestemd voor imaginaire proefpersonen, één voor één opeet.

Dit boek is geen verdediging, schrijft Stapel in het voorwoord. Maar dat is te stellig uitgedrukt. Hij verweert zich bijvoorbeeld fel tegen de karakteranalyse van zijn persoon in het rapport-Levelt, als zou hij met een vooropgezet plan tot zijn daden gekomen zijn, uit pure slechtheid. Hij vindt dat de commissie deze aantijging niet hard kan maken. Sterker, de theorie is: ‘een typische Stapel: veel verhaal en weinig data’.

Tersluikser verweer zit in het zelfportret dat Stapel geeft. De fraude komt voort uit een ‘toxische combinatie’ van zijn persoonlijkheid en de omstandigheden, zoals de prestatiedruk op universiteiten.

Stapel wilde acteur worden en schreef als twintiger filmscenario’s. Hij heeft constant bevestiging nodig, is snel verveeld en wil graag scoren. Daarnaast had hij een sterke behoefte de wereld mooier en overzichtelijker en zijn onderzoekers gelukkiger te maken. En toen hij eenmaal met frauderen begonnen was, werd hij een junk. Ophouden ging niet. Stapel fraudeerde, wil hij maar zeggen, niet uit slechtheid, maar uit onzekerheid, zwakte en goedheid.

Hij trad niet dreigend op tegen mensen die vragen stelden, zoals in het rapport staat. Nee hij werd ‘koel en koud’ doordat hij in eenzaamheid moest werken. Hij is eerzuchtig, slap en onzeker, en koestert een neiging tot drama beschrijft hij, soms met zo veel gusto dat je zijn zelfhaat ziet omslaan in een variant van narcisme: Verguis of Vergeef mij, maar Zie mij.

Mea Culpa of een nieuwe act met het personage Stapel in de hoofdrol? Dat oordeel wisselt per passage en denkelijk ook per lezer. Dit boek is uiteindelijk allebei, tegelijk, en daarom geeft het waarschijnlijk een adequaat beeld van hoe de hoofdpersoon tot zijn daden kwam. Diederik Stapel blijkt een man die niet alleen zijn onderzoeken, maar ook zichzelf steeds moet verzinnen.

Diederik Stapel: Ontsporing

Prometheus, 315 blz. € 18,90

Meer fraude op pagina 22 & 23