De NOS op drift: doorgeschoten verleuking en beroepsethische erosie

De virtuele ezel-olifant-kermisrenbaan waarmee Astrid Kersseboom de ontknoping van de Amerikaanse verkiezingen aanschouwelijk maakte.

Jan Kuitenbrouwer haalde gisteren in zijn column in NRC Handelsblad hard uit naar de NOS. Volgens de journalist, schrijver en directeur van de Taalkliniek toont het beleid van de NOS twee trends: doorgeschoten verleuking en beroepsethische erosie. Lees hier zijn volledige column die veel reacties losmaakte.

De Brusselcorrespondent van de NOS, Chris Ostendorf, maakte vorige week voor het Achtuurjournaal een bijdrage over de op handen zijnde begrotingstop in Brussel. Inzet van de Europese Commissie was een stevige verhoging van de begroting van de Europese Unie, inzet van Nederland was om dat tegen te houden. Ostendorfs reportage leek wel een campagnespot in opdracht van de voorstanders. Realiseerden wij ons bijvoorbeeld wel dat het hier ging om niet meer dan zeventig eurocent per Europeaan per dag? “Een half kop koffie in het café!” Ostendorf was misschien even in de war met het prijspeil van gesubsidieerde EU-kantines (en als je in de Week van de Armoede íéts kunt leren, dan is het dat ook 3,50 euro per week heel veel geld kan zijn).

Ook was Chris naar Rotterdam gereisd om te praten met de ‘hardwerkende Nederlander’. De figurant die voor deze rol was ingehuurd, vertoonde een verbluffende gelijkenis met Bernard Wientjes. Want al die miljarden, al dat koffiegeld, ging niet naar ‘Brussel’, hamerde Ostendorf, maar naar de infrastructuur, levensvoorwaarde voor economische groei. Ostendorfs epos eindigde in Babberich, bij de Duitse grens, waar het snelle hightechspoor van onze Betuweroute tragischerwijze doodloopt in een prehistorisch vrachtlijntje. Het Slop van Babberich, een tragisch testament van wat er gebeurt als Brussel te weinig geld krijgt: stagnatie, banenverlies, misère. (Bekijk item hier vanaf minuut 9, red) Twitter explodeerde welhaast van de boze reacties.

Voor oplettende kijkers zal het geen verrassing geweest zijn, de manier waarop Ostendorf de nieuwe minister van financieren Dijsselbloem bij diens eerste bezoek aan Brussel een verhoor afnam, was zo vooringenomen dat het haast komisch werd. Dead pan Dijsselbloem trok een wenkbrauw op en je zag hem denken: whoa, is deze gast for real?

Het beleid van de NOS vertoont twee trends: doorgeschoten verleuking en beroepsethische erosie. Mijn persoonlijke favoriet in categorie één is de virtuele ezel-olifant-kermisrenbaan waarmee Astrid Kersseboom de ontknoping van de Amerikaanse verkiezingen aanschouwelijk maakte, alsof het een speciale uitzending van Klokhuis of Sesamstraat was. Alsof het handjevol geïnteresseerden dat opblijft voor de uitslag van Amerikaanse verkiezingen op dat soort ongein zit te wachten. Een soortgelijke miskleun: het vakantiekiekjesonderdeel in het grote NOS Verkiezingsdebat.

(Bekijk hier naar satirisch item Lucky TV over virtuele ezel-olifant-kermisrenbaan)

Bas Heijne noemde afgelopen zaterdag ook nog een voorbeeld: de manier waarop een Journaal-item over de zaak-Petraeus was gelardeerd met flitsen uit de laatste James Bond. Alsof die dingen by any stretch of the imagination iets met elkaar te maken hebben. Het vermengen van serieuze journalistiek met massavertier is als het mixen van wijn met bier: je bederft beide.

In de tweede categorie vinden wij Den Haag-correspondente Dominique van der Heyde, die haar persoonlijke politieke opinies sinds kort ventileert via een column in Spits, zodat wij nu elke keer als zij iemand van GroenLinks interviewt, moeten verdisconteren dat zij die partij diep veracht. Als zij tegenstanders van draconisch bezuinigen ondervraagt, moeten we juist weer in het achterhoofd houden dat zij daar erg vóór is. Als zij voor de NOS-camera verklaart dat een plan “de prullenbak in moet” – heeft ze waarschijnlijk even een hoedanigheidsblack-outje.

Ferry Mingelen leidde het eerste verkiezingsdebat van de NOS in met een grap ten koste van Jolande Sap. In de VS, waar zulke debatten serieus worden genomen, zou hij geschorst of ontslagen zijn. Of neem politiek verslaggeefster Nynke de Zoeten, die Mark Rutte aanspreekt als “de liegende, pardon, de lachende premier”. En dan is er dus Chris Ostendorf, die onversneden EU-propaganda afscheidt zonder dat er wordt ingegrepen.

Wat deze trends verbindt, is journalistiek populisme. De term die in dit verband vaak valt, is dat het ‘dichterbij’ moet, vermoedelijk een eufemisme voor triviaal en onbenullig. Ook de makers moeten ‘dichterbij’ komen, en zo wordt de kat van de feiten op het spek van de opinie gebonden.

In een discussie op Twitter verweet de hoofdredacteur van de NOS Bas Heijne dat hij een hele rubriek desavoueerde op basis van één onderwerp. Zoiets moet je alleen zeggen als er maar één voorbeeld is. Zo is het niet. Ook de jij-bak bleef niet lang uit, een verwijzing naar de Frisoaffaire bij deze krant, maar als de NOS een fractie van de zelfreflectie kon opbrengen die NRC Handelsblad toen aan de dag legde, zou er al veel gewonnen zijn.