De koloniale pais en vree

Kruispunt, met de Kajoetangan-, Van Riebeeck- en Smeroe-straat in Malang , foto van Tiek Sen uit ca. 1935 Foto’s uit besproken boek

In het voormalige Nederlands-Indië floreerde de fotografie. Reizende fotografen uit West-Europa legden het leven vast in de Indonesische archipel. De foto’s uit de 19de en eerste helft van de 20ste eeuw hebben zich een vaste plaats verworven in het collectieve onbewuste van bijna elke Nederlander. Het zijn de ‘oerbeelden’ van de koloniale tijd die onmiskenbaar hebben bijgedragen tot de beeldvorming van Nederlands-Indië. In het boek Photographs of The Netherlands East Indies at the Tropenmuseum is een royale selectie samengebracht, voorzien van een uitvoerige toelichting.

De Hollandse mannen en vrouwen dragen smetteloos witte kledij, alsof er nooit een modderspatje op is gevallen. De portretten stralen onveranderlijk een grote trots uit van wat de Nederlanders aan ‘groots’ hebben verricht in de oost. Ze gedragen zich als de blanke koningen en koninginnen van het eilandenrijk.

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam bezit een ongekende rijkdom aan fotografisch materiaal uit de voormalige koloniën. Niet alleen van Nederlands-Indië, ook van overzeese gebiedsdelen in de West, waaronder Suriname en de Nederlandse Antillen. Noord-Afrika, China en India zijn eveneens vertegenwoordigd. Het aantal van circa 485.000 fotografische objecten is duizelingwekkend.

Westerlingen

De verzameling dateert uit 1870 en is jaar na jaar, tot op de dag van vandaag, aangevuld. Terecht schrijven de auteurs in hun toelichting dat de zwart-wit fotografie van het voormalige Indië vooral bestemd was voor de West-Europeaan: de foto’s werden gemaakt door westerlingen voor westerlingen. Ze dienden vooral ter promotie om blanke mannen, en later ook blanke vrouwen, te werven voor de schone taak die voor hen was weggelegd.

Kijk eens naar die opname uit 1900, een gelatine-negatief, gemaakt in Priangan op Java. De fotograaf is onbekend. In de bocht van een weg hurkt een onafzienbare stoet landarbeiders. Vooraan, op een stoel, troont de blanke Nederlandse administrateur die belasting int. Dit ene beeld is zo suggestief, dat het in een keer de hele koloniale wereld verklaart. Die ene blanke man en die honderden Indonesiërs die zich bescheiden achter zijn rug opstellen. Opvallend is de andere man op een stoel, geen Nederlander maar een locale autoriteit, veelal van adellijke afkomst.

In historisch opzicht is dit een fantastische foto die de sleutel vormt tot die vraag die velen nog altijd bezighoudt, van historici tot belangstellenden: hoe was het mogelijk dat zo’n klein land als Nederland een reusachtig land als Indonesië bijna drie eeuwen lang wist te overheersen en te besturen?

Een van de antwoorden ligt besloten in de slimheid van de Nederlandse gouverneurs en residenten om de plaatselijke machthebbers te incorporeren in het Nederlandse gezag.

Terecht stellen de diverse auteurs van Photographs of The Netherlands East Indies dat de fotografie de geschiedenis herhaaldelijk heeft vervalst. Zo ontving koning Willem III in 1877 een album van de befaamde fotostudio Woodbury & Page uit Batavia, het huidige Jakarta. Wat een triomfantelijke, opgepoetste en glanzende beelden van Indië kreeg de koning onder ogen, met name van de noordelijkste punt van Sumatra, het opstandige Atjeh. Weergaloos bijvoorbeeld is de zo Nederlandse vuurtoren, de Willemstoren, aan de kust, een onverzettelijk symbool van vaderlandse macht. De Nederlandse vlag wappert fier in de top. Een andere foto uit diezelfde tijd, circa 1885, toont twee Hollandse planters, gekleed in het onberispelijk gestreken, hagelwitte kostuum. Inlandse arbeiders staan gebogen over de tabaksplanten.

Blauwfluwelen album

Niets dan koloniale pais en vree drukken de foto’s uit die Willem III ontving in het blauwfluwelen album, gesierd met zilveren letters. Maar de werkelijkheid was anders. In datzelfde Noord-Sumatra woedde een bloedig gevecht van Indonesische vrijheidsstrijders tegen de Nederlandse overheersing. Dit verbeten gevecht zou de geschiedenis ingaan als de Atjeh-oorlog die meer dan veertig jaar duurde, van 1873 tot 1914.

Nederland verweet de Atjehnezen dat ze zich schuldig maakten aan zeeroof in de smalle Straat van Malakka. Anderzijds schond Nederland de eer van het sultanaat Atjeh, dat als een vrije staat gekenmerkt diende te worden. Onder leiding van vele militaire bevelhebbers, van wie commandant Van Heutsz de bekendste is geworden, zette het Koninklijk Nederlands-Indische Leger zich in op grootse wijze in de opstandige bevolking te ‘tuchtigen’.

Het KIT is een bijzondere instelling. Hoewel voortgekomen uit de koloniale wereld heeft het telkens zijn bakens verzet en de interpretatie van de collectie herzien. De Nederlands-Indische fotografie begon als triomf, werd vervolgens bron van nostalgie en nu ontdekken fotohistorici nog altijd nieuwe dimensies. De foto’s zelf tonen een stilstaande, allang voorbije wereld. Maar de visie op die wereld is steeds aan veranderingen onderhevig. Dat maakt dit fotoboek tot een boeiende kijk- en leeservaring.