De geldwolf

Het komt vaak voor dat er begonnen wordt aan het schrijven van een boek, een film, een televisieserie, een musical of een grensverleggende show met hedendaagse wajangpoppen, zonder te weten of het ook echt gemaakt zal worden. Er is vaak al veel werk verzet voordat je een keer wordt uitgenodigd bij een uitgever of een producent, die achter een enorm glazen bureau zijn sigaar aansteekt met een handvol verfrommelde 20 euro-biljetten en roept: „Gooi er nog een paar blote tieten en een Navajo Indiaan in en we hebben een deal”.

Dat voortraject, waarin je een project ontwikkelt, doe je in „je eigen tijd”, met geen enkele garantie dat iemand het eindproduct daadwerkelijk zal zien – of dat je ooit voor al dat werk betaald zal worden.

Als je alleen aan iets werkt, is dat meestal geen probleem. Het wordt ingewikkelder als je met meerdere mensen samenwerkt. En het vreemde is: het wordt vooral ingewikkeld als er wél wat geld loskomt.

Maanden is er in complete harmonie voor niets gewerkt, is er tegen elkaar gezegd: „Ik hoop vooral dat het er echt komt” en „Rijk worden we wel van onze grondstofbeleggingen” en zijn er grapjes over liefdesbaby’s gemaakt. Zodra er echter een voorschot, een kleine winst of een onder een bureaustoel gevonden portemonnee op tafel ligt, wordt het ongemakkelijk. Opeens moet er iets verdeeld worden.

„Het gaat mij dus niet om het geld”, begint er een. „Nee, het gaat mij dus ook écht niet om het geld”, vallen de anderen bij. „Máár…” Nu er een prijskaartje aan de diensten gehangen kan worden, komt iedereen op voor zijn eigen aandeel. „Ik heb wel het gevoel dat ik het meeste heb gebeld naar iedereen”, zegt iemand. „Ik werk iedere keer alle aantekeningen uit. En jullie hebben best wel doktershandschriften.” „Ik wil jullie er graag nog even aan herinneren dat ik bij wijze van research drie weken heb meegelopen op een Limburgse zorgboerderij.” „Als ik iets van jou binnenkrijg, moet ik het eerst nog helemaal nalopen op spelfouten. En nogmaals: frunniken is dus met één k. En zonder v.” „Ik krijg hem dus al weken niet meer omhoog. Pure vermoeidheid. Ook niet onbelangrijk, zou ik zo zeggen.”

Ik heb het een paar keer meegemaakt en het voelt alsof op zulke momenten in iedereen de geldwolf wakker wordt. Terwijl het eigenlijk niets te maken heeft met werkelijke inhaligheid: het kan ook bij een klein bedrag gebeuren, een bedrag dat nooit opweegt tegen de vele uren werk die iedereen er al in heeft gestopt. Misschien wel júíst bij luttele bedragen – het gaat allang niet meer om die dvd-box van 30 Rock die je van dat stapeltje briefjes kunt kopen. Het bedrag is relatief geworden en enkel belangrijk ten opzichte van wat de rest krijgt. Iedereen wil het idee hebben op prijs gesteld te worden – het gaat niet om de waarde, het gaat om waardering.

En dat iedereen hem uiteindelijk weer gewoon omhoog krijgt, natuurlijk.

    • Renske de Greef