Crisis bij corporaties

De crisis op de koopwoningenmarkt en de crisis in de bouwnijverheid dreigen over te slaan naar een derde sector: die van de woningcorporaties. Door het wanbeheer bij woningcorporatie Vestia, dat de andere corporaties 700 miljoen euro kost aan verplichte steun, en door een serie maatregelen van achtereenvolgende kabinetten staan de corporaties nu met de rug tegen de muur.

Minister Blok (Wonen, VVD) kijkt de zaak eerst maar eens aan en wil de recente onderzoeken naar de gevolgen van de invoering van een verhoogde verhuurdersheffing voor corporaties nader laten bestuderen. Dat is een onzalig idee. Papier is geduldig, maar huurders, huizenkopers en corporaties niet.

De financieel controleur van corporaties, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), becijferde vorige week dat faillissement dreigt voor 41 corporaties. Omdat zij elkaar in dat soort omstandigheden moeten steunen, zullen andere corporaties met extra kapitaal over de brug moeten komen. Hoe zo’n situatie zich verder ontwikkelt, is voor iedereen gissen. Het heeft zich niet eerder op deze schaal voorgedaan. Twee gevolgen zijn in elk geval zeker. Corporaties verkopen alsnog extra huurhuizen om aan geld te komen en zetten de prijzen extra onder druk. En zij stoppen als grote opdrachtgevers in de bouw met investeren zolang de onduidelijkheid aanhoudt.

De dreigende crisis heeft zeker één voordeel: het dwingt de corporaties zelf, hun huurders, de gemeenten waarin zij werken en de rijksoverheid indringender na te denken over de toekomst. Corporaties moeten betaalbare woonruimte verschaffen aan mensen met een laag inkomen, maar hebben zich sinds hun financiële verzelfstandiging in 1995 verwijderd van hun kerntaak.

Het kabinet zoekt een duidelijker verankering voor de corporaties bij gemeenten. Dat is een interessant idee, mits zij geen melkkoe voor de lokale begroting worden. Door het voorgenomen kabinetsbeleid is het grootste risico nu eerder het tegenovergestelde. Zij dreigen een extra last te worden.

De molensteen bovenop winstbelasting en Vestia-heffing is de tot 2 miljard euro oplopende verhuurdersheffing. Het kabinet wil de huren extra verhogen en de opbrengst bij corporaties terugvorderen. De huurverhoging en de heffing zijn landelijke, globale maatregelen die drastisch uiteenlopende gevolgen hebben voor individuele corporaties. De heffing is cruciaal voor de inkomsten van de overheid, dus is Bloks poging om tijd te winnen begrijpelijk. Een deel van de heffing moet zeker doorgang vinden. Maar niemand wint bij een domino-effect van omvallende corporaties, lamgelegde woningbouw en een minister die als brandweerman van crisis naar crisis draaft.