Bijval voor Stapel

Er zijn onmiskenbaar grote voordelen verbonden aan de onthullingen over de wetenschapsfraude van Diederik Stapel. Voor alle betrokken partijen.

In de eerste plaats is duidelijk geworden dat je als betrapt fraudeur nooit hoeft te wanhopen, er gloort altijd een lichtje aan het einde van de tunnel. In het geval van Stapel is dat een bestseller, waarvoor hij deze week al op alle radio- en tv-stations gratis reclame mocht maken. Hoezeer hij ook bijna bezweek onder „de diepe, diepe spijt”, als troost – ook voor ons – was er dat boek over zijn belevenissen waarnaar we alvast reikhalzend mochten uitkijken.

Til de belastingen, verraad de wetenschap, bega desnoods een moord – er staat altijd een uitgever klaar die er samen met jou een slaatje uit probeert te slaan. Zouden ze Robert M. al benaderd hebben? „Wij hadden gedacht aan een prettig leesbaar boekje voor jong en oud.”

Bij de talkshows zijn ze ongetwijfeld bereid Diederik Stapel exclusief een vol uur aan het woord te laten, maar helaas is hem dat nog een brug te ver. Geen ‘nieuwszoekende interviews’ liet hij in zijn boodschap voor het volk weten; die gaf hij liever toen hij de media nog voor de gek kon houden met zijn dolle fantasietjes. Hij zat er al een beetje bij als onze koningin die ook niet van zulke interviews houdt: eenzaam in een onbestemd vertrek, een trouwhartige blik op ons in de huiskamers gericht.

„En daar wil ik het nu bij laten”, waren zijn parmantige slotwoorden, nadat hij ons had aangeraden de toekomst toch weer „met vertrouwen tegemoet te treden”.

Kunnen we dat inderdaad doen?

Ik kan Stapel hierin van harte bijvallen: já. We moeten wel voorzichtig blijven als we in Enschede met koppijn naar de dokter gaan, want voordat je het weet snijdt hij onnodig 12,5 kubieke centimeter uit je hersens en zit je voor de rest van je leven in een rolstoel weg te teren. Maar verder is er niet zoveel aan de hand.

Integendeel, zelf heb ik het gevoel dat er dankzij de onthullingen over Stapel een last van mij is afgevallen. Vroeger moest je altijd een beetje eerbiedig reageren als er weer een of andere psycholoog of psychotherapeut met een onzinnig onderzoekje aan kwam zetten, maar voortaan mag je gewoon naar je voorhoofd wijzen. Ik kon meteen de daad bij het voornemen voegen dankzij een artikel in Trouw onder de kop ‘Orde aan de eettafel!’.

Daarin verklaarde ‘coach’ Miriam van Kreij op basis van de ‘familieopstellingen’ van de Duitse psychotherapeut Bert Hellinger, dat vader en moeder aan de eettafel naast elkaar, en dus tegenover hun kinderen, moeten gaan zitten. Daar zouden een hoop problemen mee voorkomen kunnen worden.

„We hebben het altijd fout gedaan”, zou ik vroeger bezorgd tegen mijn vrouw hebben gezegd, „het is een wonder dat het geen etters, drugsverslaafden of wetenschappelijke fraudeurs zijn geworden. Want we vroegen om de problemen: wij zaten altijd naast de kinderen en tegenover elkaar.”

Maar dankzij Stapel google ik nu eerst even naar ‘coach’ Van der Kreij en Bert Hellinger.

Van der Kreij blijkt onderlegd in de neurolinguïstische programmeerkunst (die van Emile Ratelband) en Hellinger is beroemd geworden met allerlei pychotherapeutische quatsch. Zo vindt hij dat borstkanker kan wijzen op de geheime wens van de patiënte om te sterven vanwege haar ‘oorlog met haar moeder’.

Niet te vergelijken met Stapel? Waarom eigenlijk niet?