Bezeten van de waarheid

Als er iets is dat de mens kenmerkt, dan is het zijn wil tot weten. Hij hunkert naar kennis – zeker als het om geheimen gaat. Aan de nieuwsgierigheid van Adam en Eva hebben we onze verdrijving uit het paradijs te danken, maar sindsdien zijn we koppig doorgegaan de ene verborgen waarheid na de andere te betrappen.

Van alle weetgrage types is er niet één die door een grotere koorts bevangen is dan de jaloerse minnaar. Over dit type heeft Beppe Fenoglio (1922-1963) een ijzersterke, korte roman geschreven. Una questione privata is een manuscript dat na Fenoglio’s vroegtijdig overlijden tussen zijn papieren werd aangetroffen. Het werd in 1963 gepubliceerd, in 1966 verfilmd, en verwierf een klassieke status.

Een privékwestie begint als de 22-jarige partizaan Milton op een novemberdag in 1944 naar een villa op een heuvel kijkt. Dat moment doet sterk denken aan het begin van Evelyn Waughs Brideshead Revisited. Milton kent die villa goed, want enkele jaren geleden is hij er vaak geweest om Fulvia te bezoeken, een mooi, rijk meisje op wie hij verliefd was – nog altijd is – en dat nu in Turijn verblijft.

Milton is op patrouille, maar om heel even aan de gewapende strijd in de heuvels van Piemonte, in het noorden van Italië, te kunnen ontsnappen, stapt hij op de villa af. De ramen zijn met kettingen gesloten, maar er blijkt een huisbewaarster te zijn, die hem herkent en binnenlaat in de kamer waar Fulvia en hij in gelukkiger dagen onvermoeibaar Amerikaanse platen draaiden.

‘Milton’ is geen gangbare Italiaanse naam, waarschijnlijk is het een schuilnaam, zoals de meeste partizanen die dragen. De hoofdpersoon heeft die naam gekregen of zelf gekozen omdat hij, overigens net als zijn geestelijk vader Fenoglio, een liefhebber van Engelse literatuur is, en kennelijk vooral van Paradise Lost.

Door de oorlog heeft hij het met Fulvia gedeelde paradijs verloren, en door toedoen van de spraakzame huisbewaarster verliest hij het nu ten tweede male: ze vertelt hem dat zijn jeugdvriend Giorgio in de zomer van 1943, toen Milton al soldaat was, vaak bij Fulvia op bezoek kwam en dat het dan verdacht stil was in de kamer. ‘Ik zeg niet dat ze dat erge hebben gedaan...’ Maar ze suggereert het wel.

Milton is gebroken. Vanaf dat moment kunnen de oorlog, de vrijheid, zelfs zijn kameraden hem gestolen worden. Het enige wat telt is het achterhalen van de waarheid en hij gaat op zoek naar Giorgio, die ook als partizaan tegen de fascisten vecht, bij een naburige brigade. Giorgio is net als Milton student, maar in tegenstelling tot Milton rijk en een knappe jongen. De partizanen, bijna allemaal volksjongens, noemen hem De Zijden Pyjama.

Koortsig (hij heeft kou gevat) dwaalt Milton door de heuvels, die in een mist van mythische proporties gehuld zijn. Geen van de partizanen heeft ooit zoiets meegemaakt: ‘Op een bepaald moment zag ik zelfs als ik me vooroverboog de weg niet meer, en mijn voeten die erop stonden ook niet.’

Het bericht komt dat Giorgio in die mist tegen de verkeerde patrouille is aangelopen, hij is nu een gevangene van de fascisten en zal spoedig gefusilleerd worden. Milton stelt zichzelf de vrijwel onmogelijke opgave razendsnel een vijand gevangen te nemen, zodat er een ruil georganiseerd kan worden. Het gaat hem er niet om zijn beste vriend te redden, evenmin zich op hem te wreken, het gaat hem om de waarheid, die zelfs meer telt dan zijn eigen lijfsbehoud.

Het kan in de heuvels van Piemonte behoorlijk mistig zijn, daar hoeven we niet per se iets achter te zoeken, maar de meteorologische omstandigheden symboliseren welwillend Miltons verdwazing. En eigenlijk is iedereen in die heuvels de weg kwijt, er vindt in feite één grote broedermoord plaats, want de door de Duitsers gesteunde ‘zwarthemden’ en de door de geallieerden bewapende partizanen spreken dezelfde taal. De indrukwekkendste scènes in het boek gaan over de dubbelzinnige wijze waarop de strijdende partijen met hun gevangen landgenoten omgaan: er heerst begrip, mededogen, ze lachen om dezelfde dingen... maar de voorgenomen fusillade gaat gewoon door.

Italo Calvino heeft gewezen op de analogie tussen Een privékwestie en Ludovico Ariosto’s klassieke epos Orlando Furioso (1532). Inderdaad is Milton tegenover Fulvia even kuis als Orlando tegenover Angelica. Beiden verzaken de militaire strijd tegen de vijand omdat ze alleen nog maar aan een persoonlijke kwestie met een medestander kunnen denken; beiden zijn verblind door het angstbeeld dat hun rivaal de ongerepte bloesem van hun jonkvrouw zal plukken.

De Razende Roeland doolt door donkere wouden, Milton over mistige heuvels, en toevallige ontmoetingen vormen de verhaallijn in beide werken. Ook het slotbeeld van de aanstormende Milton – ‘als een paard, zijn ogen helemaal wit, zijn mond opengesperd en schuimend’ – lijkt rechtstreeks aan Ariosto ontleend, bij wie het paard de mannelijke begeerte symboliseert.

Maar met alle verwijzingen naar het ridderlijk epos is Een privékwestie toch een uiterst moderne roman, met zijn eenvoudige, rake stijl en zijn typisch 20ste-eeuwse antiheld, die uiteindelijk niet rondzwerft om iets in handen te krijgen, maar om iets te weten te komen.