Als koper altijd om vragen

De Tweede Kamer heeft een streep gehaald door het voorstel om bij de verkoop van huizen een energielabel verplicht te stellen. Daarin staat hoe energiezuinig het huis is. Een gemiste kans: energiebesparing is de makkelijkste én meest rendabele manier om energie te besparen.

Het energielabel is al járen verplicht. Er zit alleen geen sanctie op als je het niet hebt, dus vandaar dat niemand die verplichting echt voelt.

Heel dom om er als koper niet om te vragen. U heeft er recht op; het geeft extra informatie over de kwaliteit van de woning. Bij een laag label heeft u veel hogere energiekosten en dat tikt rechtstreeks door in de maandlasten. Waarom berekent u wel de hypotheeklasten per maand en niet de bijkomende vaste lasten zoals energie? En als u een woning met een laag label koopt, kunt u een aantal energiebesparende maatregelen meteen in uw hypotheek meefinancieren. Daar hebben banken zelfs speciale regelingen voor.

En u investeert in een fijner huis, lagere energiekosten en een beter milieu. Een woning met een goed groen label is ook beter verkoopbaar. Daarom staat bijvoorbeeld in Frankrijk het energielabel prominent op de raam-advertenties van de makelaar. We lopen weer eens dik achter…

Niet het meest effectief

Energiebesparing is inderdaad de meest rendabele manier van verduurzamen. Het energielabel is daarbij niet direct het meest effectieve instrument, zeker niet nu de huizenverkoop op een historisch laag niveau ligt. Effectiever is het om deze wijze van verduurzaming direct via de energierekening te laten lopen, zeker voor eigenaar-bewoners. De mogelijkheden daartoe zijn omvangrijk en de plannen daarvoor liggen klaar via het Nationaal Fonds Energie Besparing (NFEB). Aandachtspunt bij energiebesparing in de sociale woningbouw, via woningbouwcorporaties en in de professionele onroerend goed sector, is het financieringsvraagstuk en het oplossen van de split-incentive-problematiek. Dat is het probleem dat de eigenaar moet investeren, maar de gebruiker de baten heeft via de lagere energierekening. Wat de financiering betreft kan de oprichting van een publiek-private Groene InvesteringsMaatschappij deze hobbel wegnemen. Ten slotte zijn er ook op het gebied van de Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) wetswijzigingen denkbaar die de mogelijkheden voor besluitvorming en financiering verbeteren.

Domme obstructie

Een domme obstructieve move van de VVD-fractie. Het verplichte energielabel vloeit voort uit een Europese richtlijn, dus tegenstemmen is slechts uitstel van executie – dat ook nog 90 miljoen euro per jaar aan boete kost. Een goed ingeburgerd energielabel biedt economische voordelen waar een partij als de VVD juist zijn vingers bij af zou moeten likken. Ten eerste kost het de overheid niets. Er hoeft geen cent subsidie bij; het enige dat de overheid doet is handhaven. Ten tweede kost het huiseigenaren niets, terwijl het wel geld kan opleveren. Heb je geen zin om verbeteringen aan te brengen? Prima, dan reutelen de antieke CV en de gasmeter verder en gaat het huis met energielabel F de verkoop in.

Investeer je wel in energiebesparing dan verlaag je niet alleen je energiekosten, je verhoogt ook de verkoopwaarde van je woning.

Zo wees eerder onderzoek van Rotterdam School of Management uit dat huizen met een zuinig energielabel nu al voor 3,5 procent tot 5 procent meer verkocht worden. Met een verplicht energielabel kan de waarde van energiebesparing alleen nog maar beter in de verkoopprijs tot uiting komen. Hoort u een huiseigenaar klagen?

Heeft u ook een vraag? Mail naar groen@nrc.nl of twitter @GroenNRC. Foto’s Thomas Bokeloh