Alleen Tsjechië steunde Israël nog

Er is veel kritiek op Israël in de Europese Unie. Maar dat betekent niet dat de posities fundamenteel zijn veranderd.

Nog tot begin deze week, op een vergadering van ambassadeurs in Brussel, hadden de 27 EU-landen geprobeerd om het eens te worden over de Palestijnen in de VN. Vooral Nederland en Duitsland drongen daar stevig op aan: ze moesten zich samen onthouden van stemming. „Dat betekent voor ons allemaal dat we een compromis sluiten”, zei de Nederlandse ambassadeur. De Duitser zei: „Als het mislukt, kiest mijn land zijn eigen weg.”

Iedereen dacht dat dat betekende: Duitsland stemt tegen, als bondgenoot van Israël. En dat de verdeeldheid niet opgelost raakte, verbaasde niemand. De Europese Unie is bijna altijd verdeeld over het Europese buitenlands beleid en altijd over het Midden-Oosten.

Toch is het nu anders dan anders. Duitsland stemde niet tegen, Duitsland stemde niet voor, het onthield zich van stemming. Net als Nederland en Litouwen, die vorig jaar nog samen met Duitsland, Zweden en Tsjechië tegen het Palestijnse lidmaatschap van de VN-organisatie Unesco hadden gestemd. Zweden was gisteravond zelfs vóór de nieuwe status van de Palestijnen, net als zestien andere EU-lidstaten. En Tsjechië stond met zijn nee opeens helemaal alleen in Europa.

Is de tijd voorbij dat Israël in Europa altijd wel kon rekenen op een paar machtige en trouwe bondgenoten? Is meer dan vijfenzestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zelfs in Duitsland het gevoel aan het verdwijnen dat de Joodse staat Israël altijd en onvoorwaardelijk gesteund en gevolgd moet worden? „In de publieke opinie in Europa is dat idee snel aan het veranderen”, zegt een Europese diplomaat. „Ook in Duitsland.”

Van de Duitse bondskanselier Angela Merkel is bekend dat ze zich ergert aan de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle ziet zichzelf als belangrijke gesprekspartner voor alle partijen in het Midden-Oosten – hij wil niet te partijdig overkomen.

Volgens Brusselse bronnen vonden de Duitsers de tekst van de Palestijnse aanvraag-resolutie in de Algemene Vergadering heel gematigd en hadden ze niet veel zin om in New York een eenzame positie te kiezen. Maar toch: in Brussel was niemand ervan uitgegaan dat Duitsland Israël zo hard zou laten vallen.

Van Nederland wist niemand het helemaal zeker, todat minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) gistermiddag zei dat zijn regering niet zou voorstemmen in New York. Nederland geldt, anders dan bijvoorbeeld België, al heel lang als bondgenoot van Israël. De afgelopen jaren, onder het eerste kabinet-Rutte, was die pro-Israëlische houding nog sterker en duidelijker – in Brussel werd ervan uitgegaan dat dat vooral kwam door de vorige minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, die onvoorwaardelijk voor Israël koos.

Bij collega’s uit landen die kritisch stonden tegenover Israël wekte Rosenthal irritatie op, bij anderen vooral verbazing. „Tien of twintig jaar geleden had hij nog in de politieke context gepast”, zegt een EU-diplomaat.

De meeste EU-landen werden de afgelopen jaren ongeduldiger over Israël, vooral omdat de bouw in Joodse nederzettingen in bezet Palestijns gebied niet stopte. „Maar het is ook weer niet zo”, zegt een Brusselse bron, „dat de posities van de landen fundamenteel zijn veranderd.”

In België, dat in het Midden-Oostenbeleid vooral Frankrijk volgt, leek het er begin deze week zelfs op dat het land een omgekeerde beweging maakte: minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders zou overwegen om zich te onthouden van de stemming in de VN. Dat ging toch niet door, België stemde vóór een nieuwe status voor de Palestijnen.

Israëlische politici hoeven er voorlopig in elk geval niet bang voor te zijn dat de EU-landen hen gezamenlijk onder druk zetten. EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton deed nauwelijks moeite om de 27 landen zover te krijgen dat ze een gemeenschappelijke positie zouden innemen in New York. De ene na de andere Europese minister van Buitenlandse Zaken reisde de afgelopen weken naar Israël, de Palestijnse Gebieden, Egypte. Ashton ging naar Georgië.