‘Westen schuldig aan rol van jihadisten in Syrië’

„De revolutie was pacifistisch” zegt filmmaker Orwa Nyrabia. Maar seculiere activisten kregen geen steun, en jihadisten wel.

De Syrische militaire inlichtingendiensten pakte documentairemaker Orwa Nyrabia uiteindelijk in augustus op. „Ik was er lange tijd in geslaagd niet te worden gepakt, maar toen arresteerden ze een paar van mijn vrienden en die werden onder foltering gedwongen namen te geven.”

Nyrabia maakte deel uit van de Plaatselijke Coördinatie Comités, die niet-gewelddadig verzet tegen het regime organiseren. Hij zat drie weken vast. Omdat hij financiële steun kreeg uit het buitenland, onder andere van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie HIVOS, het Prins Claus Fonds en IDFA, verdachten ze hem van spionage.

Hij werd heel slecht behandeld. „Maar dat was in werkelijkheid een privilege, want alle anderen werden gruwelijk aangepakt. Ik werd geslagen en in een cel van 21 vierkante meter geperst met tachtig anderen. Ik hoorde 24 uur per dag geschreeuw van gefolterde mensen. Mijn ondervragers bedreigden me en chanteerden me op elke mogelijke manier. Maar wat zo schokkend was dat ze de anderen zoveel erger aanpakten.”

„De mensen in mijn cel waren merendeels 20-jarige dienstplichtigen die ervan werden beschuldigd te denken over desertie. Dit regime denkt God te zijn en over je bedoelingen te kunnen oordelen.”

Nyrabia kwam vrij door een campagne van de internationale filmgemeenschap. „Niet omdat ik een superstar ben, maar omdat iedereen een schuldgevoel had over Syrië. Ze waren tot dan afgeschrikt om er iets over te zeggen door de westerse media, die altijd laten zien hoe ingewikkeld de situatie er is. Maar je kunt zonder risico opkomen voor een collega. De campagne ging niet over mij, maar over Syrië.”

Nyrabia is behalve filmmaker een van de oprichters van DoxBox, het grootste festival van onafhankelijke documentaires in de Arabische wereld. Het lijkt opmerkelijk dat een repressief regime als dat van Assad een onafhankelijk festival toestond.

„We zochten nooit de confrontatie. Het was onze prioriteit hun te dwingen ons te laten doorgaan, niet om grote gevechten aan te gaan die ons een heldhaftig imago zouden geven maar zouden resulteren in het einde van ons festival. In plaats van een film over Assad toonden we er een over [de Chileense dictator] Pinochet. We wisten dat ons publiek bij het verlaten van het theater zou praten over Syrië, niet over Chili.”

Bovendien claimde het regime dat ze meer ruimte gaven voor artistieke expressie. „Zij wilden een filmfestival om te kunnen zeggen: de culturele sector is onafhankelijk. Wij gebruikten dat. ”

Er was dit voorjaar geen vijfde editie van DoxBox. „Dan zouden we werkelijk zijn gebruikt als bewijs dat het regime alles onder controle had en het land zijn normale gang ging. Het was voor ons onaanvaardbaar om het regime die kans te geven, terwijl onze mensen letterlijk hun bloed vergoten.” In plaats daarvan werd DoxBox Global Day georganiseerd: „geen films uit de wereld in Syrië, maar films uit Syrië in 38 verschillende steden”.

Een nieuwe oppositiecoalitie onder de gematigde geestelijke Moaz al-Khatib moet nu de opstand tegen Assads regime gaan coördineren. Nyrabia steunt die en hij vindt de keuze van Moaz „een goede manier om de extremisten te neutraliseren”. „De Syrische maatschappij is vijftig jaar lang onderdrukt en onwetendheid is haar opgedrongen. Onderwijs is vergaand gecorrumpeerd. Wetenschap heeft zich niet ontwikkeld. De door Assad opgedrongen verschijningsvorm van secularisme dreef mensen naar religie. Dus als mensen zich uiteindelijk kunnen uitdrukken, komen ze allereerst op voor hun godsdienst. Bij een klein aantal mensen gaat dat in een gevaarlijke richting.”

Nyrabia zegt het Westen volledig verantwoordelijk te stellen voor de rol van deze jihadisten. „De eerste zes, zeven maanden was de revolutie pacifistisch, en iedereen hoopte op democratie en pluralisme. De activisten stonden allemaal dicht bij de idealen van liberalisme en secularisme. Maar ze kregen geen steun. Het Westen bleef zitten toekijken. Daarentegen kreeg het kleine aantal radicale moslims een hoop geld en steun uit het buitenland.” Het gaat daarbij om geld uit Arabische Golfstaten.

„We zijn ons ervan bewust dat het Westen alleen in actie zal komen als zijn belangen in het geding zijn. Maar als mensen in het Westen bang zijn dat Syrië een gevaar wordt, moeten ze handelen. Wij, seculiere dromers van democratie, worden terzijde geschoven als mensen die praten maar niets doen. Maar wij krijgen geen middelen.”

Of het het Westen blijft toekijken, of niet, zegt hij, het Syrische volk gaat door. „De strijd zal zoveel kostbaarder worden, hij zal zoveel meer levens eisen. Er komen meer extremisten. Maar we stoppen niet.”