Vrijspraak voor ex-premier Kosovo

Advocaat Ben Emmerson (derde van rechts) van de vrijgesproken Haradinaj geeft een toelichting op het vonnis. Foto Koen van Weel

Ramush Haradinaj, oud-guerrillastrijder en oud-premier van Kosovo, is vanmorgen in hoger beroep door het Joegoslavië-tribunaal vrijgesproken van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Ook Idriz Balaj en Lahi Brahimaj, twee voormalige strijders van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, werden vrijgesproken.

In Servië is onthutst gereageerd op het vonnis, te vergelijken met de reacties twee weken geleden op de vrijspraak van de Kroatische generaal Ante Gotovina en politiecommandant Ante Markac.

In 2008 werden Haradinaj en Balaj ook al vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs – Brahimaj kreeg toen zes jaar gevangenisstraf opgelegd – maar een beroepsrechter bepaalde dat het proces deels moest worden overgedaan. De VN-aanklagers hadden destijds veel moeite om getuigen naar Den Haag te krijgen omdat die werden bedreigd. De rechters sloten de zaak af voordat de aanklagers twee cruciale getuigen naar Den Haag konden halen.

Het vonnis werd relatief vroeg geveld, dat duidt meestal op een vrijspraak zodat de verdachten nog dezelfde dag op het vliegtuig kunnen worden gezet. In de zaal klonk luid applaus, nadat rechter Bakone Molote het vonnis had voorgelezen.

Na de Kosovo-oorlog in 1999, waarmee de NAVO het Servische gezag uit Kosovo verdreef, was Haradinaj nauw betrokken bij de omvorming van het UÇK tot het Kosovo Beschermingskorps (KPC). Hij stichtte een eigen partij, de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK). Die is sindsdien een belangrijke politieke factor in het land. Haradinaj was 96 dagen premier toen hij op 10 maart 2005 werd aangeklaagd. In Kosovo wordt er rekening mee gehouden dat hij binnen een paar jaar het land opnieuw gaat leiden.