Vergeet de trein naar België, neem maar liever de auto

Het opheffen van de Beneluxtrein zal het viezere autoverkeer tussen Vlaanderen en Nederland aanwakkeren, stelt Wilfried Vandaele.

Vrijdag reis ik keurig in het pak naar het koninklijk paleis op de Dam in Amsterdam voor de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren. Maandag is er in de Eerste Kamer in Den Haag een vergadering van de Interparlementaire Commissie van de Taalunie. Dat zullen meteen mijn laatste ritten zijn met de zogenaamde ‘Beneluxtrein’. Na 9 december 2012 zal die niet meer rijden als verbinding tussen Brussel en Amsterdam. Decennialang bracht de trein een keer per uur reizigers naar Brussel, Mechelen, Antwerpen, Roosendaal, Dordrecht, Rotterdam, Den Haag, Schiphol en Amsterdam. Na de afschaffing enige jaren geleden van de ‘Oostende-Roosendaal’, maakt het wegvallen van de Beneluxtrein het grensoverschrijdende personenverkeer opnieuw moeilijker. Dat heeft gevolgen voor de Nederlands-Vlaamse contacten op verschillende gebieden van de samenleving.

Beroepshalve ging en ga ik sinds 1984 geregeld de grens over. Bijna altijd met het openbaar vervoer. Voor de afschaffing van de Oostende-Roosendaal had ik om het half uur een vlotte verbinding. Straks, als ook de Beneluxtrein wegvalt, wordt het huilen met de pet op. Ofwel neem je de stoptrein, die één keer per uur van Antwerpen naar Roosendaal rijdt en tien keer stopt. Ofwel neem je de snelle Fyra. Die Fyra wordt ingezet op het traject Brussel, Antwerpen, Rotterdam, Schiphol, Amsterdam. Niet handig dus voor wie naar Roosendaal of Den Haag moet. Er zullen voorlopig tien Fyra’s per dag rijden. Dat betekent dat reizigers soms twee uur moeten wachten op de volgende trein. Wie de Fyra neemt, moet vooraf reserveren en moet niet rekenen op kortingen (bijvoorbeeld voor studenten). De tarieven liggen 30 tot 140 procent hoger dan voor de Beneluxtrein.

In een vorig leven zat ik mee aan tafel om overeenstemming te zoeken tussen de Nederlandse en Vlaamse natuur- en milieuverenigingen over het traject voor de Hoge Snelheidstrein. Het argument waarvoor die verenigingen toen gevoelig waren, was dat de snelle trein het vliegtuig- en autoverkeer zou terugdringen en dus goed was voor het milieu. Het opheffen van de Beneluxtrein zal dat alvast niet zijn. De verleiding wordt immers groot om toch maar de auto te nemen in de plaats van een trein waar je op voorhand voor moet reserveren, die niet frequent rijdt, niet stopt waar je zijn moet, en bovendien erg duur uitvalt.

Wij kunnen niet anders dan de afschaffing van de Beneluxtrein betreuren. Het is een nieuwe stap in de verschraling van het grensoverschrijdend openbaar vervoer tussen Nederland en Vlaanderen. Voor heel wat Nederlanders die met Vlaanderen samenwerken, of die in Vlaanderen werken, of voor toeristen, wordt het straks moeilijker en duurder om de grens over te geraken.

Een ‘gewone’ trein, die minimaal een keer per uur de grens over gaat tussen Antwerpen en Roosendaal, en met goede verbindingsmogelijkheden met de rest van het net, is onmisbaar. In een brief aan de Tweede Kamer zegt de Nederlandse minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen (VVD) dat er wel een tussenoplossing kan komen, maar dat België daarvoor mee moet betalen. Dat wil België niet.

Vlaanderen heeft een zeer intensieve samenwerking met Nederland, wij hebben daar zelfs internationale verdragen en afspraken over gemaakt, zoals het Taalunieverdrag en het Cultureel Verdrag, maar vervolgens schaffen we treinen af die ons naar elkaar toe brengen.

Wilfried Vandaele is Vlaams volksvertegenwoordiger, ondervoorzitter van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie en gewezen secretaris van het Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland.