Verfilming carnavalsroman Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen. Foto Bram Budel

Naar de overkant van de Nacht, de zesde roman Jan van Mersbergen, wordt verfilmd. Dat laat Boekblad weten. Filmproducenten Pupkin en Rinkel Film willen in het voorjaar van 2014 in Venlo beginnen met filmen.

Aan Boekblad lieten de filmproducenten weten waarom ze Van Mersbergens roman geschikt vinden voor een verfilming:

 ‘Zelden is de roes en de rede tijdens carnaval zo mooi verweven en invoelbaar verteld als in dit intieme boek van Van Mersbergen. Krachtig hoe je meegaat met een eenling die zich overgeeft aan de losbandigheid van Vasteloavend, waar vriendschappen voor een nacht worden gesloten en een tragisch verleden in een dronkemansroes wordt onthuld.’

Naar de overkant van de nacht verscheen in 2011 gaat over de 38-jarige Ralf die aan zijn bestaan in een rijtjeshuis met vier ongelukkige kinderen en een oververmoeide vrouw wil ontsnappen door de carnaval in Venlo te bezoeken. Van Mersbergen won met zijn carnavalsroman in 2011 de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Dit jaar werd hij genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

NRC-redacteur Ward Wijndelts sprak eerder dit jaar namens de Boekenblog Van Mersbergen bij terugkomst van carnaval. Het was de eerste carnaval die de auteur bezocht sinds zijn boek was uitgekomen. Aan Wijndelts gaf Van Mersbergen te kennen carnaval door zijn roman anders te hebben beleefd:

‘Het was nog emotioneler. Ook doordat er een hoop in mijn leven is gebeurd. Ik kreeg enorm veel reacties op het boek. Ik stond de helft van de tijd te janken, daar in Venlo. Het kwam er allemaal uit. Op blauwe zaterdag moest ik voorlezen voor ik-weet-niet-hoeveel honderd mensen. Niet te geloven. En toen nog een lied gezongen met de jongens.’

Op de vraag van Elsbeth Etty, in een interview in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad, in hoeverre de auteur leek op de hoofdpersoon van zijn roman antwoordde Van Mersbergen:

‘Ik zat net zo in mezelf opgesloten als hij. Negen jaar geleden, kort na de geboorte van mijn kind, kreeg ik zaadbalkanker. Daar kon ik nauwelijks over praten, ook niet met mijn vriendin. Nu kan ik dat wel, dankzij die vriendenclub waarmee ik carnaval vier. Carnaval geeft de warmte die ik nodig heb. Soms staan we gewoon met z’n allen te huilen en vertel ik dingen waar ik nooit over praat. Dat heeft me ook geholpen bij het schrijven van deze roman, die veel explicieter is dan mijn vorige boeken. Mijn persoonlijke verhaal heeft de roman zelfs ingehaald. Toen het boek af was, ben ik bij mijn vriendin weggegaan. Daarmee is het een afscheidsroman geworden, dat voelde ik al tijdens het schrijven, afscheid van de beklemming die ik mezelf aandeed.’