Van winderige Uithof naar de wonderbaan van Inzell

Schaatscoach Wim den Elsen leidde toppers als Gianni Romme en Kjeld Nuis op. Nu traint hij in Inzell talenten uit kleine schaatslanden.

Snel het ijs af, trainingsjack wisselen en Wim den Elsen staat klaar om zijn volgende schaatser te coachen, uit weer een ander land. Steeds zijn timmermansoog op de kruising, kort en bondig praten na de race. In de A-groep met de Poolse sprintsensatie Artur Was, de Fransman Benjamin Macé of de Let Harold Silovs. Maar net zo lief anoniem in de B-groep met de Zweedse Johanna Östlund. „Dit is de gewestelijke selectie van de hele wereld”, zegt Den Elsen. „Hier ben ik weer de trainer zoals vroeger in het gewest Zuid-Holland.”

Wereldbekerraces in Heerenveen, Kolomna en dit weekeinde in Astana. Straks de grote toernooien, EK en WK’s. Zijn leven is veranderd sinds Den Elsen (64) deze zomer koos voor het avontuur als coach van de Kia Speedskating Academy in Inzell, waar talenten uit kleine schaatslanden de kans krijgen zich te ontwikkelen. Ruim 25 jaar leidde hij in Zuid-Holland op de Haagse Uithof schaatsers op, van Gianni Romme tot Kjeld Nuis en van Paulien van Deutekom tot Diane Valkenburg. „We konden ook afmaken, met Bob de Jong of Ralf van der Rijst. Ik had mijn hart verpand aan het gewest.”

Hoeveel insiders ook hoog opgeven van de trainerskwaliteiten van Den Elsen, over zijn eigen prestaties moet dit verhaal niet gaan. Vindt hij. Wie wil nou weten waarom hij nooit eerder overstapte naar een commerciële topploeg? Natuurlijk waren er kansen, zoals hij ook naar Noorwegen kon. Maar zijn baan als begeleider van bouwprojecten gaf hij nooit op. „Als schaatscoach raak je zo aan de bedelstaf.” En er was de ziekte van zijn vrouw. „Dan kun je niet zomaar weg gaan, ik wilde haar niet in de steek laten. Ze is 27 jaar ernstig ziek geweest, in januari is ze acht jaar overleden. Daardoor heb ik dingen niet gedaan.”

Ook wil hij het niet teveel meer hebben over de teloorgang van de schaatsgewesten, ooit kraamkamer van talent en nu leeg gezogen door commerciële ploegen. „Het gewest bestaat niet meer, is afgegleden naar clubniveau. Alles stort in. Beleid van de KNSB, ik kan er ook niets meer aan doen. Het managersvirus dat in Nederland regeert, slaat ook toe in het schaatsen. Mensen beslissen over dingen waar ze geen verstand van hebben. Als het fout gaat mag de volgende het opknappen.”

Toen was daar in juni plotseling dat telefoontje van Marnix Wieberdink, de Nederlandse eigenaar van de schaatsacademie in Inzell. ‘Zijn’ gewest op instorten, zelf bijna met pensioen, privé geen belemmeringen. Doen, dacht Den Elsen. „Inzell blijft een schaatsmekka.” Hij keek zijn ogen uit in de academie, in het voormalige ziekenhuis. „Ik was er al eens geweest, in 1973. Toen had ik mijn hand opengehaald bij het slijpen. Nu kom ik terug en is het schitterend verbouwd. En we hebben alle voorzieningen, een eigen kok, paramedisch team, twee trainers.”

Hij werkt samen met voormalig topsprinter Jeremy Wotherspoon, die al een jaar eerder begon als coach in Inzell. „Jeremy komt net uit de wedstrijdsport, staat als het ware nog na te dampen. Ik breng meer de rust, de ervaring van 42 jaar schaatssport. Maar hij heeft zo’n oog voor microdetail. En hoe deze man een bocht kon rijden. Soms kijken we samen oude beelden terug, analyseren. Schitterend.”

Zijn eigen rol? „Ik schijn een motiverende, inspirerende leider te zijn. Bleek uit onderzoek. Zelf denk ik daar nooit over na. Marnix wil dat ik me meer laat gelden. Dan zeg ik dat hij rustig moet wachten. Als ik een knal geef, is het echt raak. Het draait om het juiste moment. We zitten hier met Engelsen, Koreanen, Fransen, Zweden, Letten, Esten, alles. Verschillende milieus, culturen, achtergronden. Maar voor mij is iedereen is gelijk. Ik treed alleen op als ze zich niet aan de regels houden.”

Verschillende nationaliteiten, verschillende niveaus. „Sommigen rijden wereldbeker, op dat niveau gaat het om adviseren. Anderen zijn van gewestelijk niveau. Zij hebben er niets aan dat neus, teen of vinger goed staan. Die schaatsers moet je eerst in een vorm buigen. Dan bepaal je als trainer wat er gebeurt en ben je de leraar, niet zo’n aardige man. Ik heb in Zuid-Holland mijn leven lang met die twee groepen tegelijk gewerkt. Ik kan dat.”

Sprinter Was won in Thialf als eerste schaatser van de academie een (zilveren) medaille bij de wereldbeker. En verder? „Het doel om iedereen er af te rijden is niet reëel. We willen schaatsers kansen bieden die dat in eigen land niet hebben. Het belangrijkste is dat we de sport breder ontwikkelen. Voor de olympische status heb je 25 landen nodig, dat zijn er nu 19. Zo gezien heeft Nederland ons ook nodig om de sport te ontwikkelen. En we hopen dat via onze schaatsers hier en daar een vonk overslaat die in hun eigen land tot ontbranding komt.”