Polderoverleg krijgt crisisimpuls

De harde krimp van de economie dwingt sociale partners weer aan tafel voor nieuwe afspraken. Maar spreken van een ‘sociaal akkoord’ is taboe.

DEN HAAG - Voorzitters van de Stichting van de Arbeid Ton Heerts (L) en Bernard Wientjes na afloop van de ontmoeting met informateurs en onderhandelaars aan de formatietafel. De voormannen van werkgevers en werknemers waren uitgenodigd met het oog op de gemeenschappelijke opgaven waar alle betrokkenen de komende jaren voor staan. ANP PHIL NIJHUIS Phil Nijhuis

Angstvallig deden voorlichters op Prinsjesdag nog hun best om te voorkomen dat werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes en FNV-voorzitter Ton Heerts gemeenschappelijk voor een televisiecamera verschenen. Twee weken terug schoten voorlichters in eenzelfde kramp toen premier Mark Rutte nietsvermoedend een gemeenschappelijk treffen van sociale partners met de nieuwe minister van Sociale Zaken, Lodewijk Asscher, aankondigde. Nee, van gezamenlijk overleg was geen sprake, bezworen ze; vakbonden en werkgevers zouden apart bij de minister verschijnen voor „een kennismaking”. Dat was voordat Nederland werd opgeschrikt door een onverwachte krimp van de economie in het derde kwartaal.

Morgen schuiven Rutte, Asscher, Heerts en Wientjes om de tafel. Dat daar niet meer geheimzinnig over gedaan wordt is misschien wel te danken aan de oplopende werkloosheid. Heerts, voor wie het zonder mandaat van zijn achterban lastig manoeuvreren is, kondigde de bijeenkomst tot verbazing van werkgevers afgelopen weekend zelf aan tijdens een openbaar debat met Wientjes over de kansen van sociale partners onder het nieuwe kabinet. Partijen spraken daarbij nadrukkelijk niet van een sociaal akkoord maar van een ‘sociale agenda’. Ook Wientjes benadrukte dat de gesprekken niet gericht zijn op het bereiken van „een groot akkoord” maar dat het gaat om het herstellen van vertrouwen in de overlegeconomie „over een langere periode”.

Maar volgens een betrokkene zitten „alle drie de partijen met de handen in het haar”. Want niemand had verwacht dat de Nederlandse economie zo snel, zo hard achteruit zou hollen. De werkloosheid loopt in rap tempo op tot voorbij het laatste hoogtepunt in 2005. Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2008 waren werknemers niet zó onzeker over hun baan. De overheid maakt zich zorgen of het de ingeboekte bezuinigingen op deze manier wel gaat halen en werkgevers vrezen voor de toekomst van hun bedrijven. Daar komt nog eens bij dat zowel vakbonden als werkgevers ongelukkig zijn met de maatregelen uit het regeerakkoord. De inperking van de WW-duur is de vakbonden een doorn in het oog; werkgevers begrijpen niet waarom ze 1,3 miljard euro meer WW-premie moeten betalen terwijl de hoogte en duur van de uitkering naar beneden gaat.

En dus deed Wientjes afgelopen weekend een handreiking aan werknemers. Als de vakbonden pensioengeld investeren in hypotheekleningen van de banken, krijgen de banken op hun beurt weer lucht om kredieten te verlenen aan het bedrijfsleven zodat zij de economie kunnen aanjagen. De maatregel moet ook rust geven op de huizenmarkt en de noodlijdende bouwsector uit het slop trekken. In ruil zegt Wientjes ook te kunnen leven met een minder soepel ontslagrecht dan in het regeerakkoord is afgesproken en valt er te praten over het (deels) terugdraaien van de WW-hervormingen.

Hoeveel ruimte Asscher zal geven voor deze uitruil en of Heerts zich gesteund weet door zijn achterban is de grote vraag. Asscher kondigde eerder aan niet te zullen tornen aan de ingeboekte bezuinigingen en een eventuele polderdeal alleen mogelijk te maken binnen de afgesproken financiële kaders. Wel heeft hij 250 miljoen euro extra om jaarlijks uit te geven aan verzachtende maatregelen die het overleg vlot kunnen trekken.

Dat is volgens vakbonden echter niet genoeg. De FNV doopte de 250 miljoen al snel tot „een fooi” en Heerts stelde zijn handtekening niet te zullen zetten onder de verlenging van de WW met een half jaar, die de PvdA zegt te kunnen betalen van die 250 miljoen euro. Nu is de maximale WW-duur 38 maanden. Het kabinet Rutte II wil dat echter terugdringen tot twee jaar, waarvan het tweede jaar een uitkering is op bijstandsniveau.

Volgens hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer kan een oplossing voor deze dreigende patstelling zijn om de WW in zijn huidige vorm onder beheer van sociale partners te plaatsen. Daarmee krijgen vakbonden en werkgevers weer zelf controle over de kosten van werkloosheid en doen zij mogelijk samen meer om werkloosheid te voorkomen. Zo kunnen zij bovendien bewijzen dat de ingeboekte bezuiniging van 750 miljoen euro die de WW-hervorming moet opleveren ook gehaald kan worden door te investeren in met ontslag bedreigde werknemers en ze preventief naar ander werk te begeleiden, meent De Beer. Iets waar de PvdA zich ook hard voor zegt te willen maken.

Het is een oude wens van Heerts sociale partners weer verantwoordelijk te maken voor de WW. Hij meent dat de tijd er nu rijp voor is en wil dat de SER de mogelijkheden gaat onderzoeken. Hij hoopt werkgevers mee te krijgen nu zij hoe dan ook met de oplopende kosten worden geconfronteerd. Voordeel voor de overheid is dat oplopende tekorten in de werkloosheidsfondsen – nu een tekort van 5,1 miljard euro – dan mogelijk niet meer meetellen voor de Europese begrotingsregels. Oplopende kosten betekent een oplopend begrotingstekort dat het kabinet Rutte II nu juist wil terugbrengen onder de drie procentsnorm uit Brussel.

Asscher hintte in zijn laatste treffen met de Kamer echter eerder op kortetermijnmaatregelen om de oplopende werkloosheid tegen te gaan. Te denken valt aan herinvoering van de deeltijd-WW of een variant die vooral ouderen moet beschermen, zoals deeltijdpensioen. Met die handreiking aan vakbonden komt een sociaal akkoord wellicht op een later moment binnen handbereik. Tot die tijd zijn die twee woorden echter taboe.