Met wasmachine en koelkast de ruimte in

Weg met de wergwerpcultuur, zegt politicoloog Monique Samuel. We zijn als kinderen die steeds meer en meer willen. Ten koste van het milieu.

Returned and dissasembled parts for the Fujifilm Holdings Corp. QuickSnap disposable camera sit piled before recycling at the company's production facility in Greenwood, South Carolina, U.S., on Thursday, Jan. 12, 2012. South Carolina will hold its Republican presidential primary on Jan. 21. Since 1980, every Republican who has won the South Carolina primary went on to be the party's nominee. Photographer: Ariana Lindquist/Bloomberg Bloomberg

Politicoloog en auteur

Het is nu echt zover. De consument kan de kosmos in. Voor het schamele bedrag van 73.333 euro vlieg je met MediaMarkt naar de ruimte. Maar de ‘Samsung Ultimate Space Experience Pack’ omvat meer dan een retourtje gewichtloosheid. Bij het bedrag van de ruimtevlucht zit een Samsung-productenpakket bestaande uit een wireless audio book, wasmachine, koelvriescombinatie, led tv, Smart camera, Galaxy telefoon en Galaxy Tab.

Vreemd, je zou verwachten dat iemand die zo’n ruimtereisje kan betalen toch wel over een wasmachine en koelkast beschikt. De kortstondige gewichtloosheidservaring die straks honderden, duizenden, wellicht tienduizenden welbedeelde consumenten ondergaan, gaat gepaard met een hoog prijskaartje voor het milieu. Niet alleen moet de consument eerst naar Curaçao vliegen voor de vertrek en landing van de kleine spaceshuttle, ook de ozonlaag zal worden aangetast door de kostbare brandstof die de kleine raket de dampkring in blaast.

De introductie van de commerciële ruimtereis baart mij zorgen, maar het uitgebreide productenpakket vind ik zo mogelijk nog meer een teken aan de wand. De consument wordt immers bewust aangezet tot overconsumptie.

Terwijl het westelijk halfrond de grootste economische crisis sinds de jaren 30 van de vorige eeuw doormaakt, lijkt de consumentenelektronica telkens weer een nieuwe vlucht te nemen. En niet alleen consumentenelektronica… Juist nu de overheid tientallen miljarden bezuinigt en straks zelfs de rijken in koopkracht achteruitgaan, groeit de markt van luxegoederen en servicediensten. De middenklasse investeert duizenden euro’s in (draadloze) elektronica, Tommy Hilfiger en McGregor-merkkleding, Apple-apparatuur en Nespresso-koffie. Zelfs om zeepjes en doucheartikelen wordt tegenwoordig een hele cultus gecreëerd met alleen al in een stad als Den Haag zo’n tien exclusieve zeepwinkels waar je speciaal huidadvies krijgt en je voor twintig of dertig euro het beste zeepje af kan rekenen.

We werden in een groot onderzoek van de Amerikaanse politicoloog Ronald Inglehart in 2000 nog de meest postmoderne natie ter wereld genoemd – lees: een land waar minder nadruk wordt gelegd op materiële welvaart en meer belang wordt gehecht aan grote waarden als duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en milieu. Maar nu veranderen we steeds meer in een materialistische samenleving van ‘infantiele consumenten’, zoals de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber de menselijke hang naar overmatige consumptie noemt.

Bedrijven proberen bij ons een voortdurend verlangen naar meer en nieuwere producten op te wekken. Reclames spelen slim in op ons verlangen om geliefd te zijn en handige pr-mensen weten perfect hoe ze ons het knagende gevoel moeten geven dat we nog iets missen, iets nodig hebben, iets wat ons leven significant beter maakt. Zo houden ze bewust een kinderlijk verlangen in stand naar het nieuwste type, het snelste model, zodat we maar blijven kopen en kopen, ook als daar geen enkele noodzaak toe bestaat.

In de afgelopen decennia heeft er een enorme mentaliteitsverandering plaatsgevonden. Kochten onze (groot)ouders hun eerste wasmachine voor het leven en deden ze zeker zo’n 25 of 30 jaar met hun stalen wastrommel, de nieuwste wasmachines gaan acht, krap tien jaar mee. Waarom zouden fabrikanten nog onverslijtbare producten ontwikkelen? Er valt veel meer te verdienen aan goedkopere wastrommels die binnen enkele jaren aan vervanging toe zijn. Daarbij, over enkele jaren vindt de consument z’n wasmachine toch hopeloos verouderd omdat het geen automatisch voorwasprogramma heeft en wil hij (of zij) net zo’n mooie Miele als de buurvrouw.

Dit geldt nog veel sterker voor kleine consumentenelektronica zoals laptops, mobieltjes, camera’s, tablets en spelcomputers. Onze vrienden en collega’s weten wellicht niet hoe ons strijkijzer eruitziet, maar ze zullen ons wel enthousiast aanstoten als we de nieuwste iPhone op tafel leggen. Daarom lukt het grote multinationals elke keer weer urenlange rijen op de been te brengen voor de nieuwste telefoon, het laatste model van een apparaat dat soms nog maar een jaar uit is.

Maar in dat ene mobieltje dat nu al door een ander abonnement wordt vervangen zitten kostbare mineralen die buitengewoon schaars zijn. In dat apparaatje zitten grondstoffen die onder afgrijselijke omstandigheden worden gedolven. In dat hebbedingetje zitten chips en schermpjes die decennialang mee zouden kunnen gaan als wij ze niet binnen anderhalf jaar bij het chemisch afval gooiden.

We leven in een wegwerpcultuur. En ondertussen doen de grote multinationals hard hun best om nog meer wereldburgers kinderlijk afhankelijk van hun producten te maken. Want ook de jonge middenklasse in Azië, Afrika en Latijns-Amerika moet net zo ziekelijk verslaafd raken aan grote brandstof slurpende auto’s en wegwerpelektronica. Dat is de zegen van het liberaal-kapitalisme. Dat is goed voor de wereldeconomie en brengt nieuw geld in onze portemonnee zodat we nog veel meer leuke dingen kunnen kopen.

Ons egocentrische en onvolwassen gedrag heeft enorm desastreuze gevolgen – in persoonlijke levens, maar vooral ook voor de komende generaties. Men mag zich verontwaardigd voelen over exorbitante bonussen en het gesjoemel van bankiers (en politici), maar al die vieze, onbetrouwbare en gevaarlijke financiële producten konden slechts ontstaan omdat wij altijd méér willen, ook als we ons dat eigenlijk helemaal niet kunnen veroorloven. Of anders gezegd, ketens als de MediaMarkt en de productontwikkelaars van Samsung leven bij gratie van ons, infantiele consumenten.

Als gevolg van de crises (en groeiende wereldbevolking) stijgen de voedselprijzen wereldwijd. Veel Nederlanders voelen dit in hun portemonnee, maar in de armere gebieden op deze wereld voelen mensen dit in hun maag. Om de desastreuze effecten van de crisis te zien hoef je niet naar arm Afrika af te reizen. De crisis slaat ook in Europa keihard toe. Zo vertelden vrienden van mij die sinds kort voor een hulporganisatie in Kosovo werken, dat bejaarden, voor het eerst sinds de oorlog met Servië beëindigd is, weer door de straten trekken om in afvalbakken naar eten te zoeken.

De verlichting, de evolutieleer en de moderne welvaartsfilosofie proberen ons te laten geloven dat de mensheid altijd vooruitgaat en dat de wetenschappelijke en economische progressie ongeremd is. Dat deze gedachtegang compleet zelfzuchtig is en op de lange termijn onhoudbaar, lijken niet veel mensen te willen horen. Want crisis of niet, onbewust gaan de meesten van ons er nog steeds van uit dat we vooruit blijven gaan en over tien jaar gewoon rijker zijn, groter wonen en zeker in een mooiere auto rondrijden – zelfs als brandstof met de dag schaarser wordt. Juist nu de economische crisis zo hard toeslaat en het einde nog lang niet in zich lijkt, is het een goed moment om op ons liberaal-kapitalistische gedachtegoed te reflecteren en te kijken naar die echte, grote achterliggende crisis: de milieucrisis en de daarbij behorende klimaatverandering die weer eens temeer duidelijk werd met de superstorm Sandy die geheel onverwacht het hart van Manhattan teisterde. De mensheid zal nog door veel meer natuurrampen, voedseltekorten en grondstofschaarste geteisterd worden als we niet nu ingrijpen en erkennen dat we zullen moeten minderen – niet alleen nu onze portemonnee wat leger is, maar juist ook straks als de economie weer aantrekt en we allemaal naar de ruimte kunnen vliegen.

Komende zaterdag verschijnt ‘Dagboek van een zoekend christen’ van Monique Samuel (23). In het boek gaat ze aan de hand van de tien geboden in op de grote vragen van deze tijd en zoekt ze naar de betekenis van religie in een land waar God al lang vergeten lijkt. Uitgeverij Ark Media, 136 pag. 12,50 euro.

    • Monique Samuel