Klimtoestellen in tuin Rijks

Aldo van Eyck-iglo in Osdorp, ca 1963. Foto: Cas Oorthuys / Nederlands Fotomuseum.

Zeven speeltoestellen van architect Aldo van Eyck zijn gisteren uit Amsterdam Nieuw West verhuisd om in het voorjaar in de tuinen van het Rijksmuseum terug te keren. In de tussentijd worden ze gerestaureerd.

De klimtoren, klimkoepel, klimtrechter, klimboog, twee duikelrekjes en een dubbel duikelrek zullen niet alleen worden tentoongesteld, kinderen kunnen er ook vrijelijk op spelen.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog heeft Van Eyck (1918-1999) ruim zevenhonderd speelplaatsen door heel Amsterdam ontworpen. Van Eyck, die van 1947 tot 1951 voor de dienst Publieke Werken van de gemeente werkte, was een groot voorstander van de speelse stad, een plek waar alle mensen, dus ook kinderen, zich thuis voelen.

De speelplaatsen werden als een netwerk in de stad aangelegd. De opgroeiende kinderen moesten zo licht, lucht en ruimte krijgen In de jaren tachtig zijn door bebouwing, verwaarlozing of vervanging door parkeerplaatsen veel speelplaatsen verdwenen.

Voor Van Eyck waren de speelplaatsen oefeningen in niet-hiërarchische composities: een duikelrekje was door de plaatsing in de ruimte even belangrijk als de grote zandbak die niet als een vast centrum domineerde.

De speeltoestellen vielen op door hun geometrische vormen. Door gebruik van andere dan gebruikelijke materialen zoals aluminium voorkwam hij snelle slijtage en roest.

Van Eyck testte de ontwerpen met zijn eigen kinderen. De ontwerpen moesten de fantasie van kinderen prikkelen. Behalve voor klimmen en koppeltjeduiken konden de klimkoepels ook dienen als huisje, praatheuvel of uitkijkpost. Door ronde vormen te gebruiken moesten ze een zekere zachtheid uitstralen.

In 2002, toen er nog zo’n 90 van de speelplaatsen in Amsterdam over waren, wijdde het Stedelijk Museum een tentoonstelling aan Van Eycks speelplaatsen. Initiatiefnemer en architectuurhistoricus Liane Lefaivre wilde destijds een verband leggen met de art brut van Jean Dubuffet en het werk van Cobraleden. Architectuurschetsen van Van Eyck hingen daar naast werken van deze kunstenaars. Eind vorig jaar organiseerde het Van Eesteren Museum nog de tentoonstelling De Speelse Stad van Aldo van Eyck.

Maar het speeltuig van Van Eyck is niet gereduceerd tot museumattributen. Speeltoestelfabrikanten produceren nog steeds de klimrekken zoals die door de architect zijn ontwikkeld. Bij producent Boer heten de ooit zo moderne toestellen waar Nederlandse kinderen decennialang mee zijn opgegroeid de Classic Play. Van Eyks laatst overgebleven volledige en authentieke speelplaats in Nieuw-West, gelegen aan de Witte Klok, blijft als cultuurhistorisch monument bewaard. In de tuinen van het museum komt een verwijzing naar deze speelplaats.