Hoe God uit Leiden verdwijnt

Willem van Oranje richtte haar op in 1575, nu stopt Leiden met de studie godgeleerdheid. Er waren nog maar drie studenten.

De Universiteit Leiden neemt definitief afscheid van God. Tenminste, God als reëel bestaande entiteit. De studie wereldgodsdiensten blijft, maar de bachelor godgeleerdheid, die voorbereidt op de predikantenopleiding, verdwijnt in 2014. Daarmee komt er een einde aan de oudste universitaire studie van Nederland.

De masteropleiding theologie was per 1 september van dit jaar al uit Leiden verdwenen. De Protestantse Theologische Universiteit, die in Nederland de opleidingen tot predikant coördineert, had besloten deze studie alleen nog aan te bieden op de Vrije Universiteit (VU) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). De Leidse bachelor heeft nu nog maar drie studenten, zegt decaan Wim van den Doel van de faculteit Geesteswetenschappen, waartoe theologie behoort. „Daarom hebben we besloten ermee te stoppen.”

De Leidse opleiding godgeleerdheid ontstond in 1575. Willem van Oranje had in december 1574 besloten dat er „tot een vast stuensel ende onderhoudt der vryheyt” een universiteit moest komen in een van de Nederlandse provincies die in opstand waren gekomen tegen de Spaanse koning. De jeugd kon daar „opgevoedt ende onderrichtet” worden in onder meer de „rechte kennisse Godts”.

Vrijwel meteen na de oprichting van de universiteit ontstond er echter onenigheid over de plek van het religieuze onderwijs binnen de jonge academie. Oranje schreef in 1579 dat de universiteit vooral voor de „professie der Godheyt” was „gefondeert ende opgerecht”. Maar in zijn boek Het bolwerk van de vrijheid over de geschiedenis van de Leidse universiteit concludeert Willem Otterspeer dat ze vanaf het begin zowel een protestantse als een humanistische universiteit was.

Theologie in Leiden kent een bewogen verleden. Aan het begin van de 17de eeuw vond er bijvoorbeeld de strijd plaats tussen de vrijzinnige remonstranten, van wie Jacobus Arminius de voorman was, en de veel strengere preciezen onder leiding van Franciscus Gomarus. De Gomaristen trokken bij de Synode van Dordrecht in 1618 aan het langste eind.

De remonstranten verdwenen echter niet uit Leiden. Sterker nog, in de late negentiende eeuw was de Leidse theologische faculteit de vrijzinnigste van Nederland. De meeste Leidse professoren hadden geen behoefte aan inmenging van de kerk bij het beoefenen van hun wetenschap. Volgens decaan Van der Doel leken zij hiermee al veel op moderne godsdienstwetenschappers. „De scheiding tussen kerk en wetenschap is in Leiden een eeuwenlang proces geweest, dat nu voltooid is.”

Voor sommige gelovigen, vooral uit de remonstrantse hoek, zal dit toch een teleurstelling zijn. Bij het verdwijnen van de predikantenopleiding werd nog de wens uitgesproken dat de Leidse bachelor in samenwerking met de VU en de RUG een mooie toekomst tegemoet zou gaan. Die hoop is ijdel gebleken.

God is verdwenen uit Leiden.