Het Links moet anders en het Groen ook

GroenLinks moet veranderen, zegt Bram van Ojik na gesprekken met leden. Maar hoe dan?

Het links moet anders. En het groen ook. GroenLinks moet op beide vlakken „beter aansluiten bij wat mensen bezig houdt”, zegt de fractievoorzitter van de partij, Bram van Ojik. Hij voerde de afgelopen weken groepsgesprekken met honderdvijftig twijfelende GroenLinksers. Gisteravond stuurde hij alle leden een brief met zijn conclusies.

De belangrijkste inhoudelijke verandering gaat over de sociale zekerheid. GroenLinks steunt de bekorting van de WW-duur en een versoepeling van het ontslagrecht die het kabinet-Rutte wil doorvoeren, niet, zegt Van Ojik. Er bestaat „te weinig begrip” onder de leden, zegt hij, dat GroenLinks de verworven rechten van werknemers aantast in een tijd van snel oplopende werkloosheid.

Afgelopen jaren schoof GroenLinks onder oud-partijleiders Femke Halsema en Jolande Sap op sociaal gebied naar het midden op. In hun verkiezingsprogramma’s stond steeds een inperking van de duur van de werkloosheidsuitkering tot maximaal een jaar, en het ontslagrecht moest „eenduidig” met „korte procedures” worden. De achterban was hier altijd verdeeld over. De top ‘verkocht’ de inperkingen als breder verhaal, een pakket dat zekerheid aan flexwerkers, zzp’ers én mensen met een vast contract moest bieden. Maar dat „wordt in de praktijk te weinig zichtbaar”, concludeert Van Ojik nu.

Dan is er het groene deel: ook dat is te abstract. GroenLinks stond voor een uitruil. De vervuiler betaalt, en de opbrengst van die hogere milieubelastingen wil de partij gebruiken om voor werkgevers de loonkosten voor laagbetaalde arbeid te verlagen. Dat moet concreter, zegt Van Ojik. Dan pas krijgen kiezers het vertrouwen dat GroenLinks nodig is voor „een overgang naar een groene economie”.

En natuurlijk was er de steun aan de politietrainingsmissie naar het Afghaanse Kunduz: daarover bestaat, tot verrassing van Van Ojik, nog steeds onvrede. Het is tweeënhalf jaar geleden dat de fractie het besluit nam, en de onvrede betreft even zo vaak het besluit zelf, als de gang van zaken rond de steun. Daarom wil Van Ojik dat de partij zichzelf opnieuw de vraag stelt „hoe militaire missies kunnen bijdragen aan bescherming van burgers, handhaving van vrede en veiligheid en respect voor mensenrechten”.

Wie moet die nieuwe, helderder boodschap brengen? In 2014 zijn er gemeenteraadsverkiezingen en daar heeft Van Ojik „zijn handen vol aan”, zei hij gisteren bij Pauw & Witteman. Alleen zei hij óók heel eerlijk dat het „niet voor de hand ligt” dat hij zich kandideert als uiteindelijk partijleider, in aanloop naar nieuwe Kamerverkiezingen. Van Ojik zet zichzelf daarmee als passant neer – terwijl het landelijke gezicht van een partij er óók bij lokale verkiezingen toe doet.