Grote beloftes op open dagen Rijkskademie

Beeldende kunst

Rijksakademie OPEN. 1 & 2 dec, 11-19u. Rijksakademie van beeldende kunsten, Amsterdam. ****

Het is een plek waar zwervers, daklozen, zieken – mannen en vrouwen – naar adem liggen te snakken op ondergrondjes van piepschuim, aluminium roosters, hard plastic, papier en spiegelend water. In de postapocalyptische wereld die de Britse kunstenaar Dan Walwin filmt is alles gekunsteld en invoelbaar echt tegelijkertijd, alsof Jeff Wall een samenwerking met Tarkovski is aangegaan.

Walwin laat wind schokkerig rukken aan papier, plastic en piepschuim – totdat het geluid abrupt stopt, alsof het de keel wordt doorgesneden. Hij laat de camera glijden, strelen en af en toe verstarren bij voorwerpen en mensen – hun smerige voeten, hun besmeerde blote benen, hun vertrokken gezichten en borstkassen die zo merkwaardig pompen, alsof de film achteruit wordt afgedraaid.

Walwin (1986) is één van de 56 kunstenaars die dit weekeinde de deuren van zijn atelier voor publiek opent op de RijksakademieOPEN, en het is verleidelijk om in de film van de Brit een verwijzing te zien naar de situatie van het door bezuinigingen geplaagde high tech opleidingsinstituut voor beeldend kunstenaars.

Niemand kan het zijn ontgaan, zo hard heeft de Rijksakademie het afgelopen jaar geageerd tegen haar dreigende opheffing. Die opheffing is verijdeld, nu er in 2013 een samenvoeging komt met het kleinere zusje De Ateliers. Samen zullen de instellingen tien ateliers minder per jaar aanbieden.

Op deze editie van de open dagen – het spektakel waar bijna de voltallige professionele kunstwereld, verzamelaars en liefhebbers op af komt – valt de toegenomen publieksvriendelijkheid op. De routing in het labyrintische pand is verbeterd, plattegronden zijn helderder, er zijn rondleidingen door kunstenaars en de aanwezigheid van particulier geld is voelbaar. Sponsors en particuliere stichtingen hebben zich over ateliers ontfermd, en de Rabobank – sinds kort hoofdsponsor van de RijksakademieOPEN – is er met een heuse ‘Rabo-room’.

Het afgelopen jaar hebben 2200 kunstenaars uit binnen- en buitenland toelating gedaan bij de Rijks. Dertig daarvan zijn aangenomen, waarvan ongeveer de helft uit Nederland komt. Die monsterafvalrace wekt altijd grote verwachtingen, die een aantal kunstenaars jammer genoeg niet waarmaakt. Misschien is de druk op de Rijks te hoog of de begeleiding niet altijd scherp. Van sommige kunstenaars ontstijgt het werk nauwelijks dat van regulier eindexamenwerk, anderen borduren voort op wat al eens eerder, veel indrukwekkender is gedaan.

Gelukkig zijn er ook ateliers waar je van je voeten wordt geblazen – en dat maakt de rondtocht door het gebouw ook werkelijk een interessante speurtocht. De al genoemde Dan Walwin – vanaf dit weekeinde ook te zien in het Amsterdamse P////AKT – is zo’n ontdekking. De Congolese Pathy Tshindele Kapinga evenzeer. Hij herschrijft de (neo-)koloniale geschiedenis van zijn vaderland met een serie bijna wellustig geschilderde ‘koningen’ uit heden en verleden.

Ook zijn er tweedejaars die een sprong voorwaarts hebben gemaakt. Schoot de geëngageerde, Mexicaanse kunstenaar Antonio Vega Macotela bij de vorige editie zijn doel nog voorbij door alles vooral in de overtreffende trap te willen laten zien, dit jaar verbeeldt hij in vijf uiterst doeltreffende, efemere studies het fenomeen uitputting dat zo prominent aanwezig is in een op roofkapitalisme gestoelde samenleving.

De Nederlander Roderick Hietbrink – vorig jaar aanwezig met een magnifieke video waarbij een boom tergend traag een keurig ingericht huis vernietigt – schuwt dit jaar het theatrale niet met een volcontinue performance over groepsdruk en pestgedrag. En de Fransman Jean Hubert laat zien hoe intens een relatie tussen twee mensen kan stranden. Hubert huurde twee topacteurs in, liet ze de tekst van het afscheid voorlezen en filmde dat. Inderdaad, zo simpel kan grote kunst zijn.