'Groepje rond Afghaanse leiders profiteerde van bankfraude'

Een klein groepje Afghanen met nauwe banden met de hoogste politieke kringen in Kabul profiteerde tot 2010 van massale fraude bij Kabul Bank, destijds de grootste particuliere bank van Afghanistan. Toen de fraude twee jaar geleden aan het licht kwam heeft politieke bemoeienis met het onderzoek enkele grote aandeelhouders, onder wie een broer van president Karzai, uit de wind gehouden.

Dat blijkt uit een gisteren verschenen rapport van een internationaal onafhankelijk onderzoeksbureau, dat de ondergang van de bank onderzocht. Kabul Bank werd door Afghaanse en Westerse functionarissen jarenlang aangeprezen als voorbeeld van hoe bankieren volgens westerse stijl een economie op de been kon helpen in een door oorlog verwoest land, aldus The New York Times, die als eerste over het rapport schreef. Maar in feite was de bank niets anders dan een zogeheten piramidespel, stelt het rapport, dat kon blijven bestaan zolang mensen er hun geld aan toevertrouwden.

In de zomer van 2010 bleek 861 miljoen dollar van de bank uit te staan bij negentien mensen en organisaties die allemaal ook banden met de bank hadden, onder meer als grootaandeelhouders. Het merendeel van het geld is verdwenen. De bank hield een dubbele boekhouding bij, waarvan er een volledig fictief was. De onderzoekers ontdekten stempels van niet-bestaande bedrijven die die valse documenten

De oprichter van de bank en tevens grootaandeelhouder, voormalig pokerkampioen Sherkhan Farnood, staat samen met de directeur (zijn voormalige lijfwacht) terecht in Kabul. Maar andere grote aandeelhouders, zoals de broers van president Hamid Karzai en vicepresident Muhammed Qasim Fahim, gaan vrijuit, hoewel ze het meest geprofiteerd hebben van de fraude. Mahmood Karzai zegt dat hij al het geld dat hij van de bank geleend had heeft teruggestort, „inclusief rente”. Het internationale onderzoeksbureau maakt hij uit voor „een stuk braaksel”.