Foto’s van spookachtige psychiatrische inrichtingen

Christopher Payne zette verlaten psychiatrische ziekenhuizen in de VS op de foto. Het Dolhuys toont die naast foto’s van Nederlandse gestichten.

Christopher Payne, ‘Patient Ward, Buffalo State Hospital, Buffalo, New York’ (2003 )

Architectuur van een ideaal: Fotografie van Christopher Payne en Jannes Linders. T/m 20 jan in Museum Het Dolhuys, Haarlem. Info: www.hetdolhuys.nl.

Harvey, Hefferman, Helfstein, Herzlich, Holland, Iorizzo, Jones, Kastova, Kitchen, Krauthamer, Laboy. Op de grote kleurenfoto hangen de gelabelde tandenborstels nog steeds keurig in alfabetische orde in de kast, terwijl de eigenaren ervan allang uit het gesticht zijn vertrokken.

Het beeld maakt deel uit van het project Asylum: Inside the Closed World of state Mental Hospitals van de Amerikaanse fotograaf Christopher Payne (1968). Tussen 2002 en 2008 fotografeerde hij zeventig leegstaande psychiatrische ziekenhuizen in dertig staten in de VS.

Het Dolhuys, het Haarlemse museum voor psychiatrie, heeft de serie van Payne binnengehaald en de bekende architectuurfotograaf Jannes Linders (1955) opdracht gegeven een aantal vergelijkbare inrichtingen in Nederland te fotograferen. In beide landen immers is de geestelijke gezondheidszorg ‘vermaatschappelijkt’. In de jaren zestig en zeventig vatte de overtuiging post dat het niet goed was om geesteszieken in isolement op te sluiten, maar dat ze beter dichter bij de maatschappij konden worden gebracht. Sommigen gingen op straat leven, anderen in projecten voor beschermd wonen.

Tandenborstels, koffers, de haardrogers nog in de kapsalon: de Amerikanen zijn vaak nogal abrupt vertrokken. De inrichting werd gesloten en iedereen dacht: wegwezen hier! In een verlaten gang staat nog een eenzame, rode, kunstleren stoel. Op de zolder van een inrichting in de staat Tennessee bleven alle kartonnen koffers achter, inclusief een aantal handgeschreven brieven die inmiddels onder het stof liggen; in Maryland is er nog een hele kamer bezaaid met dozen met patiëntendossiers. Aan een knaapje hangt een dwangbuis, klaar voor gebruik. Hier groeien intussen de bomen door het dak, daar is de vloer met verfschilders als vellen papier bedekt.

Voor zover je dat aan de leegstaande gebouwen af kunt lezen, vallen de massaliteit en de anonimiteit op van het leven in zo’n psychiatrische opslagplaats. En toch zijn deze gebouwen ooit met trots ontworpen en ingericht. Tussen midden negentiende eeuw en begin twintigste zijn er in de VS meer dan 250 inrichtingen gebouwd, waarvan vele tot de grootste gebouwen van het land behoorden. Nu lijken het Harry Potter-kastelen die in afwachting van een onbestemde bestemming steeds verder in verval raken. Maar toen ze werden gebouwd, waren het oorden van hoop, door de artsen en architecten beschouwd als een veilige vluchtplaats waar de patiënten genezing zouden vinden. Marmeren trappen, imposante gevels – in elk geval naar buiten toe waren dit belangrijke instellingen. ‘Architectuur van een ideaal’, zoals de titel van de tentoonstelling luidt. In het voorwoord van het gelijknamige boek beschrijft de arts Oliver Sacks ze als plekken „waar men zowel gek als veilig kon zijn”.

Het Dolhuys vroeg Jannes Linders om bij zeven instellingen de sporen van de ‘vermaatschappelijking’ in Nederland vast te leggen en dan vooral die waarvan het museum de collecties in huis heeft, zoals het St. Willibrordus in Heiloo, St. Bavo en Sancta Maria in Noordwijk en Duin en Bosch in Castricum. Hij heeft gezocht naar de elementen die de essentie van de instelling vangen. In Dijk en Duin zijn dat de isoleercel met lekkagesporen op de grond, het mortuarium, de begraafplaats. In de Valeriuskliniek in Amsterdam – die overigens nog steeds in bedrijf is – is dat het kleurige net dat in het trappenhuis is gespannen om zelfmoord onmogelijk te maken. In Duin en Bosch heeft Linders een foto gemaakt die letterlijk met de Amerikaanse gebouwen ‘rijmt’: een lege gang waarin alle deuren openstaan, deuren die door de jaren heen door de bewoners gebutst en bekrast zijn.

Het idee is goed, om in navolging van Payne de verandering van het psychiatrische ziekenhuis in Nederland als maatschappelijk en architectonisch fenomeen vast te leggen. Toch trekt Linders aan het kortste eind. Kennelijk was er niet genoeg geld om zijn foto’s even indrukwekkend te presenteren als die van Payne, die allemaal groot zijn afgedrukt en achter glas zijn ingelijst. Bovendien heeft het museum om onnavolgbare redenen de foto’s van Linders die wél groot zijn afgedrukt, tegenover elkaar in een smalle gang gehangen waardoor je er onmogelijk voldoende afstand van kunt nemen.

En ten slotte was er eenvoudigweg minder voor Linders om in beeld te brengen. De gebouwen zijn minder indrukwekkend en als de instelling wordt gesloten, ruimen we alles netjes op. Payne daarentegen kan ons zowel de grandeur van toen tonen als het verval van nu.

    • Tracy Metz