Eurofonds steunt Spaanse banken met 39,5 miljard

Het euronoodfonds steekt 39,5 miljard euro in de sanering van Spaanse banken. Hun ‘zwarte gat’ is kleiner dan gevreesd.

De grote schoonmaak in het Spaanse bankwezen kan beginnen. Een half jaar geleden was er geen ontkomen meer aan: Spanje kon zijn wankele spaarbanken (cajas) niet zelf overeind houden. In juni deed Madrid onder grote druk van de markten en Europa een beroep op het euronoodfonds. Hieruit werd 100 miljard euro gereserveerd.

Na een half jaar onderhandelen met Brussel werd gisteren duidelijk dat voorlopig ‘slechts’ 39,5 miljard euro nodig is voor het opschonen van de vier volledig genationaliseerde cajas. Bijna de helft (17,9 miljard) gaat naar Bankia, dat zelfstandig een doorstart mag maken.

Dat geld niet voor NovaCaixaGalicia en Catalunya Banc, die respectievelijk 5,5 en 9 miljard krijgen. Zij moeten binnen vijf jaar een koper vinden. Lukt dat niet voor eind 2017, dan worden ze opgedoekt. De vierde caja, Banco de Valencia, wordt ingelijfd door La Caixa.

Ten slotte gaat er 2,6 miljard euro uit het euronoodfonds naar de oprichting van de bad bank Serab. De geredde banken gaan hierin zeker 45 miljard aan problematische activa (grond, onafgebouwde huizen, voltooide nieuwbouw en in beslag genomen woningen) en slechte leningen dumpen. Vervolgens zouden ze gezond een doorstart moeten maken.

De Europese steun komt bovenop de 30 miljard die deze vier banken reeds ontvingen van de Spaanse staat. De banken, sterk geraakt door het instorten van de huizenmarkt, moeten hun balanstotaal in vijf jaar met gemiddeld 60 procent afbouwen, zich terugtrekken uit risicovolle sectoren (met name vastgoed), en zich volledig richten op consumenten en het midden- en kleinbedrijf.

De rekening pakt lager uit dan gevreesd. Analisten schatten de grootte van het ‘zwarte gat’ op 120 en 200 miljard euro. Ze is ook lager dan de kapitaalbehoefte van 60 miljard die externe boekhouders vaststelden.

Joaquín Alumunia, de Spaanse Europees commissaris voor Mededinging die het herkapitalisatie vanuit Brussel begeleidt, verklaarde deze ‘meevaller’ gisteren. Hij wees er op dat de houders van ‘hybride kapitaal’ een verlies nemen. Onder hen zijn professionele beleggers, maar ook honderdduizenden kleine rekeninghouders die zich ingewikkelde spaarproducten lieten aansmeren.

De hair cut die zij krijgen opgelegd, bespaart de Spaanse schatkist – die garant staat voor de noodleningen – circa 10 miljard euro. Maar veel gedupeerden zullen bij de rechter proberen aan te tonen dat hun bank zijn zorgplicht schond en volledige compensatie eisen. Als zij winnen, draait de staat er alsnog voor op.

Een andere onzekerheid vormt de ‘bad bank’ Serab. De regering wil deze voor minstens de helft met kapitaal van private investeerders stutten. De kosten voor belastingbetalers blijven zo beperkt. En de investeerders, is het idee, kunnen over tien jaar een mooie winst maken. Maar de vraag is of dat zal werken.

Banken gaan afschrijven tegen gemiddeld 50 procent van de bruto boekwaarde, meldde Almunia gisteren. De vraag is of dit een reële marktprijs is. De markt ligt goeddeels plat, zeker die voor bouwgrond.

„Het is een duivels karwei om het juiste evenwichtspunt te vinden. Stel je de prijs te hoog, dan zullen investeerders niet instappen. Stel je de prijs te laag, dan kan het hele financiële stelsel gaan wankelen”, legt een betrokkene van een groot adviesbureau uit. Ook het Internationaal Monetair Fonds waarschuwde hier gisteren voor.