Duister krediet

Schaduwbanken, die zich gedragen als bank maar zich onttrekken aan toezicht, kunnen het financiële systeem opnieuw ontwrichten. Nederland is een van de grootste centra voor dit duistere krediet.

Economisch Commentator

In 2008, toen de val van Lehman Brothers het startschot gaf voor de acute fase van de kredietcrisis, dook uit de boedel van de Amerikaanse zakenbank een merkwaardige Nederlandse loot op: Lehman Brothers Treasury Co. BV (LBTC) te Amsterdam. Deze financieringsdochter, of kleindochter, van Lehman bleek over een balanstotaal te beschikken van maar liefst 34 miljard dollar. Het eigen vermogen, de buffer die daar tegenover stond, bedroeg nog geen 80 miljoen dollar.

Alsof je 34.000 euro aan iemand leent en daar 80 euro aan reserves tegenover hebt staan voor als het fout gaat. Eén brandblusser voor het gehele Rijksmuseum.

LBTC stond in principe onder Amerikaans toezicht, want het was een soort van verwant aan Lehman. De Nederlandse toezichthouder, De Nederlandsche Bank, kon er niets mee en voor de Amerikanen was het bedrijfje zo goed als onzichtbaar. Het bevond zich in de schaduw van het formele financiële systeem, waar strikte regels gelden en streng wordt toegezien. In een ideale wereld althans, want al die regels en al dat toezicht konden de crisis niet voorzien of voorkomen. En dat geldt al helemaal voor ‘schaduwbanken’ zoals LBTC.

Sindsdien weet dit informele financiële ecosysteem de aandacht op zich gevestigd. Maar wat is precies een schaduwbank? Eigenlijk elke instelling die zich gedraagt als een bank, maar het formeel niet is. Bankieren gaat in wezen om het omzetten van een vorm van krediet in een andere. Je trekt geld aan tegen bepaalde kosten en zet dat weer weg tegen hogere inkomsten. Of het nu gaat om het veranderen van de vorm of aard van het krediet, of het verlengen van de looptijd.

Er zijn allerlei vormen van schaduwbanken. Financieringsmaatschappijen die om fiscale redenen buitengaats gevestigd zijn – een activiteit waarin Nederland door speciale belastingwetgeving een belangrijke internationale spil is. Hedgefondsen met uiterst complexe beleggingsstrategieën. Beleggers die hun aandelen in onderpand geven in ruil voor een lening en het binnenkomende geld zelf dan ook weer uitlenen. Of zogenoemde geldmarktfondsen, zeer groot in de Verenigde Staten, die spaargeld aantrekken en daar doorgaans een hogere rente voor bieden dan banken doen.

Het is niet zo dat het hier per definitie een duistere activiteit betreft. Het gaat erom dat er een hele tak van sport is ontstaan die zo omvangrijk is geworden dat zij in staat is het financiële systeem te ontregelen, maar zich aan de waarneming en regelgeving onttrekt. Haar omvang kan eigenlijk alleen worden afgeleid uit het effect dat zij heeft, net zoals het bestaan van ‘donkere materie’ wordt afgeleid uit de aard en beweging van en in het heelal.

Schattingen van de omvang van de sector zijn er wel. De Financial Stability Board (FSB), een internationale beleidsgroep van centrale banken, schatte vorige week dat de omvang van het schaduwbankieren rond de 67.000 miljard dollar ligt. Een bedrag dat even groot is als de jaarlijkse productie van de wereldeconomie. Tien jaar geleden was het nog niet de helft zo groot. En al sloeg de kredietcrisis tussentijds een putje in de groei van de sector, inmiddels is zij al weer groter dan vóór 2008.

Nederland speelt een flinke rol in dit systeem. De VS nemen wereldwijd een derde van het balanstotaal van alle schaduwbanken voor hun rekening. Daarna komt Het Verenigd Koninkrijk met zijn enorme financiële centrum, dat bijna een zevende van de balansen van schaduwbanken binnen de grenzen heeft. En op de mondiale derde plek komt Nederland, met 6,2 procent van het balanstotaal. Dat is omgerekend zo’n 4.000 miljard dollar aan schemerig balanstotaal binnen de grenzen.

Ofwel: zo’n zes maal de omvang van de Nederlandse economie.

De Nederlandsche Bank nuanceerde dit begin deze week. Zij stelt dat er twee manieren zijn om het schaduwbankieren te tellen. Omdat de definitie niet helemaal duidelijk is hanteert de Financial Stability Board de top down-benadering: die gooit het net bewust zo breed mogelijk uit. Je kunt ook van onderaf kijken: beslissen wat wel en wat geen schaduwbank is en alles tellen wat je wél weet.

In het laatste geval komen er minder hoge bedragen uit. De Nederlandsche Bank stelt bijvoorbeeld dat lang niet alle dochters die door internationale bedrijven en banken hier gevestigd zijn om fiscaal vriendelijk geld door te sluizen schaduwbanken zijn: het gaat hier slechts om rond de 20 procent. Dat zou de schaduwbanksector in Nederland fors verminderen, tot ongeveer twee derde van wat de FSB telt. Onduidelijk is of daarmee ook de Nederlandse derde positie verloren gaat, want deze correcties zouden ook moeten worden toegepast op de gehele, mondiale telling door de FSB.

Hoe dan ook blijven het huizenhoge bedragen en wordt het gesignaleerde gevaar er nauwelijks minder om. Echte banken krijgen sinds de kredietcrisis de ene na de andere toezichtsmaatregel en regelgeving om de oren. Maar de schaduwsector heeft daar nauwelijks of géén last van. De kans is dus groot dat deze juist in omvang toeneemt, naar gelang de formele banken verder worden ingesnoerd.

De toezichthouders, verenigd in de FSB, sturen al een tijdje aan op integrale regelgeving voor de schaduwbanksector, waarvan de contouren halverwege volgend jaar zichtbaar moeten worden. De kans op besmetting tussen het schaduwbanksysteem en het echte banksysteem moet worden tegengegaan. ‘Bankruns’ van spaarders op geldmarktfondsen die in de problemen komen, die even destructief kunnen uitpakken als gewone runs op de bank, moeten worden voorkomen.

Zo zijn er meer voorstellen denkbaar, waartoe de FSB de belanghebbenden uitnodigt. Maar gezien de traagheid waarmee de regels voor de échte banken worden ingevoerd, kan het nog wel even duren voor het toezichtregime zich tot het schaduwbankieren uitstrekt. Wereldwijd tot overeenstemming komen is lastig. En er zijn zat landen die zich zullen verzetten tegen maatregelen die hen specifiek hard zullen treffen. Zie de Nederlandse ijver om het schaduwbankieren binnen onze grenzen te nuanceren. Het opgeven van de vriendelijke fiscale regelgeving voor internationale banken, beleggers en bedrijven zou miljarden aan inkomsten kunnen schelen.

De schaduwbankiers blijven dus voorlopig onder ons. Tot ze in de schijnwerpers worden gezet, zal de rest van de wereld moeten hopen dat zich in de schemering niet ongezien een nieuwe financiële ramp voltrekt.