Drie nieuwe zusters

Actrices Ariane Schluter, Anniek Pheifer en Katja Herbers over ‘hun’ Olga, Masja en Irina. Wat drijft Tsjechovs drie zusters anno nu?

Vlnr.: Katja Herbers, Ariane Schluter en Anniek Pheifer spelen Irina, Olga en Masja in ‘Drie Zusters’ bij het Nationale Toneel Foto Roger Cremers

De eerste is klaaglijk, de tweede bozig, de derde hoopvol. Zo zijn de emoties verdeeld over zussen Olga, Masja en Irina uit Tsjechovs Drie Zusters (1901). Dit beroemde stuk over drie zussen die dromen van een beter leven, is nu te zien bij het Nationale Toneel, in een nieuwe regie van Theu Boermans. De vrouwen houden elkaar gevangen; hun onderlinge relatie dwingt ze in een bepaalde rol. Actrice Katja Herbers (Irina): „De zussen hebben aanvullende energieën. Omdat Masja depressief is, móet Irina wel optimistisch zijn. Je ziet bij onze Drie Zusters dus nooit twee keer dezelfde kleur op toneel. Ik heb zelf een jonger zusje, en ik ken dat patroon waar je in vast kan zitten, hoe je je houding op de ander afstemt, hoe je op elkaar reageert.”

Het is die bekende, schijnbaar onveranderlijke rolverdeling die zich vaker voordoet tussen zussen, weten ook Ariane Schluter (vier zussen) en Anniek Pheifer (één zus).

Schluter, thuis de jongste, speelt Olga, de oudste zus. „Zij is een zorgelijk type dat veel verantwoordelijkheid op zich neemt. Ze heeft iets van een zwoeger, het kost haar allemaal veel moeite – ik heb ook voortdurend hoofdpijn in het stuk. Maar ze doet het allemaal wel. Haar grote verdriet is dat ze nooit liefde heeft gekend. Gaandeweg accepteert ze hoe het is gelopen. Maar onder haar pragmatisme schemert altijd het gemis.”

Irina, de jongste zus, is bijna het tegenovergestelde, zegt Herbers. „Waar Olga terugkijkt, kijkt Irina vooruit. Zij begint heel optimistisch. Haar melancholieke kant onderdrukt ze door het idee dat alles beter wordt als ze naar Moskou gaan. Zij is de stuwende kracht achter dat plan, in het begin. Maar die hoop brokkelt langzaam af. Zo maakt zij een grote boog in het stuk.” Schluter: „Dat vind ik heel mooi aan jouw rol; jij komt er echt op toneel achter dat je idealen verloren gaan.”

Opvoeringsgeschiedenis

De drie actrices zitten achter een bord paksoi („Nee, gelukkig geen borsjt”) bij te komen van de repetities. Het is nog zoeken naar de juiste toon, en heel spannend, zeggen ze. Is dat ook omdat Drie Zusters bijna verplichte toneelliteratuur is, en zo’n eerbiedwaardige opvoeringsgeschiedenis heeft? Dat niet – ze voelen zich niet geïntimideerd door het verleden. Pheifer zag zelfs nooit eerder een enscenering van het stuk. Herbers wel, verschillende, waaronder eentje in Berlijn en een in Sydney. „Ik heb gelukkig een heel slecht geheugen.” Maar, zegt Schluter: „Hans Croiset zei over Drie Zusters dat het zich voegt naar de mensen die het spelen. Dé Masja, Irina of Olga bestaat volgens hem niet, alleen die van jou bestaat.” Pheifer lacht: „Ja, dat is een prettige gedachte.”

Zij worstelt nog een beetje met haar personage, zegt ze. „Masja is de depressieve, gevangen in een ongelukkig huwelijk. Ze is neerslachtig, gesloten; een blok beton. Dat maakt het lastig om haar te spelen.” Maar je snapt wel ontzettend goed waar het uit voorkomt bij Masja, zegt Schluter. „Haar man, Koelygin, is zo’n onderwijzer, zo’n doener: een en al vastberaden vrolijkheid. Dat is onverdraaglijk voor haar.” Aan tafel schiet Pheifer meteen weer in haar rol. Ze zakt onderuit en rolt met haar ogen. Moedeloos: „Hij is zó’n blije eikel.”

Ze houden alledrie van Tsjechov, natúúrlijk. Maar, bekent Schluter: „Ik vind Drie Zusters nu veel beter dan toen ik het voor het eerst las. Toen vond ik het een beetje zeurderig.” Pheifer: „Het is heel veel geklets.” Schluter: „Maar Theu benoemt bij alles precies wat eronder zit.” Herbers: „Dan blijkt onder dat kleine huisje van de letterlijke tekst een grote kelder met vele kamers schuil te gaan.”

Drie Zusters wordt vaak melancholiek en zwaarmoedig geïnterpreteerd, sentimenteel soms zelfs. Boermans’ interpretatie wijkt daarvan af. Herbers: „Het is bij ons heel direct, heel…” Schluter: „Praktisch.” Herbers: „Precies. Er zit bijna geen sentiment naar die tijd in.” Schluter: „Zo regisseert Theu ook. ‘Zet het op de grond, maak het concreet’, zegt hij dan. Zo trekken wij het in ons spel naar het hier en nu.”

Boermans is er de regisseur niet naar om geforceerd te actualiseren of concreet te verwijzen naar deze tijd. Maar natuurlijk roept het wel vragen op, als je zo’n klassieker nu speelt. Rond 1900 was het voor drie meisjes van in de twintig veel moeilijker te ontsnappen aan hun omstandigheden. Schluter (46), Pheifer (35) en Herbers (32) spelen de vrouwen veel dichter bij hun eigen leeftijd. Maar nog altijd dicteert Tsjechov: ze gaan niet naar Moskou. Hoezeer ze er ook naar verlangen, hoe ongelukkig ze in de provincie ook zijn, vertrekken doen ze niet. Is dat niet vreemd, in deze tijd, waarin in principe alles kan?

Herbers vindt van niet. „Vergis je niet, dat idee van Moskou is voor hen niet zomaar een uitje; een dagje naar de Efteling. Ze willen echt een ander leven beginnen. Dat doen mensen niet zomaar, ook nu niet.” Schluter: „Meer dan de praktische onmogelijkheid van hun vertrek wordt bij ons de psychologie erachter belangrijk: dat ze niet durven, of niet echt willen.” Herbers: „Het risico bestaat dat weggaan niets oplost en ze enorm teleurgesteld zullen raken.” Schluter: „Ze zijn onbewust bang voor wat er dan van ze overblijft: ze ontlenen ook hun identiteit aan ongelukkig zijn.”

Naast die tijdloze mechanismen zijn bepaalde aspecten van hun gedrag onverwacht actueel, volgens Herbers. „Irina heeft haar hele leven on hold gezet tot ze in Moskou zal zijn. Er komen wel aanbidders langs; maar zij denkt steeds, nee, ik wil niet, straks, in Moskou. En pas als het te laat is, komt ze tot inzicht. En dan moet ze met een oude man trouwen.”

Dat uitstelgedrag ziet Herbers terug bij generatiegenoten. „Alles is mogelijk, je kunt alles kiezen; dat werkt verlammend. En dan wacht je misschien te lang, en vergeet je te leven in de tussentijd.” Pheifer: „In die zin gaat Drie Zusters ook over de consequenties van je keuzes aanvaarden. Masja denkt steeds dat ze met haar huwelijk een verkeerde keuze heeft gemaakt. Maar het gaat erom dat als je ergens voor kiest, je hoe dan ook andere mogelijkheden uitsluit, altijd. Daar moet je je mee verzoenen.”

Zingeving

De actrices ontdekten twee cruciale factoren die het moeilijk maken voor de zussen om zich te verzoenen met hun lot. Pheifer: „Ze zijn alledrie kinderloos. Die voor de hand liggende levensinvulling voor een vrouw gaat aan hun voorbij.” Herbers vult aan: „Daarbij zijn ze niet godsdienstig. Dus de zingeving moet ergens anders vandaan komen. Het enige personage in Drie Zusters dat gelovig is, hun voormalig kindermeisje, is als enige echt gelukkig.”

Met die herkenbare worsteling ons leven bevredigend vorm te geven zijn we honderd jaar later nog altijd bezig, aldus Herbers. „Niemand weet toch hoe dat moet? Wij hebben misschien vervulling gevonden in ons werk, in de kunst. Maar deze vrouwen ontbreekt het aan een waardevolle vorm van zingeving.”

Dat is het mooie, tijdloze, en nog altijd actuele van Tsjechov, zegt Pheifer. „Ik vind het zo ontroerend dat mensen zich generatie op generatie blijven afvragen wat de zin van alles is. Eeuw na eeuw krijgen we geen antwoord op die vraag, en toch blijven we ernaar op zoek. In het tonen van die niet-aflatende zoektocht is Drie Zusters heel rijk en helder.”

Ook Tsjechov biedt geen antwoorden. Wel volgt in het stuk iets van berusting, zodra de zussen de hoop op een beter leven loslaten. „Verzoening is een te groot woord”, zegt Schluter. „Maar ik vind niet dat het slecht met ze afloopt.” Pheifer: „Ze geven simpelweg de strijd op.” Herbers: „En Irina zegt ergens dat ze dat een grote opluchting vindt.”

Anton Tsjechovs Drie Zusters bij het Nationale Toneel. Première 1/12, Koninklijke Schouwburg Den Haag. Inl. nationaletoneel.nl