De rechter vraagt zich af waar hij mee bezig is

Wie: Johanna D. (66)

Waar: politierechter Dordrecht

Wat: het slaan van schoondochter met een bezem.

Het strafblad van Johanna D. (66) is al haar hele leven blanco als ze de rechtszaal in Dordrecht binnenloopt. Ze is klein, met kort grijs haar en een vriendelijk gezicht. Haar lange zwarte jas houdt ze aan als ze gaat zitten om bedeesd de vragen van politierechter H. Bezemer te beantwoorden.

Die beleeft niet de mooiste dag in zijn carrière. Hij zal het eerlijk zeggen, zegt hij tegen niemand in het bijzonder: „Ik vraag me wel eens af waar we hier mee bezig zijn. We lijken wel maatschappelijk werkers.”

Johanna reageert niet. Ze is gedagvaard omdat ze haar schoondochter met een bezem geslagen zou hebben, in haar eigen achtertuin.

De situatie daar is „niet zo geweldig?” informeert Bezemer. Dat klopt. Toen het huwelijk van Johanna’s zoon na 25 jaar op de klippen liep, is hij weer bij zijn moeder ingetrokken. Maar de schoondochter woont achter haar, hun achtertuinen grenzen praktisch aan elkaar. Volgens Johanna is de schoondochter haar zoon gaan treiteren, al kan ze dat niet bewijzen. Maar de auto is bekrast en er is kattenpoep over de schutting gegooid.

„Hoe is het nu met de kattenkwestie”, informeert Bezemer. Hij had al geconstateerd: „Het is dus een ruzie om de katten, maar daarachter zitten echtscheidingsperikelen.”

De schoondochter beschuldigt Johanna ervan haar katten met eten naar binnen te lokken. Daarom komt ze geregeld boos „achterom” om de katten op te halen, zegt Johanna. Ze heeft die katten inderdaad wel eens eten gegeven, geeft ze na afloop van de zitting toe. „Ze zagen er hongerig uit” – maar dat doet ze nu niet meer. „Als ze komen, pak ik ze op en zet ik ze de tuin uit.”

Op 9 september dit jaar kwam de schoondochter weer haar katten halen. En toen knapte er iets bij Johanna’s zoon. Hij wilde zijn vrouw, de echtscheidingsprocedure loopt nog, de tuin uitduwen. Het ging er veel te hard aan toe. Hij duwde, trok aan haar haren en gaf haar een knietje, in haar gezicht. De foto’s van de blauwe plekken zitten in het dossier. Ze zijn zwart-wit. „Niet zo handig”, moppert Bezemer, „want daar zie je dus geen blauwe plekken op.”

De zoon (47) is eerder vandaag veroordeeld, tot zestig uur werkstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Tijdens het gevecht zou zijn moeder een bezem hebben gepakt en haar schoondochter ermee op haar benen hebben geslagen.

„Dat heb ik niet gedaan”, zegt Johanna. Ze heeft weliswaar een bezem gepakt toen het uit de hand liep, maar daarmee had ze haar schoondochter alleen „de tuin uit willen duwen” door de bezem overdwars te houden, maar de steel raakte per ongeluk de nek van de schoondochter, verklaarde Johanna bij de politie na het voorval. Toen had ze hem geschrokken weggezet.

Bezemer: „Ik heb het zo begrepen dat u met de harige kant heeft geduwd?”

Johanna: „Dat klopt.”

De officier van justitie vindt deze zaak wat „lastiger” dan die van de zoon, zegt ze. Ze is er niet van overtuigd dat Johanna haar schoondochter opzettelijk pijn heeft willen doen. Ze vordert daarom vrijspraak.

Politierechter Bezemer tegen de advocaat: „Ik neem aan dat u het kort houdt?”

De advocaat zegt ook dat Johanna in ieder geval niet de opzet had te slaan met de bezem. Daar kan hij nog van alles aan toevoegen maar dat lijkt hem niet...

Bezemer: „Doet u dat dan ook maar niet.”

Hij spreekt Johanna vrij.