De kathedraal van Nice was ‘diplomatieke smeerolie’

De imposante Russisch-orthodoxe kathedraal in Nice is volgens de rechter van de Russische staat. De orthodoxe gemeenschap noemt dat een politiek besluit. Zij vecht het aan.

Bij de Pont Alexandre III, in het hart van Parijs, moet een Russisch-orthodoxe kathedraal verrijzen.

Voor het gesloten traliehek houdt Hélène Funck Dloussky abrupt halt. „Nooit van mijn leven zal ik hier nog een voet zetten”, zegt ze beslist. „Tenminste, zolang hij in handen is van de gecorrumpeerde staat van Vladimir Poetin.”

Achter het hek ligt de Russisch-orthodoxe St. Nicolaas kathedraal, veruit het markantste gebouw van de Zuid-Franse stad Nice.

Funck Dloussky is de kleindochter van een Russische adellijke marineofficier die na de Oktoberrevolutie van 1917 naar Nice emigreerde. Na een carrière bij de Verenigde Naties geniet ze in haar geboortestad van haar pensioen. Sinds haar prille jeugd bezoekt ze de diensten die Association culturelle orthodoxe russe (ACOR) tot een jaar geleden wekelijks in de kathedraal organiseerde.

Deze geloofsgemeenschap beheert het kerkgebouw sinds de jaren twintig van de vorige eeuw. ACOR valt onder gezag van de Patriarch van Constantinopel, niet die van Moskou. In 2011 oordeelde een Frans gerechtshof dat niet ACOR, maar de Russische staat eigenaar is van de kathedraal. „Dat jaar heb ik voor het eerst van mijn leven deelgenomen aan een demonstratie”, zegt Funck Dloussky even later in de auto. „Mijn moeder zou zich omdraaien in haar graf over zoveel activisme.”

In afwachting van de uitkomst van de bodemprocedure die ACOR heeft aangespannen tegen de beslissing van het gerechtshof, die in de komende weken van start gaat, huist de geloofsgemeenschap in een wat armetierig aandoend schoolgebouw. „We hebben ons te lang stil gehouden”, verzucht Funck Dloussky. „We hadden ons vanaf het begin veel politieker moeten opstellen.”

De vraag is of het dan anders zou zijn gelopen? Volgens Oleg Kobtzeff, als historicus verbonden aan The American University of Paris, is de kathedraal in Nice slechts een pion in een veel groter politiek machtspel. „De beslaglegging past in een door Poetin gelanceerd diplomatiek offensief dat erop is gericht Rusland zijn oude imperiale glans terug te geven.” Volgens Kobtzeff is het terugvorderen van Russische bezittingen uit de tsaristische tijd een onderdeel van deze strategie. Daar zijn er nogal wat van in Frankrijk, zoals de in 1892 voltooide orthodoxe kerk in de badplaats Biarritz en de begraafplaats in Sainte-Geneviève-des-Bois, even ten zuiden van Parijs, waar talloze prominente Russische emigranten begraven liggen.

Bij terugvorderingpogingen blijft het niet. In 2010 kocht de Russische Federatie voor een astronomisch bedrag een terrein van de Franse staat in het chique 7de arrondissement in Parijs, pal naast de Pont Alexandre III, de monumentale brug over de Seine, waarvan Tsaar Nicolaas II in 1896 de eerste steen legde. Daar moet binnen enkele jaren een nieuwe Russisch-orthodoxe kathedraal verrijzen.

Dat het hernieuwde Russische streven naar grandeur deels verloopt via de Russisch-orthodoxe kerk is niet verwonderlijk, meent Kathy Rousselet, Ruslandkundige aan het Instituut voor politieke studies in Parijs (Sciences Po). „Niet alleen heeft de patriarch van Moskou zich ontpopt tot een steunpilaar van het huidige regime, ook vormt de orthodoxe kerk een wezenselement van de herontdekte nationale identiteit.” Overal ter wereld worden volgens Rousselet banden met de Russische diaspora aangehaald. Het is dan ook begrijpelijk dat het Kremlin zijn zinnen op de kathedraal van Nice gezet heeft.

Afgelopen decennium groeide de Franse Rivièra uit tot een pleisterplaats voor ‘nieuwe Russen’. Villa’s op het nabij Nice gelegen schiereiland Saint-Jean-Cap-Ferrat gaan voor 20 miljoen euro van de hand. Kopers zijn vaak puissant rijke Russische oligarchen. Poetin zelf vloog eens naar Cap d’Antibes om een huwelijk bij te wonen. Het maakt de Rivièra tot een strategisch belangrijke plaats, meent Kobtzeff. „Via de kathedraal heeft het regime in Moskou een opstap naar lokale autoriteiten.”

Dat verklaart waarom er in 2007 ineens een deurwaarder aan het hek stond, die de sleutel van de kathedraal opeiste, precies op de dag dat de in 1907 met de tsaar gesloten erfpachtovereenkomst afliep. Rector Jean Gueit herinnert het zich nog goed. „Natuurlijk weigerde ik”, zegt hij op het terras van zijn huis nabij Marseille. ACOR stapte naar de rechter. Maar tot verbazing van Gueit verloor de organisatie het proces. Ook in hoger beroep gaf de rechter de Russische Federatie gelijk. „We hadden het gevoel dat op geen enkel moment naar onze argumenten werd geluisterd”, zegt Gueit.

De claim vanuit het Kremlin kwam natuurlijk niet helemaal als een verrassing. Na de val de Berlijnse Muur begon vanuit Rusland de roep om terug te keren in de schoot van het patriarchaat van Moskou te weerklinken. Maar het aartsbisdom der Russisch-orthodoxe kerken in West-Europa weigerde.

Terecht, vindt Hélène Funck Dloussky. „De patriarch van Moskou heeft zich volkomen ondergeschikt gemaakt aan het regime van Poetin”, briest ze. „En Poetin, dat is de voortzetting van de Sovjet-Unie. Dezelfde maffiose methodes. En manieren hebben ze ook nog altijd niet. Laatst had ik de Russische ambassadeur op bezoek. Ik had een buffet gemaakt en wat denk je? Zijn vrouw schept zichzelf als eerste op.”

Monseigneur Nestor Sirotenko, die de Russisch-orthodoxe kerkgemeenschappen in Frankrijk, Zwitserland, Portugal en Spanje vertegenwoordigt die wel onder Moskou vallen, betreurt dat het in Nice tot een proces heeft moeten komen. „Maar Rusland staat volkomen in zijn recht. We hebben diverse pogingen tot samenwerking met ACOR gedaan, zelfs de mogelijkheid van twee priesters is geopperd. Steeds luidde het antwoord ‘nee’.”

Volgens Sirotenko is de kerkgemeenschap in Nice in de loop der jaren van het juiste pad afgedwaald. „Ze zijn volkomen in zichzelf gekeerd”, zegt hij.

Maar volgens Kobtzeff heeft president Sarkozy Poetin de St. Nicolaas- kathedraal op een presenteerblaadje aangereikt. „Een beetje op de manier zoals staatshoofden elkaar een Mont Blanc pen cadeau doen. Het was diplomatieke smeerolie”, zegt hij.

Kobtzeff wijst ook op de schimmigheid waarmee de aankoop van het terrein langs de Seine is omgeven. Deze viel samen met een verkoop van vier fregatten van het type ‘Mistral’ aan Rusland, met een waarde van 1,2 miljard euro. Het weekblad Le Nouvel Observateur maakte aannemelijk dat de bieding op het stuk grond doorgestoken kaart was.

Met die oude imperiale glans zoekt het nieuwe Rusland volgens Kobtzeff naar legitimiteit. „De omwenteling van 1989 leidde in Rusland nooit tot een echte revolutie. Er heeft geen grondwetgevende vergadering plaatsgevonden. Poetin maakte carrière binnen de geheime dienst van de Sovjet-Unie. Door zich op te tuigen met tsaristische symboliek probeert het regime te verhullen waar het de voortzetting van is.”