Bloot, bloter, blootst

Choreografen Vincent Riebeek en Florentina Holzinger tonen niet alleen het lichaam, maar ook zijn functies. Francine van der Wiel

Dansers zijn naakt, wordt vaak gezegd. Zij kunnen zich niet achter het woord verschuilen, zij hebben alleen hun lichaam en, zoals Martha Graham, de grande dame van de moderne dans, ooit zei: het lichaam liegt niet. Gedurende de vorige eeuw maakte die figuurlijke naaktheid in de westerse theaterdans steeds vaker plaats voor werkelijke naaktheid: regelmatig zijn dansers te zien die zich letterlijk nergens meer achter verstoppen. Of voor schamen. De toeschouwer is ‘meegegroeid’ en langzamerhand lijkt het einde van bloot-bloter-blootst in de dans in zicht. Toch zijn er nog verrassingen, al dan niet aangenaam.

In de loop van de twintigste eeuw is naaktheid in de dans meermalen van karakter veranderd. Bovendien werd zij steeds minder als aanstootgevend of risqué beschouwd. Terwijl de Russische danseres Ida Rubinstein een kleine eeuw geleden nog opwinding veroorzaakte met haar gul geëtaleerde fysieke schoonheid, kijken ervaren dansbezoekers tegenwoordig niet meer op van blote borsten of de onvoorspelbare capriolen van het mannelijk deel. Met de uitspraak „You can’t choreograph a penis” sloeg de Amerikaanse critica Deborah Jowitt in 1970 al de spijker op zijn kop, overigens naar aanleiding van de naaktsolo uit Mutations, door Hans van Manen gemaakt voor Gérard Lemaître.

Zo rond 1970 veranderde naakt in bloot en stond het op het toneel én daarbuiten symbool voor vrijheid en, zeker in de jaren zestig en zeventig, bevrijding van benepen maatschappelijke mores en seksuele repressie, voor openheid en oprechtheid (‘het lichaam liegt niet’), met hippiemusicals als Oh, Calcutta en Hair! als beroemdste voorbeelden. Later, in de jaren tachtig en negentig, begon dat beeld te schuiven. Het onomwonden lichaam was geen toonbeeld meer van vreugdevol zelfbewustzijn, geen sensueel, laat staan erotisch object, maar zinnebeeld van pijnlijk existentieel ongemak en kwetsbaarheid. Choreografen als Boris Charmatz en Meg Stuart zijn er groot mee geworden.

Binnen de klassieke dans, of dans op klassieke leest geschoeid, heeft het tonen van vrouwenborsten, nog steeds overwegend een esthetische functie. Bella Figura van Jirí Kylián is een mooi voorbeeld. Zelfs de billen van ‘ballet’s bad boy’, punkchoreograaf Michael Clark, die in de jaren tachtig pront uit zijn kruisloze, lederen ‘chaps’ staken, waren weliswaar brutaal, maar toch vooral charmant.

In de eenentwintigste eeuw raakt de toeschouwer niet zo een-twee-drie meer van zijn stuk als dansers uit de kleren gaan. Wel leidt ongegeneerde, speelse lichamelijkheid nog regelmatig tot hilariteit, bijvoorbeeld in de duetten van de Belg Pieter Ampe en zijn partner Guilherme Garrido. In Still Standing You pakken zij elkaar, naakt en wel, niet alleen stevig bij de kladden in fantasievolle houdgrepen, maar ook hun geslachtsdelen worden geïncorporeerd in een kruip-door-sluip-doorchoreografie, waarbij blijkt dat een ruime voorhuid zo zijn voordelen heeft. Ook de voorstellingen van Dave St-Pierre werken vaak op de lachspieren. De Canadese choreograaf laat zijn mannelijke dansers in Un Peu De Tendresse Bordel de Merde! bijvoorbeeld blond bepruikt maar verder onbedekt over het publiek in de zaal klauteren, waarbij de weke delen wel heel dichtbij komen. Veel intiemer kunnen uitvoerende en toeschouwer niet worden.

In het kleinschaliger Libido gooide St-Pierre alle remmen los. Een danseres ejaculeerde (met dank aan een flexibele petfles) dat het een aard had, St-Pierre droomde weg met zijn neus vlak voor de Geheime Ingang van een medewerker, om even later (vruchteloos) te masturberen. Dat bleek noch grappig, noch artistiek interessant. Het publiek ergerde zich vooral aan deze ongewenste intimiteiten.

Wie al te opzichtig uit is op een relletje oogst, zo blijkt, voornamelijk irritatie. Zo maakte Ann Liv Young (‘de Tracey Emin van de dans’), althans in Amsterdam, weinig indruk met haar Snow White, waarin de Amerikaanse zich over de voorbindpenis van haar tegenspeelster liet zakken. In New York reageerde een criticus onlangs gortdroog op twee mannelijke dansers die tien minuten lang een dildo te bestemder plekke hielden. „Het enige dansmoment van betekenis was toen zij, naast elkaar, een balanspositie op één voet hielden terwijl ze met de zool van de andere de dildo op zijn plaats hielden.”

Het mag dus een prestatie heten dat Vincent Riebeek en Florentina Holzinger, vers afgestudeerd aan de School voor Nieuwe Dansontwikkeling in Amsterdam, ook bij doorgewinterde dansbeschouwers nog verwarring weten te scheppen met hun creaties. Ann Liv Young is onmiskenbaar een grote inspiratiebron, maar ook performancekunstenaars als Marina Abramovic. In hun eerste internationale succes Kein Applaus für Scheisse toont het Nederlands-Oostenrijkse duo niet alleen het lichaam, maar ook zijn functies. Met wisselend resultaat: het blauwe braaksel dat Riebeek over Holzinger uitstort, roept vooral weerzin en ergernis op, terwijl de irritatie over het plasnummer, waarbij Riebeek over Holzinger urineert, omslaat in vrolijkheid als zij, na een aanloopje, op haar buik over de natte vloer glibbert. Ook de scène waarin de twee zich geconcentreerd tegoed doen aan een eindeloze snoepveter die uit de vrijmoedig geëxposeerde vagina van Holzinger groeit, is ranzig en koddig tegelijk.

Riebeek en Holzinger demonstreren op dergelijke momenten een wonderlijke mengeling van ongebreidelde, kinderlijke speelsheid en tergend kijk-ons-eens-durven-en-overal-lak-aan-hebben. Zelf omschrijven zij hun theatrale aanpak met het woord ‘gul’. Ze toeven graag in het overgangsgebied tussen mooi en lelijk, „om de schoonheid te vinden die schuilt achter de huiver.”

Lelijke, huiveringwekkende naaktheid waarin schoonheid is te vinden – danskunstenaars moeten tegenwoordig diep graven om nog onontgonnen terrein te vinden. Bloot, bloter, blootst: is de grens bereikt? Wie verder gaat dan wat tot op heden is gedaan in het danstheater, komt waarschijnlijk al gauw uit bij echte pornografie of platte smeerpijperij.

‘Spirit’ (Riebeek/Holzinger): 30/11, Frascati Amsterdam. www.theaterfrascati.nl