Bijbelse massakoren

Cover - SIGCD300 McCreesh Elijah.jpg

klassiekPaul McCreesh: Mendelssohn, Elijah (1846) ****

Voor amateurkoorzangers is het een hoogtepunt van het oratoriumrepertoire: Mendelssohns Elias. Het werk loopt over van de overdonderende koren, Bach-achtige koralen, prachtensembles voor de vocale solisten en opwindend orkestspel. En toch: het wordt vaak verguisd in onze tijd.

Lange tijd was het Philippe Herreweghe die een lans brak voor Mendelssohns oratorium, een van de geliefdste van de negentiende eeuw. Nu is er een verse opname door de eveneens uit de authentieke uitvoeringspraktijk afkomstige Paul McCreesh. McCreesh verruilde met zijn Gabrieli Consort het label Archiv recent in voor het kleinere Signum, waar hij vorig jaar opzien baarde met Berlioz’ grootse Requiem – een samenwerking tussen zijn Britse Gabrieli Consort en Poolse musici uit Wroclaw, waar McCreesh artistiek directeur is van het muziekfestival.

In uitvoeringen van Bach was McCreesh minimalist, nu hij zijn terrein heeft verbreed naar de negentiende eeuw lijkt zijn smaak gekanteld. Elijah wordt uitgevoerd in de 1846-versie, in het Engels. Voor een ‘volks’ massakoor als Mendelssohn bij de première ook tot zijn beschikking had, werden vier uitmuntende Britse jeugdkoren gekoppeld aan het Wroclaw Philharmonic Choir tot een menigte van honderden koorzangers. Het resultaat is navenant. Hoor de stemgroepen woedend over elkaar buitelen in Woe to him, he shall perish, hoor ze zinderen van collectieve godsvrucht in Baal we cry to thee of Be not afraid, saith God the lord. Ook de orkestbezetting is zeer groot, maar de totaalklank is desondanks minder wollig dan je zou verwachten. McCreesh zegt zelf zelfs dat hij zijn massa´s bewust heeft uitgenodigd tot de elasticiteit van een kamerkoor, maar uiteindelijk laten hupse veerkracht en transparantie heus wel iets te wensen over.

Innemend is de moeite die is geïnvesteerd in een zoveel mogelijk oorspronkelijk instrumentarium, onder meer met de enige ‘monster ophicleide’ (een soort voorloper van de bastuba en de sax), die ter wereld nog bestaat. Een troef vormt ook het solistenkwartet, met de subtiele bariton Simon Keenlyside en de fraaie Rosemary Joshua. Je zou hopen dat een project als dit eens een vervolg krijgt, dan met honderden Nederlandse zingende jongeren.