Column

Bankje kopen? Nu extra goedkoop!

Een lezeres schrijft een boze brief. Ze had gelezen dat ik hoopte dat mijn eigen kinderen nooit bij een zakenbank gaan werken, gezien de bijna onmenselijke offers die daar van werknemers worden geëist.

Lezeres heeft een zoon bij zo’n bank in Londen: „Ik ben uw eeuwige gekanker op de zakenbanken helemaal goed beu”, liet ze weten. Tot nu toe las ze deze columns, „omdat ik hoopte nog eens iets positiefs, of al is het maar een ander minder afbrekend geluid te lezen in uw bijdrage. Maar helaas, niets van dat alles”.

Tja. Hoewel hier soms ook ‘gewone’ zakenbankiers langskomen, heeft lezeres grosso modo gelijk. Als de financiële sector een enorm grote mand is, dan gaat het hier vooral over de rotte appels. Misschien volgt de zoon van de lezeres wel Braziliaanse beursgenoteerde bedrijven voor een groep Franse pensioenfondsen. Misschien begeleidt zoonlief regeringen in zuidelijk Afrika wanneer deze een luchthaven of kolencentrale privatiseren. Of regelt hij financiering voor bruggen in Azië?

Het kan allemaal, en over zulke saaie, nuttige zakenbankiers leest u op deze plaats relatief weinig. De financiële sector in Londen beslaat een kwart miljoen mensen, en die doen zeer uiteenlopende dingen.

Dan sluit de lezeres af: „Ik begrijp uw eindeloze fascinatie voor de ‘verderfelijke’ zakenbanken niet. Wordt u het niet zat steeds op hetzelfde aambeeld te hameren?”

Ik moest aan de lezeres denken toen ik vorige week een zakenbankier van midden 40 sprak. Hij zit hoog in de boom bij corporate finance, waar hij fungeert als spil tussen pensioenfondsen en andere grote beleggers aan de ene kant, en het grote bedrijfsleven aan de andere. Bedrijven hebben geld nodig voor bijvoorbeeld expansie; investeerders moeten hun geld ergens insteken. Hij probeert deals tussen de twee ‘te laten gebeuren’ – zoals dat heet.

Wat doe je dezer dagen zoal, vroeg ik, en zijn antwoord zou ik willen aanbieden aan de boze lezeres. Dezer dagen begeleidt mijn zakenbankier beleggers die overwegen te investeren in ogenschijnlijk spotgoedkope Europese banken. Die banken zijn op het moment te koop voor minder dan hun boekwaarde, en daarmee, volgens het handboek economie van de middelbare school, een buitenkansje.

Hij legt het, sterk versimpelend, zo uit. Stel, je hebt een winkelpand van een half miljoen, met daarin tien auto’s van elk vijftigduizend euro. Stel nu dat jij dat winkelpand plus die tien auto’s kunt kopen voor 750.000 euro. Dan is toch je eerste gedachte: koopje! Want pand plus auto’s zijn een kwart miljoen meer waard dan de gevraagde prijs – alsof je in de etalage een pot met honderd euromunten ziet staan, nu afgeprijsd voor 75 euro. Maar je tweede gedachte luidt: is er soms stiekem iets mis met die auto’s of dat winkelpand? Weet ik iets niet dat de verkoper wel weet?

Dit nu is wat investeerders zich afvragen als ze kijken naar afgeprijsde Zuid-Europese banken, zegt mijn zakenbankier. Je zou specialisten door elke positie van zo’n bank moeten laten gaan, legt hij uit, om te weten welke verplichtingen de bank onder welke omstandigheden op zich heeft geladen.

En zelfs dan ben je er nog niet, want die posities zijn alleen werkelijk te doorgronden met de wiskundige modellen die ‘eronder’ liggen. Om bij de aannames van die modellen te komen, moet je zelf een wiskundig genie zijn of de juiste weten in te huren. En snapt die het echt?

Dit zijn dus keiharde, amorele financiële specialisten die niets liever willen dan binnen de regels zo veel mogelijk geld verdienen – hun goed recht. En deze mensen zien af van aankoop omdat ze de boel gewoon niet vertrouwen of doorzichtig krijgen.

Stel dat niemand meer zou begrijpen hoe onze kerncentrales werken. Dan gooiden we ze toch dicht?

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.