Accentjes

Er zijn twee soorten accenten. Ten eerste de accenten die je op letters zet, bijvoorbeeld om aan te geven dat een woord nadruk krijgt. Daar is trouwens enige jaren geleden iets in veranderd. Vroeger werd voor het benadrukken van korte klinkers de accent grave gebruikt: „Maar wil die jongen dan geen wèrk?” Nu wordt alles met een aigu gedaan: „Doe niet zo stóm!” (Een uitzondering vormt het woord ‘hè’; dat moet natuurlijk onderscheiden worden van ‘hé’.)

De tweede soort accenten in het Nederlands zijn de dialecten, de regiolecten en de andere manieren van praten waardoor je kan horen waar iemand vandaan komt, wat voor opleiding hij heeft gehad, of hij lang in het buitenland heeft gewoond en of er oud geld in de familie zit.

De meeste mensen doen zo’n accent weleens na. Bijvoorbeeld door even een woord bekakt uit te spreken: „Wat is het ‘trottoir’ weer vies.” Dat zijn geen echte grapjes, maar meer een manier om aan te geven dat je jezelf niet zo serieus neemt.

Het Brabants wordt, sinds Hans Teeuwen en Theo Maassen, veelvuldig ingezet voor het nadoen van groffe personen.

Ook niet-Brabanders doen graag Brabants na. Ongetwijfeld doen ze dat verkeerd, maar dat doet er niet zoveel toe. Een accent hoeft alleen maar accuraat te klinken voor de mensen die het zelf niet spreken. (Toch werden de Limburgers boos toen er in het Sinterklaasjournaal nep-Limburgs werd gepraat. En toen kwam het Sinterklaasjournaal ook nog met het verweer dat Huub Stapel nou eenmaal niet beschikbaar was geweest. Ai.)

Plat Haags klinkt sinds Koot en Bie crimineel, plat Rotterdams klinkt gezellig en ongecompliceerd („Ja joh!”) en plat Amsterdams is jordanees-sentimenteel.

Hoezeer dit soort accenten deel uitmaken van het dagelijks spraakgebruik, merkte ik toen ik onlangs een tijdje in België was. Belgen, zo blijkt, horen weinig verschil tussen het Gronings en het Brabants. En ze horen al helemaal niet hoe anders die accenten voor ons voelen.

Ik op mijn beurt kon niet horen hoe ontstellend Antwerps iemand praatte. Of dat er even een woord in het West-Vlaams werd geroepen. Bekakt Vlaams: geen idee hoe dat klinkt. Het doet er natuurlijk niet zo heel veel toe. Maar toch. Je wordt een stuk serieuzer genomen dan de bedoeling is.