Zie ginds komt de fraude

De grootste wetenschapsfraude ooit in Nederland krijgt vandaag een ontknoping. Voor de wetenschap zelf blijft de schade beperkt – psycholoog Stapel werd niet veel geciteerd. Maar de reputatie van wetenschappers ligt aan diggelen.

Redacteur wetenschap

Zeker nu Sinterklaas in aantocht is, zou je het verhaal van de sociaal psycholoog Diederik Stapel moeten schrijven in chocoladeletters. Een extreem lettercorps past bij zijn ongekend omvangrijke fraudepraktijken en bij de enorme gevolgen daarvan voor de wetenschap. En chocola is het bitterzoete symbool van de trucs waarmee de hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg de hele wetenschappelijke gemeenschap bedroog.

Want voor de experimentele onderzoeken die Stapel zei te doen op scholen voor voortgezet onderwijs, nam hij in zijn auto snoepgoed mee voor de kinderen – vaak chocolade. Het snoep heeft de scholen alleen nooit bereikt – net zomin als Stapel, die de onderzoeksgegevens eenvoudigweg verzon. Zijn vaak spectaculaire wetenschappelijke artikelen bleken te zijn als – nou ja – de Sinterklaaspopjes van chocola: glimmend aan de buitenkant, hol van binnen.

De commissie-Lévelt, die ruim een jaar intensief onderzoek heeft gedaan naar de wetenschapsfraude van Stapel, presenteert vanmiddag zijn eindrapport. Lévelt, die zich heeft geconcentreerd op de fraude in Tilburg, doet dit samen met de commissie-Noort en de commissie-Drent, die de fraude onderzochten in respectievelijk Groningen en Amsterdam, waar Stapel ook heeft gewerkt.

Naar deze presentatie kijken talloze wetenschappers in Nederland en in het buitenland reikhalzend uit. Veel is al bekend uit het interim-rapport dat Lévelt vorig jaar publiceerde en uit de tussentijdse rapportages die sindsdien op de website van de commissie verschenen. Dat straks elk woord van de ‘wijze mannen’ toch wordt ingedronken als heilzaam bronwater, komt doordat de affaire-Stapel de wetenschappelijke wereld diep heeft getraumatiseerd.

Diederik Stapel (1965) heeft namelijk voor meer dan vijftig wetenschappelijke artikelen de data deels of volledig verzonnen. Dat is – om een idee te geven – twee keer zoveel als de Duitse natuurkundige Jan-Hendrik Schön, een voormalige Nobelprijs-kandidaat die een jaar of tien geleden tegen de lamp liep met zijn verzonnen experimenten in de nanotechnologie. Als wetenschapsfraudeur is Stapel dus een internationale topper.

Pijnlijk genoeg was Stapel ook een wetenschappelijke topper. Hij publiceerde in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften, met als hoogtepunt zijn inmiddels roemruchte artikel in Science over mensen die racistischer worden in een desolate omgeving. Hij kreeg veel media-aandacht, zoals voor het onderzoek over vleeseters die hufterig zouden zijn. Hij was een graag geziene gast in talkshows, waar hij zijn licht liet schijnen over bijvoorbeeld leiderschap. Hij was een onaantastbare hoogleraar in Tilburg, die door veel studenten en promovendi op handen werd gedragen.

De ontmaskering van Stapel als fraudeur is dan ook in zekere zin de ontmaskering van de wetenschappelijke wereld, die hem vele jaren zijn gang heeft laten gaan. De commissie-Lévelt stelde vorig jaar al vast dat signalen dat er iets mis was, nooit zijn opgepikt – behalve door drie jonge promovendi die met hun vermoedens naar de Tilburgse rector stapten en Stapel zo ten val brachten. „Hier heeft de wetenschappelijke kritiek niet adequaat gefunctioneerd”, schreef Lévelt hierover.

De kritiek raakt in eerste instantie de sociale psychologie, het vakgebied van Stapel dat onderzoekt hoe de psyche van mensen wordt beïnvloed door medemensen. Deze discipline is de afgelopen decennia spectaculair gegroeid. Telde Europa in 1970 enkele tientallen sociaal psychologen, nu zijn dat er 1.200. In Nederland is de sociale psychologie naar verhouding groot; veel Nederlandse onderzoekers kunnen zich meten met hun Amerikaanse en Britse collega’s, die vanouds toonaangevend zijn.

Het vakgebied kwam afgelopen jaar verder onder vuur te liggen, nadat de Belgische Nederlander Smeesters en de Amerikaan Sanna ook op datafraude werden betrapt. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman (econoom en psycholoog) riep onlangs psychologen op om hun eigen augiasstal uit te mesten. Al was het alleen maar om te voorkomen dat jonge psychologen „straks de eerste slachtoffers op de arbeidsmarkt” worden en geen baan meer kunnen krijgen.

De sociaal psychologen hebben zich de kritiek overigens al veel eerder aangetrokken door het verzinnen van maatregelen die fraude moeten bemoeilijken. Zo wil onder andere de ASPO, de Nederlandse vereniging van sociaal psychologen, het repliceren van onderzoek bevorderen. De gedachte daarachter is: hadden collega’s van Stapel vaker geprobeerd om diens resultaten te repliceren – uiteraard tevergeefs – dan was de fraude wellicht eerder ontdekt. Ook wil de ASPO door het centraal opslaan van onderzoeksdata voorkomen dat wetenschappers op hun eigen laptop aan hun eigen data knutselen – zoals Stapel deed.

Die centrale dataopslag is ook een aanbeveling van de commissie-Schuyt voor de hele wetenschap. Deze commissie was al eerder ingesteld door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen om het databeheer bij wetenschappelijke instellingen te onderzoeken. Nadat de affaire-Stapel losbarstte, kreeg de commissie als extra opdracht om te kijken hoe de wetenschap beter kan worden beschermd tegen fraude.

Het rapport-Schuyt, dat in september uitkwam, is een teken dat de hele academische wereld in Nederland zich de Stapelfraude aantrekt. De vereniging van universiteiten, VSNU, presenteerde deze zomer een reeks maatregelen om de zeven jaar oude gedragscode voor wetenschappers steviger te handhaven. Zo zullen integriteitsonderzoeken naar onderzoekers voortaan geanonimiseerd worden gemeld op de website van de VSNU.

De maatregelen zullen de geleden schade echter niet herstellen en dat roept de vraag op: hoe groot is de schade? Voor de wetenschap als ‘lichaam van kennis’ lijkt die beperkt. De onderzoeken van Stapel mochten zich altijd verheugen in veel media-aandacht, zijn collega’s hebben zich er zelden door laten inspireren. De artikelen van Stapel zijn naar verhouding weinig geciteerd door andere wetenschappers. Zijn experimenten hadden ook te weinig onderlinge samenhang om een fundament te kunnen zijn onder een nieuwe theorie of onderzoekslijn.

De schade aan de reputatie van met name de sociaal-psychologische wetenschap is echter enorm – al is het maar omdat de fraude voor veel niet-ingevoerde buitenstaanders een bevestiging is van het borreltafelidee dat in dit vakgebied veel onzinonderzoekjes worden gedaan die ook nog eens niet kloppen. De grootste schade is echter toegebracht aan de tientallen – vaak jonge – wetenschappers met wie Stapel heeft gepubliceerd.

Gepromoveerden hebben (delen van) hun proefschriften waardeloos zien worden. Bij tientallen co-auteurs zijn grote gaten geslagen in de publicatielijsten, doordat meerdere artikelen als frauduleus zijn bestempeld. Voor veel jonge wetenschappers is het aanvragen van onderzoekssubsidies of het solliciteren op een onderzoeksbaan bij voorbaat een kansloze missie geworden. Daarom zag een jonge onderzoekster in Tilburg, die met Stapel heeft gepubliceerd, zich onlangs gedwongen te vertrekken.

„Daarom heb ik spijt van het leed dat ik anderen heb aangedaan”, schreef Diederik Stapel in een schriftelijk verklaring, die als bijlage is toegevoegd aan het interimrapport van de commissie-Lévelt. Verder had hij niet veel meer te melden dan: „Ik heb fouten gemaakt.”

Dankzij deze ‘fouten’ is Stapel, die eens een onderzoekje deed naar het sinterklaasfeest, inmiddels het onderwerp geworpen van een sinterklaasgedicht. Op verzoek van Omroep Brabant schreef tekstdichter Joost Schreifes onder meer de regels: „Dat carnivoren hufters zijn, zou gebakken zitten in hun brein/ Wie de wetenschap bedot, komt bij de collega’s op het schavot/ En de Sint, zelf een knappe kop, vindt Stapel voor de wetenschap een strop.”