Ze zijn moe, en de hoop is nu ook weg

Gisteren gingen ze de straat op. Vanochtend beslist de rechter over de ontruiming van hun tentenkamp in Amsterdam-West.

Nederland, Amsterdam, 27-11-2012. Demo Asielzoekers Notweg. Foto: Olivier Middendorp

Stadsverslaggever Amsterdam

Amsterdam. Nog eenmaal balden de asielzoekers van het tentenkamp in Amsterdam-West de vuist. Gistermiddag liepen zij in een demonstratieve optocht van de Dam via het stadhuis naar het Amsterdamse kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Vanochtend om negen uur doet de rechter uitspraak in het kort geding dat zij hebben aangespannen tegen de gemeente Amsterdam.

Burgemeester Van der Laan heeft aangekondigd het tentenkamp vrijdag te zullen ontruimen. Volgens hem loopt de gezondheid van de demonstratieve bewoners gevaar als zij nog veel langer in de tenten blijven wonen. Bovendien neemt volgens hem de kans op ongeregeldheden toe en „is de rek eruit” bij de buurtbewoners die de asielzoekers tot nog toe van eten, drinken en kleding hebben voorzien. Wassen kunnen zij zich op sportpark Ookmeer.

Het maandenlange verblijf in het tentenkamp is de bewoners aan te zien. Ik ben moe, zegt de een na de ander terwijl ze in traag tempo met hun spandoeken (‘we are here’) door het centrum van de stad trekken. Om hen heen lopen blanke actievoerders, die een megafoon, rode vlaggen en voorgedrukte protestborden (‘geen mens is illegaal’) van de Internationale Socialisten hebben meegenomen. Hoe strijdbaar de demonstranten zich ook tonen, veel hoop hebben ze niet dat de voorzieningenrechter vandaag hun eis zal inwilligen. Burgemeester Van der Laan heeft zorgvuldig en geduldig gehandeld, zeggen ze, de kans dat de rechter hem terugfluit is niet groot. Younis Omar, een van de aangewezen woordvoerders van de kampbewoners, zegt dat zij hebben besloten hoe dan ook tot vrijdag op het kamp te blijven en het te laten aankomen op een ontruiming door de politie. De burgemeester heeft aangekondigd dat de demonstranten die zich dan nog op het terrein bevinden aan de Vreemdelingpolitie zullen worden overgedragen.

Vanuit kantoren, winkels en het Barlaeusgymnasium worden de ruim honderd demonstranten, onder wie zo’n dertig asielzoekers, nagestaard. Zei al-Aaraji kijkt met meer belangstelling dan de meeste Amsterdammers. Hij is zelf vijf jaar geleden als kind met zijn ouders uit Irak gevlucht en als hij naar de asielzoekers kijkt, krijgt hij pijn in zijn buik. „Geef die mensen een status.” Hij en zijn ouders worden volgende maand tot Nederlanders genaturaliseerd.

„Waarom lopen we door de Leidsestraat?”, vraagt de ene blanke actievoerder aan de andere. „Lekker veel mensen”, antwoordt die. „Ja, maar allemaal winkelend publiek. Boeit niet.”

Het wordt nog even spannend als de stoet ten slotte bij het IND-kantoor komt. Een groepje demonstranten stormt direct naar voren, schreeuwt en klapt in de handen vlak voor de gezichten van beveiligers en politie. Dan dringen ze nog verder op en slaan met hun vlakke handen op de glazen pui en de deur. Dat doen de blanke, de Nederlands sprekende demonstranten; de ene Afrikaan die ook op de deur trommelt, wordt door een van de vertegenwoordigers van het tentenkamp zachtjes achteruit getrokken.

Een blanke man die rondgaat met een plastic bakje en geld inzamelt, krijgt een oplawaai van een blanke vrouw. „Jij steekt alles in je eigen zak.” De argwaan op dit punt is groot. Er zijn eerder beschuldigingen gedaan van diefstal van geld dat voor de tentbewoners is bedoeld. Het kamp heeft vorige week nog aangifte gedaan tegen een zelfbenoemde collectant.

Als een paar demonstranten de confrontatie zoeken met twee politiemannen te paard, maant een van de asielzoekers hen tot kalmte. „Vergeet niet waarvoor we hier zijn”, zegt hij.

    • Bas Blokker