Waardigheid op het menu

Gaarkeukens: trotse Spanjaarden willen er niet gezien worden, maar moeten er door de crisis wel heen. Dus helpt het als een gaarkeuken op een restaurant lijkt.

Merijn de Waal

Correspondent Spanje

A man looks inside of a container trash in Barcelona, Tuesday, Nov. 20, 2012. Spain has raised nearly euro5 billion ($6.4 billion) in a successful debt auction that saw strong demand as the country holds off on seeking international help to manage its finances. The Treasury sold euro4.2 billion in 12-month bills at an average interest rate of 2.79 percent, down slightly 2.82 percent in the last such auction Oct. 16. It sold euro712 million in 18-month bills at a rate of 3.03 percent, up from 3.02 percent. Demand Tuesday was more than double the amount offered for the shorter bills and nearly six times for the longer bills. (AP Photo/Manu Fernandez)

Als Pablo van drie zijn groentensoep op heeft, maakt de ober aanstalten af te ruimen. Maar zijn moeder pakt Pablo’s lepel, veegt hem af met een papieren servet en legt hem apart voor het hoofdgerecht. „Ik had deze van huis meegenomen”, legt ze de ober uit. „De lepels van hier zijn te groot voor hem.”

Pablo is deze zondagmiddag het enige kind dat aanschuift in deze sociale eetzaal in een volkswijk van de Noord-Spaanse havenstad Vigo. En dat is eigenlijk niet de bedoeling van de evangelische pinksterkerk die de gaarkeuken bestiert. Haar barmhartigheidstichting ‘Vida Digna’ (‘Waardig Leven’) probeert juist alles in het werk te stellen om ook gezinnen met jonge kinderen welkom te kunnen heten. De kerk probeert de schaamte weg te nemen, die veel burgers voelen zodra ze op voedselhulp aangewezen raken. De groeiende vraag naar voedselhulp legt een worsteling met waardigheid bloot, die miljoenen Spanjaarden ervaren nu ze hun welvaart en sociale zekerheid door de crisis razendsnel zien afbrokkelen.

Buiten de deur eten hoort bij het Spaanse leven. De zondagse lunch met familie is een traditie. Maar door de crisis staat die traditie onder druk, vertelt een van de vrijwilligers. „Nu kunnen ouders hun kinderen de indruk geven dat ze uit eten gaan in een gewoon restaurant. Net als vroeger. Daarom bieden we onze dienst juist in het weekeinde aan.”

Om deze illusie niet te verstoren, maar toch een indruk te kunnen krijgen, stelde nrc.next voor een weekeind mee te helpen in de bediening. Deze bestaat naast vrijwilligers uit burgers die een taakstraf uitvoeren.

De gasten nemen plaats aan vierpersoonstafels met papieren tafellakens. Op elk tafeltje een broodmandje, een vijfliterfles met kraanwater, bestek en plastic bekertjes. Aan de groene muren hangen posters van tropische vogels en een A4’tje met de tekst: ‘Jezus roept je. Ga naar hem toe.’ Met gospelmuziek op de achtergrond dient een ober of serveerster het eten op.

Het is een groot verschil met andere gaarkeukens. Daar moeten bezoekers doorgaans met een metalen dienblad langs een pas lopen. Daar wordt het eten met grote lepels en in lange halen uitgeserveerd.

Veel bezoekers blijken deze luxere aanpak te waarderen. Wens hun smakelijk eten of vraag of alles gesmaakt heeft, en sommigen beginnen spontaan te vertellen over de bijzondere service. „Je wordt hier veel vriendelijker behandeld dan bij andere gaarkeukens”, zegt een vrouw. Een tafelgenoot vult aan: „Ja, daar snauwen ze je af. Terwijl ze hier vragen of je nog wat wilt.”

Door de crisis verandert het profiel van de bezoekers van de gaarkeukens in Spanje. In economisch betere tijden schoven vooral daklozen, alcohol- en drugsverslaafden, zigeuners, (illegale) immigranten en een deel van de onderklasse aan. Nu raken er steeds meer gezinnen uit de middenklasse op voedselbedeling aangeVwezen. Ook komen verhoudingsgewijs meer Spanjaarden eten nu veel immigranten het land verlaten.

Tot het uitbreken van de crisis – eind 2007– werd Spanje decennialang in een rap tempo rijker. De welvaartsachterstand die het had op noordelijkere landen, haalde het heel snel in. Nu heeft de crisis het land in welvaartsniveau tien jaar teruggeworpen – en het einde is nog niet in zicht.

Het kost de trotse Spanjaarden, na jaren van permanente progressie, moeite aan die neergang te wennen. Velen erkennen dat het land door fors te lenen en het opblazen van een vastgoedzeepbel jaren boven zijn stand heeft geleefd. Maar het besef dat na het tijdperk van goedkoop krediet nu jaren van lage groei en bezuinigingen wachten, voedt ook de woede en angst. Wat en wanneer breekt deze vrije val? En waarom is het vooral de middenklasse die de rekening betaalt?

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes vatte deze worsteling in een tv-interview onlangs als volgt samen: „Toen we nog arm waren, droegen we onze armoede met waardigheid. Vervolgens werden we rijk en raakten we die waardigheid kwijt. Nu we weer arm worden, hebben we moeite haar terug te vinden.”

Waardigheid is wat Vida Digna pretendeert te bieden. Maar dat blijkt lang niet altijd makkelijk. De eetzaal moet een echt restaurant lijken, maar ondanks de positieve reacties is het beeld van een troosteloze gaarkeuken niet ver weg. Al hebben de bezoekers de mentale stap gezet om hier aan te kloppen, bij een deel blijft overduidelijk schaamte.

Om één uur mag men aan tafel. In rap tempo worden een voor- en een hoofdgerecht uitgeserveerd. Op zaterdag vooraf groentesoep en daarna zwaardvis met gekookte aardappelen. Op zondag opnieuw soep en als hoofdgerecht varkenslapjes met rijst.

Veel gasten vertrekken snel als ze hun maaltijd hebben genuttigd. Een enkeling schuift zijn bord zelfs meteen leeg in een meegebracht plastic bakje en vertrekt. Veel blikken zijn naar beneden gericht. De meerderheid komt alleen, en gaat alleen, zonder veel woorden te wisselen met de andere eters.

Zodra elke tafel het hoofdgerecht gehad heeft, vormt zich bij de keuken een rij van mensen die restjes komen afhalen. Stokbroden die over zijn, worden in de zakken van winterjassen gestoken. Een uur later zijn de tafels leeg en met een doekje afgenomen, en kunnen de stoelen op tafel.

Jonge gezinnen blijven vooralsnog weg. Op de twee dagen dat deze krant bediende, komt alleen Pablo met zijn moeder. Andere bezoekers vragen wel extra eten mee in een plastic bakje voor de kinderen. Gevraagd waarom ze die niet hebben meegenomen, geven ze excuserende antwoorden. Ziek. Onhandig. Te duur met het openbaar vervoer.

José Luis, vrijwilliger bij Vida Digna, begrijpt het wel. Hij is een herstellend alcoholist en probeert – sinds hij Jezus heeft gevonden – zijn leven op de rails te krijgen. „Toen ik op straat leefde, schaamde ik me vaak ook om eten te vragen. Je zoekt makkelijker iets uit een kliko, dan dat je aanbelt bij de achterdeur van een restaurant. Die weerstand zie ik bij deze mensen ook. Ze willen hier niet gezien worden. Laat staan door hun eigen kinderen.”

Zelf verloor José Luis deze schroom uiteindelijk. „Ik at prima door me te melden bij hotels, restaurants en winkels. Je wilt niet weten hoeveel eten er wordt weggegooid.” De gaarkeuken zelf draait vooral op giften van kerkgangers, lokale ondernemers en horeca, de Europese Unie en de plaatselijke spaarbank – al geeft die laatste minder nu ze op rand van bankroet verkeert.

De bediening bestaat behalve uit vrijwilligers uit burgers die in de gaarkeuken een taakstraf uitvoeren. Veertiger Fidel moet twee weekenden werken omdat hij zijn vrouw, met wie hij in scheiding ligt, per sms had uitgescholden. Dertiger José omdat hij gepakt werd met drank achter het stuur. En vijftiger Manuel heeft ook meerdere weekeinden straf, maar vertelt liever niet waarvoor.

Als alles is klaargezet, maar er toch nog even tijd is voordat de gasten komen, ontsnappen ze even voor een biertje naar een café verderop in de straat. Ze doen daar wat veel Spanjaarden tegenwoordig doen in de kroeg: klagen over de politiek en de economie. Manuel hobbelt als vijftiger nog van het ene tijdelijke baantje naar het andere. Nu werkt hij via een uitzendbureau in een visconservenfabriek. „Ik heb bijna het hele jaar werk. Maar ze kunnen me elk moment ontslaan en ik bouw geen rechten op.”

José: „De politiek laat de middenklasse opdraaien voor deze crisis.” Wij betalen allemaal meer belasting, terwijl de rijken hun geld buiten bereik van de fiscus houden.” Fidel: „De banken lenen niks meer uit, maar geven wel hun directeuren bonussen en gouden pensioenen.”

Ze verrichten hun taakstraf in de gaarkeuken dan ook met frisse tegenzin. „Het is goed dat een project als dit bestaat” ,denkt Manuel. „Ik zei gisteren nog tegen Fidel: er hoeven maar een paar dingen mis te gaan in je leven en je zit hier ook te eten.” José: „Verlies je baan of word ziek, en er is niks meer. De overheid is er tegenwoordig niet meer voor je.”