Verlangen naar wat nooit was

Vlak voor Sinterklaas komt Moeder, ik wil bij de revue uit op dvd. Waarom slaat nostalgie zo aan bij mensen die er eigenlijk te jong voor zijn?

vintage background - old paper grunge

Mediaredacteur

Ook al zo’n heimwee naar Moeder, ik wil naar de revue? Maandag keken bijna twee miljoen mensen naar het slot van die heerlijk nostalgische tv-serie. Nu weten we dat Bob Somers bij de revue blijft; moeder Van Woerkum de radio- en televisiewinkel overdraagt aan dochter Jeanne; en Bobs vader, de onverstaanbaar zwijgzame kolenboer uit Limburg, toch naar Bobs jubileumshow is gekomen. Wie nóg een rondje wil, kan de dvd-box bestellen. Vóór Sinterklaas wordt hij geleverd.

Het zoete verlangen naar een oude wereld die nooit was en voor eeuwig stilstaat in de tijd; de tv-kijker kan er geen genoeg van krijgen. Nostalgie-tv is een hardnekkige trend. De comedy ’t Schaep voorziet in onze retrohang naar de jaren zeventig. Omroep MAX en Radio 5 Nostalgia zijn geheel gebouwd op het sentiment. MAX trekt miljoenen kijkers met nostalgische series als Dokter Deen. SBS had een onverwacht nostalgiesucces met Dokter Tinus en verhoogde van schrik zijn doelgroepleeftijd naar 54 jaar. Hoewel die twee dokterseries in het heden spelen, zijn ze toch duidelijk geplaatst in een opgeruimd en knus provinciaal Nederland dat zo niet verdwenen, dan toch zeldzaam is geworden. Hetzelfde geldt voor Boer zoekt vrouw.

Retromania doopte popjournalist Simon Reynolds de trend. Zal het de crisis zijn? Buiten is het guur en binnen loeit het warme kacheltje van de nostalgie? Zal het de sterk veranderende, steeds ingewikkelder wordende wereld zijn, waarin niets meer zeker is? Het verlangen naar een overzichtelijker, mooier Nederland? Maar dat is van alle tijden. Een teken van culturele stilstand? Wellicht. Of misschien een teken dat ‘vooruitgang’ en ‘vernieuwing’ in de kunsten na een eeuw modernisme eindelijk niet meer heilig zijn. Voor die tijd was het recyclen van stijlen, het overdoen van vroeger immers heel gewoon. In de Renaissance bootsten ze de Oudheid na, in de 19de eeuw bootsten ze weer de Renaissance na.

Opmerkelijk is dat ook jongelingen graag zwijmelen bij die nostalgie-tv; kijkers die pas werden geboren nadat de bezongen werelden vergingen. Nostalgie werkt dan ook het beste als je het niet zelf hebt meegemaakt. Het beeld moet niet botsen met de eigen herinnering. Het gaat niet om historische accuratesse, het gaat om de zorgvuldig gestileerde droom van gisteren. ‘Zo was het niet’ en ‘zo leuk was het niet’ zijn storende gedachten bij het tv-kijken.

Boer zoekt vrouw speelt in het heden. Toch is het een nostalgisch programma. Bijna alle Nederlanders wonen sinds de Tweede Wereldoorlog in een stad, slechts een kleine minderheid kent het boerenleven uit de eerste hand. We kijken in Boer zoekt vrouw naar een geromantiseerd beeld, zoals we denken dat het vroeger was.

Boer zoekt vrouw wordt in veertien landen uitgezonden, maar is lang niet overal zo succesrijk als hier. Dat lijkt samen te hangen met de afstand die de meeste Nederlanders kijkers hebben tot het boerenleven. Is de kijker of zijn ouders zelf gemigreerd van land naar stad, dan heeft hij geen romantisch beeld van het boerenleven. Je lichaam afbeulen in weer en wind met eeuwige armoede als loon, wat is daar romantisch aan? Je bent niet voor niets naar de stad gevlucht. Als het boerenleven ver genoeg van de kijkers ligt, dan pas kunnen ze smelten bij die schattige harkerige boeren.

Nostalgie-tv heeft vaak de ondergang van de oude tijden als onderwerp, wat de weemoed alleen maar vergroot. In Downton Abbey – zaterdag begon seizoen 3 – vergapen wij ons aan de somptueuze rijkdom der Britse adel en zijn we tegelijkertijd getuige van het einde van die adel. In Mad Men begint Don Draper als de moderne reclameman anno 1960, maar hij wordt razendsnel ingehaald door de jaren zestig. In het vijfde seizoen staat hij in 1966 naar Tomorrow Never Knows van de Beatles te luisteren alsof het een boodschap is uit een ander zonnestelsel.

In Moeder, ik wil bij de revue heeft de vader van Bob Somers een beroep dat niet meer bestaat: kolenboer. De overgang van land naar stad die Bob meemaakt, is tevens een overgang van de oude naar de nieuwe tijd. Zijn Limburgse dorp zal achter hem vergaan. Bob staat aan het begin van de Boer-zoekt-vrouw-tijd. In de finale zingt Bob voor alle vaders Het Dorp, het lied van Wim Sonneveld over het vergaan van het dorpsleven: „En langs het tuinpad van mijn vader/ Zag ik de hoge bomen staan./ Ik was een kind en wist niet beter/ Dan dat het nooit voorbij zou gaan.”

De wereld waarin Bob terechtkomt, grootsteeds Nederland, is in overgang. In de serie is de revue nog op haar hoogtepunt. Maar ook de televisie wordt geïntroduceerd, het kastje waarin je alle amusement thuisbezorgd krijgt, en dat uiteindelijk de revue zal wegvagen. Het is vaak niet alleen maar nostalgie: de ondergang is ook een bevrijding. In Moeder, ik wil bij de revue zie je dat vrouwen meer vrijheid krijgen in de nieuwe tijd. De vrouw van Bob mag opeens wél de winkel in elektrische apparaten overnemen.

In ’t Schaep ligt het iets anders met die ondergang. Het oorspronkelijke Schaep met de 5 pooten uit 1969 ging wel over een verdwijnende wereld: over de oude Amsterdamse volksbuurt de Jordaan, die dreigt te worden afgebroken door progressieve slopers. Maar in de nieuwe reeksen is die tegenstelling weg en wordt juist in bonte gewaden en wapperende haardossen de nieuwe tijd gevierd. De Jordaan-nostalgie valt nu samen met de jaren-zeventig-nostalgie.

Pas in de vierde serie, vanaf 7 januari op televisie, komt daar een kentering in: de harde jaren tachtig zijn aangebroken en de blije hippietijd verdwijnt. En zo boort ’t Schaep weer een hele nieuwe kijkersgroep aan: de twintigers die de jaren tachtig net niet hebben meegemaakt.

De dvd-box is vanaf deze week te bestellen via moederikwilbijderevue.nl