Vergeven komt met vergeten. Internetgeheugen stookt in onze relaties

Servervloer van Google in Hamina, Finland

Heb je met iemand ruzie, probeer het dan altijd in real life uit te praten. Wie zijn gram gaat halen via e-mail, sms-jes of tweets conserveert de boosheid. Funest voor het herstellen van een relatie, want dit digitale archief blijft tussen jullie instaan.

Onze hersenen werken op een andere manier. Herinneringen worden niet vastgelegd, maar gereconstrueerd. We hebben de neiging onze herinneringen te vormen naar onze huidige visie op een persoon of situatie. Feiten die daar niet meer inpassen, vergeten we. Doorgaans een lastig gebrek, maar een zegen als we weer met mensen door één deur willen die we eerder het licht niet in de ogen gunden.

Internet strooit zand in de raderen van dat krachtige vergeetmechanisme, betoogt Viktor Mayer-Schönberger, auteur van Delete: The Virtue of Forgetting in the Digital Age. In The Washington Post roept de hoogleraar internetregulatie (University of Oxford) daarom bedrijven als Facebook, Google en Twitter op om de applicaties meer in overeenstemming te brengen met ons neurologisch systeem.

Daar zit wat in. We kunnen e-mails gefilterd laten binnen komen op importantie, maar ze verdwijnen nooit uit zichzelf. Mayer-Schönberger geeft een treffend voorbeeld van hoe een digitaal archief een Thanksgiving-diner kan verpesten. Een diner dat het jaar ervoor met ruzie begon omdat John een vervelende e-mail had verzonden naar Jane, het andere familielid. Een akkefietje dat allang weer vergeten en vergeven was, maar een jaar later onbedoeld opgerakeld werd toen Jane in haar e-mailarchief zocht naar de adresgegevens van John. De bekoelde woede jegens John laaide bij Jane op na het herlezen van die vervelende e-mail. Internet stookte in de relatie, verder was er namelijk geen enkele reden om weer boos te worden.

Zorg dat we verzonden e-mails kunnen intrekken

Mayer-Schönberger bestrijdt het idee dat we zullen leren die archiefberichten te relativeren. “Onze hersenen zijn getraind om gebeurtenissen waarvan we dachten dat we die vergeten waren te herinneren bij een externe stimulans. Het automatisch negeren van herinneringen die plotseling opkomen is net zo moeilijk als het opzettelijk vergeten van dingen - dat kunnen we niet.” De professor voorspelt dat het allemaal nog erger wordt. In de toekomst hebben we volgens hem een databril met automatische gezichtsherkenning op. In een oogwenk krijg je dan alle gedeelde informatie (e-mails, foto’s, tweets) over iemand binnen. Bedenk eens wat voor invloed dat op een bedrijfsborrel heeft: ‘Wacht eens even, was jij niet diegene die mij drie jaar geleden een rot-email stuurde?’

Zelf zijn we natuurlijk ook niet zonder zonde. Ongetwijfeld hebben we spijt van sms-jes, e-mails, Facebook-berichten of tweets die we in een bozige bui verzonden hebben. Simpelweg omdat we het op dat ene moment nodig vonden iemand op zijn nummer te zetten of de les te lezen. Wat zou het mooi zijn als we die berichten ook weer in konden trekken. Dat is geen geschiedvervalsing, want het bericht is gelezen op het moment dat het gelezen moest worden. Zeker als de ontvanger iemand betreft waarmee we regelmatige omgang hebben is het van belang dat zo’n uitbrander net zo snel wegzakt als een gesproken opmerking.

Google heeft in haar Gmail-dienst overigens al een aantal opties voor flapuits. Wie bij de instellingen ‘Verzenden ongedaan maken‘ aanvinkt kan vanaf dat moment iedere verzonden e-mail binnen dertig seconden terugtrekken. Handig is ook de Gmail-tool Goggles: ben je ‘s avonds regelmatig aanschoten, dan kun je aangeven dat je in de avonduren altijd eerst vijf rekensommen moet oplossen voordat je een e-mail kunt versturen. Een soort blaastest dus. Als we de zorgen van Mayer-Schönberger serieus nemen dan doet Gmail er goed aan een derde optie te ontwikkelen: de mogelijkheid om brulbrieven in te trekken danwel automatisch te laten wissen nadat ze gelezen zijn.

Volg de auteur op Twitter