Verdachten kinderporno moeten meewerken aan decryptie

De minister werkt aan een wetsvoorstel dat stelt dat verdachten van het bezit van kinderporno verplicht worden mee te werken aan het openen van versleutelde bestanden op hun computer. Foto ANP / Roos Koole

Net zoals in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk wil minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) dat verdachten van het bezit van kinderporno verplicht worden mee te werken aan het openen van versleutelde bestanden op hun computer. Dat schrijft de minister vandaag in een brief (pdf) aan de Kamer. Begin volgend jaar komt hij met een wetsvoorstel.

De nieuwe maatregel houdt in dat de officier van justitie, na toestemming van een rechter, een zogeheten decryptiebevel kan geven als er sprake is van een dringend opsporingsbelang. Volgens de minister is dit het geval als slachtoffers in gevaarlijke of mensonterende omstandigheden verkeren. Vaak gaat het dan om minderjarigen.

‘Encryptie bij kinderpornonetwerken neemt toe’

Volgens de minister neemt encryptie door verdachten toe, vooral binnen kinderpornonetwerken. Dit was ook het geval in de Amsterdamse zedenzaak. Opstelten vindt het gerechtvaardigd verdachten tot medewerking te verplichten.

“Het gaat immers om strafbaar gedrag dat de geestelijke gezondheid en lichamelijke integriteit van slachtoffers ernstig kan aantasten. Daar komt bij dat een verdachte die zich zo heeft ingespannen om zijn activiteiten voor de buitenwereld te verhullen, rekening moet houden met de inzet van zwaardere middelen door de overheid om de burgers te beschermen.” - persbericht Veiligheid en Justitie

Het decryptiebevel heeft Opstelten laten onderzoeken door het Centrum voor Recht, Technologie en Veiligheid van de Universiteit van Tilburg. Daarbij is onder meer gekeken naar de verenigbaarheid met het nemo tenetur-beginsel, het principe dat verdachten niet verplicht kunnen worden mee te werken aan hun eigen veroordeling. Dit botst niet zolang er voor de ontsleutelplicht strenge voorwaarden gelden, aldus het rapport (pdf) van het centrum.

“Mocht de wetgever, zoals in het VK, voor een ontsleutelplicht met een hoge mate van dwang kiezen, dan zullen er aanzienlijke waarborgen moeten worden getroffen, zoals een schriftelijk bevel, toegang tot een advocaat, een redelijke bewijsvoeringslast, een discretionaire bevoegdheid voor de rechter om zelfbelastend materiaal alsnog uit te sluiten van bewijs, en toezicht op de praktijk door een onafhankelijk toezichthouder.”

Het niet meewerken van het decryptiebevel moet zwaarder worden bestraft dan het weigeren van een ambtelijk bevel, vindt Opstelten. Daar staat nu een maximale straf van drie maanden op. Hoe hoog de straf daadwerkelijk moet worden, maakt de minister bekend bij de presentatie van het wetsvoorstel, begin volgend jaar.