Van Rotterdamse haven naar Afrika Cup

Hoe een kleine archipel de voetbalwereld verraste: Kaapverdië gaat ten koste van Kameroen naar de Afrika Cup. Toni Varela en Guy Ramos waren erbij.

Dat wordt herrie in Rotterdam-West.

Volgend jaar januari spelen de voetbalteams van Kaapverdië en Marokko tegen elkaar in de Afrika Cup, in Zuid-Afrika. Op de Heemraadssingel in Rotterdam zullen eindeloze rijen toeterende auto’s met Marokkanen of Kaapverdiërs te horen zijn, afhankelijk van de winnaar.

Toni Varela (26), middenvelder van Sparta, was vorige maand al eens verantwoordelijk voor zo’n toeterfile. Als speler van het Kaapverdische elftal plaatste hij zich voor de Afrika Cup door het favoriete Kameroen, met Samuel Eto’o (ex-Barcelona) te verslaan. „Ik kreeg na de wedstrijd meteen foto’s van de feestvierende Kaapverdiërs in Rotterdam opgestuurd”, zegt Varela, die werd geboren in het Kaapverdische Santa Catarina, maar opgroeide aan de Rotterdamse West-Kruiskade.

Een week na de zege op Kameroen stond hij weer tegenover Henny Schilder van FC Volendam.

Kaapverdië is een eilandengroep in de Atlantische Oceaan, zo’n 560 kilometer ten westen van Kaap Verde in Senegal, de meest westelijke punt van het Afrikaanse vasteland. In Nederland leven meer dan twintigduizend Kaapverdiërs, onder wie enkele profvoetballers. Dat was ook de Kaapverdische voetbalbond opgevallen. In 2010 werd Varela, naast onder anderen de verdedigers Guy Ramos (RKC Waalwijk) en Josimar Lima (FC Dordrecht), uitgenodigd om te spelen voor het Kaapverdische elftal. Ook in andere Europese landen werden spelers gerekruteerd.

Aanvankelijk, zegt Varela, dachten mensen nog: ach ja, hij speelt een paar interlandjes voor een klein landje, tegen Zimbabwe of Sierra Leone. Wat stelt dat voor? „Maar toen we tegen Kameroen speelden en ook nog wonnen, nam de interesse toe.”

Zijn debuut voor zijn land maakte Varela in mei 2010, tegen Portugal – de voormalige koloniale macht in Kaapverdië. Meteen stond hij tegenover de Portugese wereldtopper Cristiano Ronaldo van Real Madrid. Het werd 0-0.

Voor de vorige editie van de Afrika Cup, in 2012, wist Kaapverdië zich net niet te kwalificeren. Nu dus wel, en zo gek is dat niet. Ook al speelt Varela zelf in de eerste divisie, de aanvallers Zé Luís (Sporting Braga) en Ryan Mendes (Lille) zijn dit seizoen in de Champions League actief.

Het decor van de Afrikaanse kwalificatiewedstrijden lijkt in niets op dat van de hoogste Europese clubcompetitie. Overal in Afrika staan militairen langs het veld, zegt Varela. „Het onveiligst was het in Liberia. Het is dat we daar verloren, anders weet ik niet hoe we daar waren weggekomen. Het publiek stond binnen twee stappen op het veld. En agenten moesten de scheidsrechter beschermen.” In Zimbabwe, zegt Varela, zouden ze een dag voor de wedstrijd nog even trainen. „Maar dat was op een veld waar ik nog niet eens mijn hond zou uitlaten. We zijn maar weer teruggegaan naar het hotel.”

Zijn ploeggenoot Guy Ramos (27), die in Nederland nog speelde met Varela in de B-jeugd van Sparta, zegt dat zelfs „een kolkende Kuip” niet te vergelijken is met de sfeer tijdens de uitwedstrijd in Kameroen. „Je bevindt je op hostile territory. Al vanaf het vliegveld worden er koudeoorlogsspelletjes gespeeld. Iedereen wil tegengaan dat je drie punten pakt.”

Als voetballer zijn Varela en Ramos van de Nederlandse school van technisch, verzorgd voetbal – niet zomaar de bal het stadion uit roeien als je onder druk staat, maar altijd eerst proberen een medespeler aan te spelen. Varela: „Dat is in Afrika wel anders. Het spel is directer, fysieker, harder. Ook scheidsrechters zijn dat gewend. Bij een overtreding waarbij je enkel er bijna af ligt, zeggen ze dat je je niet moet aanstellen.”

Nu Kaapverdië zich heeft geplaatst, melden diverse Europeanen met Cabo-roots zich aan bij de Federação Caboverdiana de Futebol. Behalve in Portugal en Nederland wonen er relatief veel Kaapverdiërs in Frankrijk en Luxemburg.

In Nederland concentreren de Kaapverdiërs zich in de plaats waar ze oorspronkelijk kwamen om te werken in de haven: Rotterdam. Dit is te merken op het voetbalveld. Vrijwel alle Nederlands-Kaapverdische profvoetballers komen uit de havenstad. Zo speelde middenvelder Lerin Duarte van Heracles eerst bij Sparta. Ook de aanvallers Luc Castaignos en Jerson Cabral belandden in Twente via Rotterdam; zij werden opgeleid bij Feyenoord en spelen nu samen bij FC Twente.

Duarte, Castaignos en Cabral zijn de meest getalenteerde Nederlandse Kaapverdiërs, maar komen niet uit voor het land van hun ouders. Eerst, weet Varela, wachten zij hun kansen af voor het Nederlands elftal. Ramos: „Het is een keuze tussen het hoofd en het hart. Als ze voor Oranje in aanmerking zouden komen, zouden ze daarvoor kunnen kiezen omdat ze dan bijna gegarandeerd meedoen aan het Europees- en het wereldkampioenschap. Mochten ze dat niet halen, zouden ze misschien alsnog voor Kaapverdië kiezen.”

Zelf voelt RKC’er Ramos zich „meer Kaapverdiër dan Nederlander”, hoewel hij werd geboren in Rotterdam. „Als ik een restaurant binnenloop, ziet niemand me als Nederlander.”

Toch zal het op 23 januari 2013 feest zijn in Rotterdam. Ramos: „Ik heb ook veel Marokkaanse vrienden. Waarschijnlijk gaan veel Marokkanen en Kaapverdiërs samen de wedstrijd kijken. We jennen elkaar een beetje, dat we de ander inmaken. Dat is alleen maar leuk.”

    • Derk Walters