Tribunaal brengt geen rust op Balkan

Het Joegoslavië-tribunaal wijst morgen weer een belangrijk vonnis, tegen de Kosovaar Haradinaj.

De vrijspraak van de Kroatische generaal Ante Gotovina en politiecommandant Ante Markac dreunt nog na, zowel op de burelen van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag als op de Balkan. Twee weken geleden werden de twee Kroaten in hoger beroep vrijgesproken van de zware oorlogsmisdaden waarvoor ze vorig jaar respectievelijk 24 en 18 jaar celstraf hadden gekregen.

Ante Gotovina stond met de Servische oud-president Slobodan Milosevic, de Servische ex-legerleider Ratko Mladic en de voormalige Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic op de top vier van de aanklagers. Hoofdaanklager Serge Brammertz liet, na bestudering van het vonnis in hoger beroep, weten „teleurgesteld” te zijn. Door de vrijspraak voor Gotovina en Markac hebben Servische slachtoffers „het gevoel dat hun lijden niet wordt erkend”, schreef Brammertz. Het is nog nooit eerder voorgekomen dat de hoofdaanklager een reactie geeft op een vonnis van de beroepsrechters.

Het is ook nog nooit eerder voorgekomen dat twee van de vijf rechters in zulke felle bewoordingen afstand namen van het besluit van hun collega’s. „Ik neem principieel afstand van het volledige vonnis van de beroepsrechter, het staat haaks op iedere vorm van rechtvaardigheid”, liet bijvoorbeeld de Italiaanse rechter Fausto Pocar noteren.

Binnen het bureau van de aanklager heerst nog steeds ongeloof, en de medewerkers van Brammertz zijn erg nerveus voor de dag van morgen. Dan vellen de beroepsrechters een oordeel over Ramush Haradinaj, oud-guerrillastrijder en oud-premier van Kosovo. In 2008 werd hij vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, maar twee jaar later oordeelde een beroepsrechter dat het proces wegens oorlogsmisdaden tegen Haradinaj deels moest worden overgedaan. De VN-aanklagers hadden destijds veel moeite om getuigen naar Den Haag te krijgen omdat die werden bedreigd. De rechters sloten de zaak af voordat de aanklagers twee cruciale getuigen naar Den Haag konden halen. De beroepsrechter noemde dat een „gerechtelijke dwaling”.

Haradinajs vrijspraak in 2008 leidde tot veel protest in Belgrado, te vergelijken met de demonstraties daar twee weken geleden bij de vrijlating van Gotovina.

Wie had gehoopt dat het Joegoslavië-tribunaal zou zorgen voor berechting van de grootste misdadigers, genoegdoening voor slachtoffers, en een onomstreden feitenrelaas over het uiteenvallen van de Joegoslavische federatie, komt bedrogen uit. Het tribunaal, opgericht in 1993, werkt naar sluiting toe. Er zijn mensen opgepakt en veroordeeld. Regionale rechtbanken zijn onder begeleiding van het VN-hof geprofessionaliseerd. Maar nog steeds zijn er vele versies van hetzelfde verhaal. Nog altijd is de crimineel van de een de held van de ander.

Ruim twintig jaar na het begin van de oorlogen lijkt het alsof de hoofdrolspelers maar niet uit beeld willen verdwijnen. Ze gaan hooguit dood, zoals de Servische leider Slobodan Milosevic en de Kroatische president Franjo Tudjman. Een deel van de leiders van toen zijn de politici van nu. De slachtoffers en hun nabestaanden worden daardoor dagelijks aan hun leed herinnerd. Servië heeft een president die lang de plaatsvervanger was van oorlogshitser Vojislav Seselj, die nu wordt berecht in Den Haag. De huidige premier is de oud-woordvoerder van Slobodan Milosevic.

Als morgen Ramush Haradinaj zou worden vrijgesproken, is de kans niet gering dat hij binnen een paar jaar opnieuw Kosovo gaat leiden. Over ex-generaal Gotovina, die na zijn vrijspraak als een held is onthaald in Kroatië, wordt hetzelfde gezegd.

Mensenrechtenactivisten in de regio, die altijd het werk van het tribunaal hebben verdedigd, worstelen met hun reactie. Ze hielden zich bij het Gotovina-vonnis op de vlakte en benadrukten dat de slachtoffers van geweld niet mogen worden vergeten. Wellicht kan niet worden bewezen dat Gotovina en Markac oorlogsmisdaden begingen. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk misdaden zijn gepleegd. Daar ligt nog een taak voor de regionale rechtbanken, die de afgelopen jaren al een veel grotere rol zijn gaan spelen in het vervolgen van oorlogsmisdadigers.

Als morgen ook Haradinaj wordt vrijgesproken zal de kritiek toenemen dat het Joegoslavië-tribunaal een anti-Servië karakter heeft. Frederiek de Vlaming van de Universiteit van Amsterdam deed onderzoek naar de nationaliteit en etniciteit van 136 van de 161 verdachten van het VN-hof en zegt dat dit niet zo is. Het grootste deel van de aanklachten heeft namelijk betrekking op misdrijven die zijn gepleegd in Bosnië. In de meeste gevallen waren de Bosnische moslims het slachtoffer (94 procent). De tweede groep slachtoffers waren de Bosnische Kroaten (34 procent). In veel gevallen waren moslims én Kroaten het slachtoffer.

In haar vervolgingsbeleid legde Carla del Ponte, aanklager van 1999 tot 2008, de nadruk op het principiële belang om alle partijen in de conflicten te vervolgen. Haar voorgangers Richard Goldstone (1994-1996) en Louise Arbour (1996-1999) selecteerden niet op nationaliteit of etnische groepering en keken allereerst naar het gepleegde misdrijf. Dat verklaart misschien waarom Del Ponte, vroeger de boeman die de uitlevering van verdachten eiste, tegenwoordig vaak met instemming wordt geciteerd in Servische media. Het vonnis in de zaak Gotovina en Markac vindt ze „schokkend” en „de geloofwaardigheid van het tribunaal staat ter discussie”.

Daarmee bevestigt Del Ponte wat veel mensen in voormalig Joegoslavië denken: over de bloedige conflicten in de regio heeft het tribunaal niet het laatste woord gesproken.