Tips en anekdotes van de nieuwschefs

Twee ex-chefs van het NOS Journaal schreven een boek over hun werk en over de toekomst van de journalistiek. Ze zijn allebei optimistisch.

AFP PICTURES OF THE YEAR 2011 Wikileaks Founder Julian Assange speaks to the press outside Belmarsh Magistrates' Court, in south-east London, on February 8, 2011. Julian Assange could easily be interviewed by videolink over allegations of rape and molestation, a British court heard today as the WikiLeaks founder fights extradition to Sweden. Assange was back in Britain's highest-security court for the final day of a two-day hearing to decide whether the former computer hacker can be extradited. AFP PHOTO/Carl de Souza AFP

Gommert de Kok, hoofdredacteur van de PZC, vraagt de sollicitant: „Weet je het verschil tussen de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt?”

„Ja”, liegt de sollicitant.

„Mooi”, antwoordt De Kok.

Dus wordt Hans Laroes, Zeeuw van geboorte, aangenomen. Bureauredacteur in Vlissingen. Je moet ergens beginnen. Het is eind 1977.

Veertien jaar later is hij een bekende Nederlander. Althans: hij verschijnt vaak op televisie, om als verslaggever van het Journaal het parlementaire nieuws te vertellen en te duiden.

Hij wordt de boodschapper van slecht nieuws: het kabinet-Lubbers/Kok bereidt versoberingen voor in de WAO, de uitkeringsregeling voor arbeidsongeschikten.

In de duisternis van het Binnenhof, op 23 oktober 1991, steekt een man een mes van dertien centimeter in de rug van de boodschapper.

Laroes stoort zich aan een fotograaf die bij het incident in de buurt is en begint te flitsen. „Zonder compassie, rondspringend van de ene plek naar de andere.” Dat wil Laroes niet, hij wil geen foto’s en lange tijd wil hij ze ook niet zien als ze toch in de kranten verschijnen. Als hij later hoofdredacteur van het Journaal is geworden, houdt hij verslaggevers en cameramensen voor: uitzoomen bij emotie, niet inzoomen.

De steekpartij, die geen blijvende schade veroorzaakte, was voor hem „een extra stimulans om zorgvuldig om te gaan met slachtoffers en hun familieleden”. Dat schrijft hij in zijn onlangs verschenen boek De littekens van de dag. „Nieuws is nieuws, maar veel wordt bepaald door de manier waarop je ermee omgaat.”

Dilemma’s in de journalistiek, Laroes zou ze nog vaak tegenkomen. Zijn loopbaan bracht hem naar het Utrechts Nieuwsblad en naar de NOS, waar hij hoofdredacteur van het Journaal was en waar hij vorig jaar afscheid nam als hoofdredacteur van NOS Nieuws. Dat is de organisatie die er kwam na een voor de buitenwereld nogal vanzelfsprekende samenwerking tussen nieuwsredacties van radio, tv en internet, die evenwel in Hilversum veel voeten in de aarde had. Laroes heeft persoonlijk nog meegemaakt hoe Haagse redacteuren van het Journaal en redacteuren van Den Haag Vandaag het nieuws zorgvuldig voor elkaar verzwegen.

Laroes (57) omschrijft op beeldende wijze ontwikkelingen in de dagbladpers die hij heeft meegemaakt, en die zeker voor zijn generatiegenoten herkenbaar zijn. En hij geeft zijn visie op de toekomst van de media en de journalistiek. Waar de dominantie van het ‘marktdenken’ in de uitgeverswereld hem zorgen baart, overheerst hij Laroes toch optimisme over het vak. Juist omdat hij in de opkomst van de sociale media nieuwe kansen ziet.

Maar ook keert hij zich tegen wat hij noemt de „onmiddellijkheid”, de behoefte om tweetend en bloggend Nederland het nieuws al te vertellen voordat afdoende duidelijk is wat het nieuws is. En hij verfoeit het fenomeen van ‘De Deskundige die Nergens Iets van Weet’, maar niettemin op tv bij voortduring zijn mening mag geven. „Klets-o-cratie”. Hét voorbeeld van die ontwikkeling is, volgens Laroes, Prem Radhakishun.

Laroes heeft veel woorden nodig om uiteen te zetten hoe de journalistiek zich zou moeten ontwikkelen, hij maakt nogal eens het punt dat hij al had gemaakt.

Pikanter zijn de anekdotes die hij heeft opgeschreven over zijn werk bij de NOS en het Journaal. Zoals de wijze waarop hij met de mensen achter WikiLeaks in aanraking komt.

Zijn contactpersoon heet Mickey Mouse, die via het chatprogramma The Flying Elephant met hem communiceert. Het brengt Laroes naar Ierland, waar hij „opper-WikiLeaker” Julian Assange ontmoet en waar hij uiteindelijk een USB-stick ontvangt. In zijn hotel slaapt hij met de stick onder zijn kussen. Als hij ’s ochtends onder de douche staat, heeft hij de hotelkamerdeur met een stoel gebarricadeerd. En als hij langs de douane moet, stopt hij een lege stick in zijn borstzak en de volle onder in zijn tas. De douane zwaait hem uit.

De NOS is niet het enige medium dat achter de geheime cables van WikiLeaks aanzit. Ook de tijdelijke combinatie van RTL en NRC zit op het vinkentouw. Laroes krijgt een vertrouwelijke e-mail onder ogen van de NRC, waarvan de strekking is dat de NOS als door de Staat gesubsidieerde omroep, anders dan RTL, niet onafhankelijk kan zijn. Desgevraagd zegt hoofdredacteur Peter Vandermeersch van NRC daar nu over dat dit een e-mail was van een ijverige redacteur die in haar enthousiasme te ver ging; het is daarna niet meer gebeurd.

Vanzelfsprekend ontbreken de personele perikelen bij het Journaal niet in het boek; de hoofdredacteur heeft met lastige ego’s te maken. En hij beschrijft de deconfiture van zijn voorganger, Nico Haasbroek, die hij van zeer nabij heeft meegemaakt.

Laroes’ woorden, „Nico Haasbroek is en blijft een aardige, leuke man”, zullen bij de betrokkene niet erg geloofwaardig overkomen, nadat hij hem heeft weggezet als iemand die af en toe een theemuts op zijn hoofd zet – dat was nog wel leuk –, die nieuwkomers ontregelt door hun bij de koffieautomaat te vragen of ze benieuwd zijn naar zijn eerste homoseksuele ervaring, maar die vooral zich ontpopt als „buitenstaander in vaste dienst”. Iemand die wel ideeën heeft, maar niet weet hoe ze moeten worden uitgevoerd en die zich ten slotte onmogelijk maakt wanneer hij in interviews Job Frieszo, parlementair verslaggever, openlijk afvalt.

Enfin, hierover was al te lezen in het boek Het journaal dat Ad van Liempt in 2005 publiceerde en in Journaaljaren (2004) van Nico Haasbroek zelf.

In zijn zojuist verschenen boek Nico’s Nieuws rakelt Haasbroek zijn verslechterde relatie met Laroes dan ook niet verder op. Hij volstaat met een herpublicatie van een artikel (‘Het einde van de journalistiek’) dat hij in 2008 schreef, waarin hij melding maakte van een bericht op internet uit het roddelblad Privé over het geheime liefdesleven „van mijn opvolger bij het NOS-Journaal”.

Nico’s Nieuws is in hoge mate wat de titel zegt: het is het nieuws van Haasbroek. Hij volgt het oude adagium dat het nieuws op straat ligt en deelt met Laroes de fascinatie voor de journalistieke mogelijkheden die sociale media bieden. Soms ligt het nieuws niet op straat, maar in huize Haasbroek: als hij verhaalt over de zoveelste inbraak in zijn woning en zijn ruzie met energieleverancier Eneco over een bizarre rekening.

Nico’s Nieuws zijn vooral Nico’s avonturen in het buitenland, die voortkomen uit zijn afkeer van „agendajournalistiek”. Hij is de journalist die inderdaad de straat op gaat, en dan vooral verslag gaat doen over de totstandkoming van een verslag. Hier en daar is het wat achterhaald, zoals een uitgebreid interview over de vraag wie de nieuwe president van Egypte zal worden.

Nico’s Nieuws is vooral een getuigenis: de Rotterdammer is inmiddels (bijna) 69 jaar oud, maar nooit te beroerd om weer eens iets anders te beginnen. Eeuwig op zoek, naar iets nieuws.

Hans Laroes: De littekens van de dag. Balans, 319 blz. €18,95.

Nico Haasbroek: Nico’s Nieuws. Douane, 139 blz. € 19,90.