The Fresh Prince of Aix

De frisse prins en zijn vader. Foto NRC / Raoul de Jong De frisse prins en zijn vader. Foto NRC / Raoul de Jong

Ik ontmoette hem tussen de laptoppende jeugd in de jeugdherberg van Aix en Provence. Ik was niet uit op avontuur, het plan was om mijn moeder te skypen en daarna naar bed te gaan. Maar Benjamin kwam aan mijn tafeltje zitten, vroeg wat ik hier deed en riep toen: “Wow, are you crazy?!”

Ik mocht hem. Misschien omdat hij alles wat ik zei hilarisch vond, maar ook doordat het meteen voelde alsof we elkaar kenden, alsof we iets van hetzelfde hadden meegemaakt. Benjamin lachte, non stop, met samengeknepen pretoogjes. Omdat hij leek te begrijpen dat dat het enige is wat je kunt doen om je te wapenen tegen het leven.

Hij was hier op bezoek bij zijn vader. Die woonde in een heel klein huisje, dus sliep Benjamin in de jeugdherberg. Zelf woonde hij in een banlieu van Parijs. Hij studeerde wiskunde maar verdiende zijn geld als privé chauffeur voor rijke mensen. Zoals, laatst, een griezelige dame die op weg naar het theater haar borsten tevoorschijn toverde. “Wat vind je van mijn blouse?” vroeg ze. “Heel geschikt voor de opera,” antwoordde hij.

Toen arriveerde Naïm, Benjamins vader. Zijn vader leek op mij. Dezelfde huidskleur, hetzelfde postuur, dezelfde kleding. Net zo vrolijk en energiek als Benjamin. “Hey boy!” zei Naïm. “What are you doing tonight?” Zij gingen naar een reggae concert en als ik wilde mocht ik mee. “Slapen, zei ik, “en morgen vroeg weer op.” Wat natuurlijk helemaal niet in lijn was met l’esprit de Puck. Besefte ik net op tijd. Dus sloot ik mijn computer en rende achter ze aan.

Ragga ragga. Foto NRC / Raoul de Jong

Ragga ragga. Foto NRC / Raoul de JongRagga ragga. Foto NRC / Raoul de Jong

Het concert was van Raggasonic, een Franse band uit de jaren negentig die bezig was met een comebacktour. Ook Naïm heeft niet heel veel met reggae, bekende hij in de bus er naar toe. Hij houdt van Crosby Stills & Nash, Carol King, Simon & Garfunkel. Ze waren allemaal in Marrakech toen hij een jonge jongen was. Net als Ginsberg, Keruouac en Paul Bowles. “In die tijd had je Marrakech en San Francisco,” zegt hij. “Yeah right,” lacht Benjamin. “Echt!” roept Naïm. Een goede vriend van hem kende ze allemaal.

Op zijn achttiende kwam hij naar Parijs, gewoon, omdat hij altijd had gehouden van de Franse cultuur. Ik vraag hem of de Fransen ook hielden van hem. Nou, vroeger was het erger, zegt hij. Werd hij uitgescholden als hij met Benjamins moeder over straat liep. Nu gebeurt het subtieler. Je merkt het als je een baan zoekt of een huis wilt huren. Want mensen kennen hun geschiedenis niet. Als je je geschiedenis kent weet je dat Arabieren altijd een onderdeel van Europa zijn geweest.

Naïm kent iedereen in het buurtcentrum waar het concert plaatsvindt. Ook de deurman, die ons gratis naar binnen laat. Het begint met een voorprogramma. Twee hele coole gasten met zonnebrillen en slicke witleren jackies die dingen roepen over Afrika terwijl ze blikken trekken die er uit zien alsof ze die in de spiegel geoefend hebben. Naïm, heel verstandig, neemt na het voorprogramma de laatste bus terug naar zijn huis. Wij blijven nog wat langer, ook al sluit de jeugdherberg om twaalf uur. “Doe wat mensen van jullie leeftijd doen,” zegt Naïm als hij vertrekt. Benjamin vraagt me of ik blow.

Tegen de tijd dat Raggasonic begint is het kwart voor twaalf en moeten we weg. Samen lopen we naar de jeugdherberg. Heel sloom, niet goed in staat om te begrijpen of we in de juiste richting gaan. Eerlijk gezegd maakt het me ook niet zo veel uit, of we aankomen of niet. Wat er ook gebeurt, nu is alles prachtig. “Gewoon weer een avontuurtje voor jou huh?” lacht Benjamin. “Daar ben je waarschijnlijk heel goed in geworden.”

Raggasonic.

Raggasonic. Raggasonic.

We hebben het over de banlieu van Parijs. Ik vraag hem of het daar echt zo erg is als iedereen denkt. Dat is het, volgens Benjamin. De brandende auto’s enzo, die waren in zijn straat. Het is moeilijk om kansen te krijgen als je uit die buurt komt. Maar ook hij snapt niet waarom zijn buren hun frustratie uitleven op elkaar. Elkaar is alles wat ze hebben.

Ik vraag hem naar zijn droom, zijn allergrootste. Benjamin zucht, want weten waar je van droomt is misschien wel het moeilijkste wat er is. Na een tijdje zegt hij: een hutje op een strand in Thailand. Met genoeg geld en even veel tijd. Ik kom wederom niet verder dan de studeerkamer van Paul Peyre. En doen wat we nu aan het doen zijn, dat ook.

De jeugdherberg is uiteraard gesloten, we zijn twee uur te laat. We overwegen om tafeltjes op elkaar te stapelen, als ik op de eerste verdieping een rokende jongen op een balkon zie, dat bereikbaar is met een trap. Helaas blijkt de jongen een soort Carlton uit The fresh of Bel-Air; heel zuur. Voor hij ons binnenlaat staat hij er op een punt te maken van hoe dom wij zijn. Want wat als hij er nu niet was geweest? Als we buiten hadden moeten slapen? Wat als het gevroren had? Maar het vriest niet en hij is er wel dus we hoeven niet buiten te slapen. Dat is juist het punt. Het wonder! De sleutel! Het geheim! En het wordt natuurlijk nooit wat met zijn leven, zolang hij dat niet begrijpt.

Dacht ik. Maar ik was veel te stoned om hem dat nu allemaal te gaan uitleggen.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.