Negatieve souvenirs

Het Nationaal Monument Kamp Amersfoort wilde bij wijze van souvenir het prikkeldraad dat het voormalige concentratiekamp afscheidde van de buitenwereld verkopen, een stukje opgegraven draad bevestigd op een plankje zou tien euro gaan kosten. Het Centrum Informatie en Documentatie Israël en de Vereniging van Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland eisen excuses – er zijn Joden, Roma en Sinti in dat kamp gestorven en zij vinden het smakeloos om iets te verkopen dat zo verschrikkelijk veel leed in zich herbergt.

Door alle ophef heeft het Nationaal Monument Kamp Amersfoort inmiddels besloten de herinneringsplankjes weg te geven, maar ik dacht vooral aan de mensen die interesse hadden getoond in het prikkeldraad. Wil je zoiets hebben uit historisch oogpunt? Uit fascinatie? Of is het ook mogelijk om een soort negatief souvenir in huis te hebben, te koesteren misschien zelfs? Natuurlijk doet het woord ‘souvenir’ voornamelijk denken aan koffiemokken waarop iemand de Toren van Pisa uit zijn gulp tevoorschijn laat komen, of een wollen muts met een blowende en zijn tong uitstekende Albert Einstein erop. Maar een souvenir betekent simpelweg een aandenken, een geheugensteun voor iets wat je graag wilt onthouden. In die lijn zou je een stukje concentratiekampprikkeldraad in de vitrinekast kunnen zetten – een herinnering aan een gebeurtenis zo gruwelijk dat je die nooit meer wilt vergeten.

Ik vroeg me af of er meer souvenirs bestaan die enkel een negatieve connotatie hebben. Eerst dacht ik aan de brokstukken van de Berlijnse Muur die in vele huiskamers te vinden zijn. Toch doen die brokstukken niet denken aan de ellende, maar staan ze juist symbool voor de overwinning, voor de euforie, voor het gezamenlijk en eigenhandig neerhalen. Ik zag op internet dat er stukken puin van de Twin Towers in omloop zijn – maar ook die moeten vooral de herinnering aan de torens levend houden, niet aan de aanslag. Zodra je een verkoold onderdeel van de bewuste Boeing 767-motor op je schoorsteenmantel uitstalt (en ook de onderdelen van de vliegtuigen schijnen op duistere plekken online verkocht te worden), wordt dat wellicht wat twijfelachtiger. De negatieve souvenir zit dan toch dicht bij het ramptoerisme: een privé-collectie vol wapens van beroemde moordenaars onder het mom van ‘nooit vergeten’, een nazi-uniform in de kledingkast omdat het geschiedkundig zo interessant is.

Maar toch – het bestaat vast wel, iets wat je wilt hebben, wilt uitstallen of ergens opbergen, ondanks dat het enkel verdriet oproept. Het verkreukelde bierviltje dat je in zijn jaszak vond met het lippenstiftnummer van een ander, de blauwe ziekenhuisslofjes die je steeds aan moet bij het bezoeken van de intensive care, misschien wel de kogel of de puntige tuinhark waar een geliefde door is gestorven. Eigenlijk zouden zulke aandenkens een andere naam moeten hebben. Oubliers bijvoorbeeld: zaken die je met veel liefde en zorg wilt bewaren om ze te kunnen vergeten.