Meer concurrentie om armste patiënten

Beursgenoteerde farmaceutische bedrijven doen meer om medicijnen toegankelijk te maken in ontwikkelingslanden.

De farmaceutische industrie spant zich in toenemende mate in om medicijnen beschikbaar te maken voor inwoners van de armste landen. Dat blijkt uit de tweejaarlijkse Access to Medicine Index (AMI) die vandaag is gepubliceerd.

Bovenaan de lijst staat net als twee jaar geleden de Britse onderneming GlaxoSmithKline. Het Amerikaanse Johnson & Johnson is de grootste stijger en klom van een negende naar een tweede plaats. De farmaceutische onderneming Sanofi uit Frankrijk steeg van een vijfde naar een derde positie.

De opstellers van de index concluderen dat de industrie zich bewust meer op de toegankelijkheid van medicijnen richt en daar de organisaties ook beter op inricht.

De onderlinge verschillen binnen de topgroep worden steeds kleiner. Volgens de oprichter en directeur van Access to Medicine Index, Wim Leerveld, leggen de bedrijven „de lat echt hoger”. Wie dat niet doet wordt door de concurrentie ingehaald.

Access to Medicine Index is een onafhankelijke organisatie. Miljoenen mensen in ontwikkelingslanden hebben geen toegang tot medicijnen. De index onderzoekt in hoeverre de industrie zich inspant om daar verandering in aan te brengen. Er wordt onder meer gekeken naar de ontwikkeling van specifieke medicijnen, prijsstelling en de omgang met generieke medicijnen.

Zo is Sanofi bezig met de ontwikkeling van een aangepaste behandeling van leishmaniasis (berglepra), zodat de patiënt niet telkens naar de dokter moet voor een injectie, maar zichzelf thuis kan behandelen. Een ander voorbeeld is Johnson & Johnson, eigenaar van het Nederlandse Crucell, dat meewerkt aan een draagbare tuberculosetest die onmiddellijk resultaat geeft.

De Amsterdamse organisatie AMI constateert dat driekwart van de bedrijven aparte, lagere, prijzen hanteert voor armere landen. Zij wijst echter ook op de gevaren die deze prijsdifferentiatie met zich meebrengt omdat tussenhandelaren het verschil in eigen zak kunnen steken, zodat de patiënten in arme landen er niets mee opschieten.

Ook wijst zij op het gevaar dat de medicijnen weer terug worden verkocht aan de rijke landen. Transparantie is daarom ook één van de factoren in de index.