Maak geen onderscheid tussen twee landgenoten

Wie in Nederland is geboren, kan zijn tweede nationaliteit laten schrappen. Wie genaturaliseerd is, kan dit niet. Dit is scheef, betoogt Ulli d’Oliveira.

Al jaren is onze volksvertegenwoordiging begaan met het lot van Nederlanders die één of meer andere nationaliteiten bezitten. Op twee manieren probeert de regering deze mensen te bedienen.

Ten eerste door zo veel mogelijk te regelen dat ze geen tweede nationaliteit krijgen. Bij de Tweede Kamer hangt nog steeds een wetsvoorstel om buitenlanders die Nederlander willen worden en Nederlanders die buitenlander willen worden de verplichting op te leggen hun buitenlandse respectievelijk Nederlandse nationaliteit te lozen.

Ten tweede door de buitenlandse nationaliteit van Nederlanders weg te moffelen. De ministerraad heeft op 16 november, op voorstel van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) besloten een voorstel in te dienen om de Wet op de basisadministratie op dit punt te wijzigen. We weten nog niet hoe dit voorstel er precies uitziet. De Raad van State moet er nog over adviseren. Toch zijn de contouren al vrij helder getekend.

Het uitgangspunt is de wens van mensen die een dubbele nationaliteit hebben, maar die in het dagelijks leven niet steeds hiermee geconfronteerd willen worden. Wie als Nederlander wordt geboren, maar – door geboorte – ook een tweede nationaliteit bezit, wordt in de toekomst alleen geregistreerd als Nederlander in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Wie al met dubbele nationaliteit in de GBA voorkomt, kan de buitenlandse nationaliteit laten schrappen, als men tenminste het Nederlanderschap door geboorte heeft verworven. Wie daarentegen het Nederlanderschap door naturalisatie verwerft, smaakt niet het genoegen desgewenst zijn andere nationaliteit buiten het GBA te houden.

In de eerste plaats betekent het buiten de GBA houden van het bezit van een buitenlandse nationaliteit niet dat men die nationaliteit niet bezit. Het hebben van een nationaliteit wordt geregeld door de wetgeving van het betrokken andere land. Hieraan doet de registratie in de Nederlandse bevolkingsboekhouding niet af. Het is dus een cosmetische operatie. Deze komt vooral ten goede aan mensen die niet in staat zijn hun andere nationaliteit af te schudden, zoals Argentijnen, Grieken of Marokkanen.

Zal deze operatie veel helpen bij het ontlopen van de confrontatie met de andere nationaliteit in het dagelijks leven? Veelal zal de tweede nationaliteit een rol spelen in contacten met de overheid. Te denken is aan regels van internationaal privaatrecht waarbij de andere nationaliteit relevant is voor het toepasselijke recht, zoals bij echtscheiding. Ook is het bij het afnemen van de Nederlandse nationaliteit wegens terroristische activiteiten van betekenis of iemand er nog een andere nationaliteit op na houdt; dat is voorwaarde voor deze ontneming. Men mag daardoor niet stateloos worden. De overheid kan in deze gevallen niet terugvallen op zijn eigen GBA. Dit is onhandig. Kennelijk worden gaten in de GBA op de koop toe genomen als het gaat om het gehoor geven aan de wensen van de betrokkenen.

Vervolgens valt op dat er onderscheid gemaakt wordt tussen geboren Nederlanders met een andere nationaliteit en Nederlanders die dat geworden zijn door naturalisatie. Waarom worden de wensen van deze tweede groep niet gehonoreerd? Zijn deze minder legitiem? Ook onder hen zijn er die hun andere nationaliteit niet kunnen verliezen, of ze nu hoog of laag springen, en die zich willen afficheren als pure Nederlander. Juist voor deze groep, die vrijwillig Nederlander wordt, en niet door geboorte het Nederlanderschap verkreeg, zal de behoefte bestaan er exclusief bij te willen horen.

Ten slotte is het een suspect onderscheid tussen geboren Nederlanders en Nederlanders die dat door naturalisatie geworden zijn. Het Europees nationaliteitsverdrag verbiedt het niet formeel, maar schrijft voor dat alle verdragsstaten zich moeten laten leiden door het beginsel dat er niet gediscrimineerd mag worden tussen staatsburgers al naar gelang zij staatsburgers door geboorte zijn of later de nationaliteit verworven hebben. Nederland doet er goed aan zich te houden aan dit beginsel. Er is geen goede reden om het onderscheid te maken.

Voor het overige is het toe te juichen dat er in het nationaliteitsrecht meer rekening gehouden wordt met de wensen van degenen die het aangaat. Daarom dient ook het al dan niet afstand doen van de ‘andere’ nationaliteit bij het verwerven van een nieuwe overgelaten te worden aan het inzicht van de betrokkenen. Zo staat het ook in het regeerakkoord: „Nederland zet zich er internationaal en in bilaterale contacten voor in dat mensen de mogelijkheid krijgen vrijwillig afstand te doen van een nationaliteit zonder stateloos te worden.” Het staat er echt.

Ulli d’Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam.