Ja, de schaatsers hadden rugwind, maar allen evenveel

Wind mee op een overdekte ijsbaan. De verhalen over manipulatie van de wind zijn al zo oud als de legendarische openluchtbaan van Medeo in Kazachstan. In de Koude Oorlog reden geheimzinnige Sovjetschaatsers daar soms krankzinnige records.

Oude tijden herleefden afgelopen weekeinde bij de wereldbeker in Kolomna, waar 46 pr’s sneuvelden – onder de wapperende vlaggen van het Kometa-indoorstadion. Schaatsers voelden rugwind. Zoveel zelfs dat Jan van Veen, coach van Koen Verweij en Marrit Leenstra, met vragen bleef zitten. „Ik neem aan dat de sterksten gewonnen hebben, maar het lijkt me wel zaak dat goed te onderzoeken, ook vanuit de ISU [internationale schaatsunie, red.]”, zei hij tegen de NOS. „Het moet wel voor iedereen hetzelfde zijn.”

Aan zijn zintuigen mankeert niks, blijkt uit de uitleg van Bertus Butter, ontwerper van de baan. De ‘wind’ wordt veroorzaakt door het ventilatiesysteem. Uit tal van roostertjes tussen de tribunes en de baan wordt warme lucht van de vloer richting het dak geblazen. Dat bespaart energie en beschermt de schaatsers tegen tribunevuil.

„Uit metingen van de luchtkwaliteit blijkt hoeveel bacteriën en zouten van de toeschouwers komen”, zegt Butter. „Die zijn behoorlijk schadelijk voor de schaatsers.” Met de moderne ventilatiesystemen worden die stoffen weggeblazen voordat ze het ijs kunnen bereiken.

Maar het veroorzaakt ook wind.

„Als er niet wordt geschaatst, gaat die luchtstroom recht naar boven. Als twee schaatsers in de rondte rijden gaat die luchtkolom bewegen. En als je de roostertjes verstelt, wordt het een klein beetje rugwind. Het is heel weinig. Feitelijk heb je wat minder tegenwind.”

En kan dat per rit veranderen?

„Nee, dat is een fabeltje. Je kunt die roostertjes alleen handmatig een bepaalde richting geven. Daar ben je een paar uur mee bezig. Het afstellen van de luchtstroom gaat via de computer en die kan de ISU aflezen. Het is voor iedereen gelijk. Aan de knoppen draaien heeft geen zin. Je kunt alleen meer wind creëren door schaatsers te laten meerijden tijdens de rit, zoals Jochem Uytdehaage in 2004 in Hamar deed in de inrijbaan, voor Carl Verheijen. Maar dat valt op, dus de ISU zal ingrijpen als ze dat ziet.”

En Medeo in Kazachstan was een buitenbaan.

„Ja, door de natuurlijke ligging kon je daar twee keer wind mee hebben. Ik heb dat met [wijlen schaatscoach] Egbert van ’t Oever in Haarlem nagebootst door bomen te planten rond de baan. Die deden binnen twee jaar wat ze moesten doen.”