Is intelligentie straks te koop?

Waarom maken we ons druk over doping en niet over de verregaande pogingen de mens te verbeteren, vraagt Maxim Februari zich af.

Bij de aanhoudende opwinding over doping in de sport valt op hoe weinig kabaal de mensen op straat maken over mensverbeterende middelen in het dagelijks leven. Topatleet rent een fractie van een seconde sneller door het gebruik van steroïden? Wham! De hele wereld staat op zijn kop. Werknemers krijgen bionische implantaten opgedrongen om langer te kunnen werken? Pfff. Saai. Wordt nooit een trending topic.

Om het rumoer op straat een beetje op te rakelen, tuimelen deze maand de rapporten over mensverbeteringstechnieken over elkaar heen. In Engeland verscheen eerder deze maand het rapport Human Enhancement and the Future of Work; een aanzet tot publiek debat over het gebruik van slimme pillen en neurotechnieken waarmee prestaties op de werkvloer worden opgekrikt. In Nederland publiceerde het Rathenau Instituut zojuist de uitkomst van een onderzoek waarin mensen is gevraagd naar hun mening over zulke verbetertechnologieën. Empathieverhogers. Embryoselectie. Elektroden in ons brein.

Zo komt opeens een vloedgolf van vragen af op een nog nietsvermoedend publiek. Wetenschappers weten inmiddels wel wat kan op het gebied van de NBIC-technologieën – nanotechnologie, biotechnologie, informatica en cognitieve wetenschappen – maar ze weten niet wat we willen. Gaan we gezonde mensen nog efficiënter, winstgevender, productiever, rendabeler maken? Wat is intrinsiek waardevol aan de mens zoals hij is, wat willen we best kwijt en wat willen we behouden?

In The New York Times vroeg David Ewing Duncan laatst aan zijn lezers of ze het brein van hun kinderen in een bad van elektronen zouden dompelen als ze daar slimmer van werden. En wie zou er nog stemmen op een presidentskandidaat zonder neuro-implantaten? „In de toekomst zou het kunnen”, zegt Studium Generale Utrecht tegen zijn bezoekers, „dat we een laboratorium inslikken ter grootte van een paracetamol dat inwendig tests uitvoert om onze gezondheid in de gaten te houden”. Gaan we allemaal zulk spionagemateriaal slikken?

Op zich is mensverbeteren best een goed idee. Veel deelnemers aan het publieksonderzoek van het Rathenau Instituut vinden dat ook; slechts weinigen laten weten principiële bezwaren te hebben tegen het ingrijpen in het menselijk lichaam. Maar bepaalde zorgen deelt het publiek kennelijk met de wetenschappers: economische, sociale en politieke onduidelijkheden en dilemma’s. Want wat als de verbeteringen door overheden of werkgevers verplicht worden gesteld? Wat als ze zo duur worden dat de rijken straks scherpere tanden krijgen en harder kunnen rennen dan de armen?

Julian Savulescu, filosoof en bio-ethicus te Oxford, pleit met verve voor het verplicht stellen van mensverbetering. Gewone mensen zijn simpelweg te slecht en te dom om de grote problemen van deze planeet op te lossen, zo vat ik zijn wijsgerige standpunt samen. We hebben dus betere mensen nodig en daartoe dienen IQ, karakter, humeur, gedrag en moraal te worden opgehoogd. Voorzichtige aanhangers van dit standpunt suggereren dat je op zijn minst chirurgen moet verplichten iets te slikken wat de hand vaster en het brein scherper maakt.

Anderen verzetten zich hevig tegen de transhumanistische agenda. Gregor Wolbring, onderzoeker op het gebied van handicapstudies en technologie, zegt in een gesprek met het Europese tijdschrift Volta dat we ons goed de waarde van diversiteit moeten realiseren en de waarde van ieder mens afzonderlijk. De bijdrage van het individu aan de maatschappij is immers niet exact hetzelfde als zijn bijdrage aan het bruto binnenlands product.

Tweedeling dreigt, zegt Wolbring. Zodra de ene groep de beschikking krijgt over middelen die zijn capaciteiten vergroten tot ver voorbij het „speciestypische niveau”, zodra hij dus scherpere zintuigen krijgt en sterkere spieren, een zonniger humeur en nieuwe intellectuele krachten, zal de andere groep zich gehandicapt en gemarginaliseerd gaan voelen.

Waarover iedereen het eens lijkt, is de voorspelling dat nieuwe mogelijkheden ook nieuwe normen stellen. De sociale druk om mee te hollen, is sterk, vooral wanneer het gaat om succes als werknemer of ouder. Zodra David Ewing Duncan zijn publiek vraagt of ze met psychofarmaca de schoolprestaties van hun kinderen willen verbeteren, zegt 80 procent nee. Vertelt hij daarbij dat alle andere kinderen in de klas de middelen wel gebruiken, dan zeggen ze bijna allemaal ja.

Zo liggen alle zorgen op tafel. Onze armlastige staten kunnen geen mensverbetering bekostigen voor de burgers; alles moet met eigen geld worden aangeschaft, wat al gauw tot tweedeling leidt. Verbieden is lastig en onwenselijk. Er zit al met al niets anders op dan er collectief over na te denken wat we belangrijk vinden in het leven. En vandaar dus nu opeens al die vragen, die dringende rapporten en pogingen tot publieksdebatten.

Technologie is het probleem niet. We kunnen het, yes we can. Maar willen we het ook? Dat is een oneindig veel lastiger te beantwoorden vraag, aan u. Wat wilt u van de toekomst? Betere kinderen of kleinkinderen krijgen? En hoeveel beter precies?

Maxim Februari is filosoof en schrijver.